Als je een wedstrijd niet gefinisht bent, zit je na afloop meestal met een onvoldaan of vervelend gevoel. Toch, als ik na de derde etappe van de Mountainbike van Vlaanderen met enige moeite m’n Camperinho van het modderige kampeerterrein af stuur, heb ik daar helemaal geen last van. Niet alleen omdat in de dagen vooraf bleek dat de vorm in orde is, maar vooral vanwege het plezier dat ik heb gehad. Daar kan een verregende laatste etappe met een weloverwogen ‘abandon’ helemaal niets aan veranderen. 


Een dag eerder ben ik me aan het voorbereiden op de afsluitende rit in de Vlaamse Ardennen. Ik heb kort daarvoor genoten én afgezien tijdens de tweede etappe, daar een lekker resultaat neergezet en alles is helemaal zen. Dat komt vooral ook door de fijne festivalsfeer op het kampeerterrein nabij Kasteel Calmont in Kluisbergen. De hele dag door goede muziek, veel fietsvrienden in de buurt, genoeg eten voorhanden. Dit is hoe een wedstrijd hoort te zijn, denk ik bij mezelf als ik mijn materiaal aan het poetsen ben.

Dat ze in Vlaanderen weten hoe de koers in elkaar steekt weet iedereen. Dat de organisatie van de Mountainbike van Vlaanderen, de ‘offroad-versie van de echte Ronde’, begrijpt hoe je dat vertaalt naar een meerdaagse mountainbikewedstrijd leerde ik al in 2018. Toen genoot ik optimaal van het racen op historische fietsgrond. Daarom keer ik dit jaar terug en zoals in het voorgaande al te lezen is krijg ik daar geen spijt van.

Easy start op de Hotond-berg, een kilometer of drie van de finish en kampeerlocatie. Overigens waren de eerste vijf kilometer niet per se makkelijk, met een paar smalle geulpaadjes langs prikkeldraad. Not my favourites… Foto: Daniël Velsen/Alter Ego Media

Etappe 1: 39km/750hm

Mijn net voor mij gestarte teamgenoot Bart is helemaal uit het zicht. Achter me zie ik dat Thom Bonder, een van de Giant-badboys op de startlijst, tijd op me goed aan het maken is. Ver kan het niet meer zijn. Gelukkig ben ik na het stenige Leo Pironpad op het asfalt aanbeland. Ik ga staan, zet nog een keer goed aan en trek dat door als ik de streep zie. Auw, geen adem meer. Brandende benen. 

Na de Alta Via Stage Race valt elk stenenpad mee, maar als je ze tegenkomt in een proef van twee kilometer in plaats van een etappe van zeventig kilometer kunnen ze soms meer in de weg liggen. Gelukkig filtert die Epic een hoop weg.

Het staat haaks op dat wat we als marathonbikers gewend zijn, maar dat maakt het concept van de eerste etappe niet minder leuk. Het is een toertocht van een kleine 40 kilometer, met daarin drie korte benenbrekende tijdritjes van 2 á 3 kilometer. Die drie tijden bij elkaar opgeteld bepalen het eerste klassement van de MTB van Vlaanderen. 

Iedereen krijgt een specifieke starttijd om aan de toertocht te beginnen, bij de proeven is het aansluiten in de rij (als die er is) en om de 30 seconden starten. Bart en ik beginnen vrijwel tegelijk en rijden tussen de tijdritjes door samen. We genieten optimaal van de omgeving, hebben de tijd om wat bij te praten én om de benen te testen. Die blijken meer dan oké. Vooral door een sterke laatste proef (die met het meeste hoogteverschil) wordt mijn teamgenoot derde en ik zevende.

Een haperende batterij in de tijdwaarneming zorgt er helaas voor dat de tijden van de derde proef worden geschrapt, waardoor we zevende en twaalfde zijn. Jammer van Barts podium, maar we maken ons er niet druk om. Tijdens de etappe van morgen zullen de verschillen veel groter zijn.

Gravelpaden, wat asfalt, zo nu een dan een singetrack. Behalve een voetje in de grond op een modderige singletrack en een paar te dicht bij elkaar geplaatste paaltjes (waar Bart met zijn stuur tegenaan tikte en onderuit ging) vermaakten we ons prima met de toertocht op de eerste dag. We namen in de tussentijd ook het hele plan door richting ons grote doel, de MTB Appenninica Stage Race en zetten een en ander in de steigers voor 2022. Foto: Daniël Velsen/Alter Ego Media

Etappe 2: 113km/2700hm

Twee ronden van 55 kilometer en 1300 hoogtemeters, verdeeld over een groot aantal stevige beklimmingen. We gaan door het Muziekbos en het Kluisbos, door het bekende dorp Kwaremont en (offroad) over de Kruisberg en Taaienberg. De gaafste doemt al na vijf kilometer op: de Paterberg, de laatste scherprechter uit de échte Ronde van Vlaanderen. Het moet machtig mooi zijn om met een peloton mountainbikers naar boven te jagen, denk ik de avond voor de start. Dichter bij het werk van mannen als Niki Terpstra, Wout van Aert en Peter Sagan gaan we niet komen.

