Project Elite powered by 9thWave is nauwelijks voorbij, het fundament voor ons nieuwe Team ThijsHendriks-Bikesight is amper gelegd en hoppa: de eerste bloemen van het jaar zijn al binnen. Oké, vooral met dank aan de klasbakken van Theo Schilder Tweewielers uit Alkmaar, waarmee ik afgelopen zaterdag een mooie tweede plek pakte in de lokaal zeer prestigieuze Businessrace van Egmond-Pier-Egmond. Een hele eer en een geweldige ervaring. Niet alleen vanwege het podium, maar ook omdat met het dragen van een écht snelpak een diep gekoesterde wens in vervulling ging, het een waardevolle voorbereiding op het aanstaande Snowbike Festival was én strandracen gewoon gaaf is. Zeker als het om de knikkers gaat in een teamwedstrijd.

Theo Schilder was titelverdediger, had wat personele problemen en daarom worden zelfs coureurs uit het verre Brabant (teamgenoot Bart moest uiteindelijk afhaken) ingevlogen om de ploeg van acht man te vullen. Geen gemakkelijke opgave. De rit naar Egmond draait door de bizarre weersomstandigheden (code oranje!) uit op een meer dan drie uur durende poolexpeditie. Voordat ik me meld bij de teamtent in Sporthal de Watertoren heb ik kilometers door sneeuw gereden, stapvoets over een spekgladde snelweg geschoven, tussendoor een overbezorgde moeder op de hoogte gehouden van de stand van zaken (kiekt uut!), voldoende gegeten en gedronken en mijn rust bewaard als een geschaarde vrachtwagen een gigantische file veroorzaakt.

Gelukkig zorgt Rijkswaterstaat ervoor dat die binnen twintig minuten weg is, is de weg na Utrecht aanzienlijk beter en kan ik  slechts een half uur na de afgesproken tijd mijn teamgenoten for one day een hand geven: Michel Pannekeet, Michel Agterberg, Bas Rijs, Harald Janssen, Marc Oostendorp, Leander Hamelink en Dave Geurts. Dat de Businessrace een serieuze zaak is in de regio en Schilder een grote speler in het geheel is wordt al snel duidelijk. Het is een drukte van belang rondom de stand van de Alkmaarse fietswinkel, maar een paar minuten nadat ik mijn fiets in het daarvoor bestemde rek heb opgehangen worden door monteurs mijn banden op spanning gebracht, het nummertje aan m’n stuurbord bevestigd én wordt me verteld dat we al richting startvak gaan. Twee uur voor de start: alleen om te zorgen dat de fietsen zo’n beetje op de startlijn staan. Als ervaren Transalp-coureur (iedereen die daar gereden heeft kent de truc) kijk ik er niet eens van op.

Als we teruglopen richting teamtent  maakt teamcaptain Agterberg de tactiek voor de 36 kilometer lange koers bekend. In een wedstrijd waarin de vijf beste tijden van de ploeg worden opgeteld voor het klassement is het doel een of meerdere coureurs in de kopgroep te krijgen. En als dat zover is, zoveel mogelijk af te stoppen, speldenprikken uit te delen en mee te springen met alles en iedereen, maar in ieder geval die Deining of Salomon op hun shirt hebben. Dat is helder.

Na Kerst en Nieuwjaar was ik trots dat ik nog steeds niet al te ver boven m'n streefgewicht zat, maar met twee laagjes onder mijn snelpak ziet het er toch minder scherp uit als gehoopt. Oja, Thijs en Angeilque, als julliie meelezen: het zo ons kledingpakket helemaal afmaken ;). Foto: Eline Linssen
Na Kerst en Nieuwjaar was ik trots dat ik nog steeds niet al te ver boven m’n streefgewicht zat, maar met twee laagjes onder mijn snelpak ziet het er toch minder scherp uit dan gehoopt. Oja, Thijs en Angeilque, als jullie meelezen: een vergelijkbaar pak zou ons kledingpakket helemaal afmaken ;). Foto: Eline Linssen