Na een hectische start en moet ik helaas alle zeilen bijzetten om ook daadwerkelijk in het eerste peloton aan deze korte, maar steile kasseiklim te beginnen. Ik sluit pas net voor de voet weer aan en als we de traditionele bocht naar rechts doorgevlogen zijn voer ik uit wat ik me vooraf al stiekem heb voorgenomen. Demarreren!

Hop, hop, hop. Al staand op de pedalen rij ik iedereen voorbij. Ik pak de kop. Schiet, op de plek waar op de eerste zondag van april dranghekken staan, het gootje in. Ik voel me Wout. Denk aan mannen als Sagan. Aan Niki, die hier solo op weg was naar zijn overwinning. De pijn in de benen neemt toe en ademtechnisch kom ik ook wat in de problemen, maar ik geniet met volle teugen.

Achter me hebben ze minder het gevoel aan een ‘once in a lifetime’ ervaring bezig te zijn want ze laten me rijden. Het gootje voelt als valsspelen. Ik ga de kasseien weer op, ga nog een keer staan en kom zo met een voorsprong van ongeveer honderd meter als eerste boven.

Ja jongens, voor het gevoel en de foto is het wel leuker als jullie het spelletje ‘We doen net of we in de finale van de Ronde van Vlaanderen zitten’ gewoon meespelen. Het is niet te zien op de foto, maar hier rij ik dus alleen op kop op de Paterberg. Foto: Daniël Velsen/Alter Ego Media
In de World Tour gaan ze links af, wij gingen rechts. Hier ga ik voor de sjoo nog een keer staan, maar eenmaal het hoekje om was het zaak om snel te gaan zitten en een paar keer goed adem te halen. De wedstrijd moest nog beginnen namelijk. Foto: Daniël Velsen/Alter Ego Media

Zo. Dat was mooi. Maar nu is het wel zaak om snel mijn eigen tempo te gaan rijden. Mijn tactische plan van vandaag staat namelijk haaks op hoe ik de Paterberg ben opgereden. Uit ervaring van mijn vorige deelname weet ik dat de opeenvolging van klimmen, in combinatie met snelle maar soms ook lastig lopende tussenstukken, dodelijk kan zijn. Het nodig uit tot vlammen, maar ook tot het te vroeg leegrijden van je energietank. En als je op deze ronde geparkeerd komt te staan, dan wordt het niet alleen een fysieke lijdensweg, maar ook een mentale.

Ik laat me meteen terugpakken, sluit achter in het peloton van een man of 25 aan en richt mijn blik op mijn powermeter. Het duurt niet lang voordat ik ben gelost en in een tweede groep kom te rijden. Die mannen staan volledig in de koersmodus. Het is vechten voor posities, naar boven knallen, demarreren en ga zo maar door. Ik doe vooral mijn best overal zo efficiënt mogelijk doorheen te komen. Schuif soms mee, hou me in op de klimmen, probeer op lastige stroken voorin te zitten. Soms laat ik me lossen om daarna in het wiel weer terug te komen. 

Het enige jammere is, is dat ik in een modderpassage in de laatste vijf kilometer het kleine groepje waar ik uiteindelijk in terecht ben gekomen, moet laten rijden. Ik baal, maar het motiveert me ook om, zoals het plan was, een goede tweede ronde te rijden. En dat lukt. Ik kan mijn tempo vasthouden, maar de meeste mannen voor me niet. Het gaat niet in een hoog tempo, maar ik begin aan een opmars. Telkens loop ik in op een, twee of drie mannen voor me. Telkens kunnen ze mijn wiel niet houden. Van de support langs de kant begrijp ik dat ik langzaam maar zeker de top tien in aan het rijden ben en dat wordt het doel.

In de slotfase is het beste er ook wel af, maar dat laatste lukt. Na 5.02 uur kom ik als negende over de streep. Met een goed gevoel: het verval tussen ronde 1 en 2 was maar vijf minuten én ik ben een keer in mijn leven op de Paterberg gedemarreerd. Mijn dag kan niet meer stuk. 