Een uur later – ik heb me inmiddels in het Theo Schilder snelpak gehesen – lopen we als een stel Reservoir Dogs in fietskleren wat aan de late kant richting de startlijn. Daar staat het al zo vol dat er een hekje aan de kant moet worden geschoven om de acht ‘titelverdedigers’ in het vak te laten. Asociaal laat, precies op tijd, het is maar net hoe je het bekijkt maar ik krijg nog net de kans om m’n jackie uit te doen en m’n overschoenen aan te trekken (die dingen gaan naar de klote van lopen) en bambambam: we zijn al van start. Bochtje links, twee bochtjes rechts en het losse zand in. Valpartijtje rechts, kleine uitwijkmanoeuvre met een voetje aan de grond maar dat gaat goed: ik zit mooi voorin. Met in m’n nek ongeveer duizend andere bikers, want de eerste 18 kilometer zijn wind tegen.

“Asociaal laat, precies op tijd, het is maar net hoe je het bekijkt maar ik krijg nog net de kans om m’n jackie uit te doen en m’n overschoenen aan te trekken”

Het strand loopt voor geen meter, maar aan kop wordt er flink aangevallen. Ik spring een eerste keer mee, maar merk als snel dat wegblijven heel erg lastig is. De omstandigheden zijn zoals het hoort op het strand: kou, regen en een striemende wind. Als we de achterblijvers van de voor ons gestarte reguliere wedsrijdrijders inhalen wordt het chaotisch en overzichtelijk. Al snel krijg ik van patron Agterberg door dat Pannekeet er volgens plan tussenuit is genaaid en dus is het verdedigen geblazen. Ik merk dat ik voorin wel wat uit kan richten en vermaak me prima. Om beurten pareren we aanvallen van andere teams. Soms valt het helemaal stil of val ik door het gedrang terug naar de diepe buik van het peloton. Het kost me telkens niet veel moeite om door de wind weer naar voren te rijden en twee keer gebruik ik een moment van stilvallen om zelf te demarreren.

Zoals het een echte wegkapitein betaamt schreeuwt Agterberg me tijdens die momenten vanuit het peloton volle bak door te gaan, maar het heeft weinig nut. Een keer pak ik honderd meter met twee andere gasten, maar met wind op kop zijn we in no-time weer teruggepakt. Agterberg kijkt desondanks tevreden, maar hij had me beter wat kunnen temperen. Bij het keerpunt is het namelijk snel uit met de pret. Ik kan nog net een valpartij ontwijken, haak nog net aan bij de laatste van het wegsprintende peloton maar realiseer me dan dat ik iets ben vergeten: op het strand valt de slag vaak met wind mee, want dat is stukken zwaarder.

Om een lang verhaal kort te maken: de terugweg wordt een lijdensweg. Door mijn inspanningen van de heenweg, een gebrek aan souplesse en een te klein verzet om dat te compenseren kan ik tot aan de passage bij Castricum geen enkel wiel houden. Richting finish hervind ik mezelf nog een beetje, en pak ik nog wat gasten terug. Ik kom na 1.17u als zesde van het team over de streep: oftewel, mijn bijdrage aan het klassement blijft beperkt tot het tactische rijden op de heenweg. Tot aan de prijsuitreiking blijft het onduidelijk of we onze titel hebben verdedigd, maar uiteindelijk is Team Flexwinkel – waarvan ik de naam in de wedstrijdbespreking niet heb gehoord – ruim sneller.

We zijn er tevreden mee. Meer zat er voor mijn team voor één dag niet in. Bij mij in ieder geval niet. Ik heb lang tegen m’n omslagpunt aangereden (waardevol) en in de auto op de terugweg (die een stuk soepeler verloopt dan de heenweg) realiseer ik me dat ik door alle consternatie voor de start en afzien tijdens de race de zee niet eens heb gezien….