Een van de langere klimmen van de ronde, door het Muziekbos. Hiervoor zat een lastige singletrack op en af. Een van de stukken die ik herkende van mijn voorgaande deelname en waar ik mijn eigen tempo kon rijden, omdat ik de kop had genomen. Op deze klim verbrokkelde de groep van meer dan tien man overigens definitief. Foto: Daniël Velsen/Alter Ego Media
Dat Bram Saeys en ik hier bij het ingaan van de finale ietwat moeilijk kijken, komt omdat we weten wat er nog gaat komen. Een kleine vijf kilometer door het Kluisbos. Het venijn zat ‘m in de staart, laten we het daar op houden. Foto: Daniël Velsen/Alter Ego Media

Etappe 3: 55km/1300hm

De organisatie van de MTB van Vlaanderen waarschuwde de dagen vooraf al: het kan op zondag wel eens veel gaan regenen en dat is niet bevorderlijk voor het gras op het kampeerterrein. Veel campers vertrekken zaterdag al. Wij laten ons campement staan, ook omdat het allemaal wel mee lijkt te vallen. Een verkeerde inschatting. ‘s Nachts is het nog redelijk droog, maar in de ochtend is het zeiknat. De schade voor het gras valt gelukkig mee, maar die op het naastgelegen parcours helaas niet.

Ik heb deze MTB van Vlaanderen uitgekozen als een bandenexperiment en rij mijn eerste koers ooit op de Renegade semi-slick van Specialized. Die voldeed de eerste twee dagen perfect, maar biedt me nu veel te weinig grip. We rijden deze ochtend drie lastige, technische rondes door het Kluisbos. Dat is althans de bedoeling. Ik begin ook nog wel voortvarend en ga na de openingsklim als vijfde het bos in

Voor me zie ik Thom ‘badboy Bonderito’ de eerste drie lastige bochten volledig doorslippen en schuiven. ,,Ik dacht dat ik slecht bochten kon maken”, grap ik nog tegen hem. Hoogmoed komt helaas letterlijk voor de val. Nog geen minuut later ga ik op een glibberig stukje rechtuit het spoor uit en hopla, zo de bramenstruiken in. Terwijl ik mijn fiets uit de takken probeer te trekken, zie ik in mijn ooghoek teamgenoot Bart van het voorgaande steile modderstukje kukelen. Hopla, ook head-first de struiken in. Team ThijsHendriks.nl-Bikesight staat er lekker op…

We doen daarna samen een poging er het beste van te maken, maar het is tevergeefs. De langste klim rijden we kop over kop op, maar in de afdalingen zijn we allebei aan het klooien. Bart gaat er nog een paar keer bij liggen en besluit er na één ronde mee te stoppen. Ik ga op de uitrijmodus en probeer gas te geven waar het kan, en beperk de risico’s op de vele glijstukken bergop en bergaf.

Een Amacx Turbo Fruit is altijd goed voor de moraal. Maar ze konden in deze omstandigheden helaas geen wonderen verrichten. Al leverde het stukje kop over kop joekelen op de langste klim van de dag mijn teamgenoot onbewust de zege op in het BEMC-bergklassement. Zelf was ik daar de snelste van de dag. Toch lekker voor het vertrouwen.

Het parcours is een aaneenschakeling van listige paadjes, waarop het zowel bergop als bergop zoeken is naar grip. Zeker met Renegades. Als ik halverwege de tweede ronde een niet eens zo steile modderklim langs een maisveld op bijna volledig moet lopen vind ik het mooi geweest. Ik zet de joker in. Om mijn materiaal te sparen, om mezelf heel te houden, om mezelf mentaal niet teveel uit te wonen. Het zijn, met al dat water dat nog steeds naar beneden komt, geen makkelijke omstandigheden om te rijden. Ik pak de snelste terugweg naar de camping en zie daar dat ik niet de enige ben: het aantal uitvallers is groot.

“Ga ik dit tot een goed einde volbrengen, of geef ik er zo de brui aan.” Hier was ik er nog niet uit. Foto: Daniël Velsen/Alter Ego Media

Na afloop

Een paar uur later is het kleine heuveltje van het festivalterrein af het laatste lastige obstakel van de dag. Mijn Camperinho stuur ik met wat moeite door de modder, maar het lukt. Zo laat ik MTB van Vlaanderen achter me. Zeker niet definitief, want zoals ik na de editie van 2018 ook al zei: als laaglander móet je deze meerdaagse eigenlijk elk jaar rijden. Heel veel mooier ga je het zo dichtbij niet vinden. 

De laatste tweehonderd meter van de laatste proef van vrijdag, die uiteindelijk (helaas) niet meetelde. Dit is ook vlakbij het grasveld van de finish en de ‘festivaltent’. Daar hing ondanks corona een lekker sfeertje (er was een tap met speciaalbier en het was niet dat die dicht bleef – wel voor ons) en dat is denk ik ook een van de sterke punten van de Mountainbike van Vlaanderen. Ze besteden ook aandacht aan de beleving.