9th-Wave-logo-OG-Compleet-logo-A_nl

De reclameborden van ‘schnitzel mit pommes’ rij ik maar met moeite voorbij. Als ik even later met ruim boven de veertig per uur een huis passeer meen ik toch zeker dat ik uit de keuken de geur van pannenkoeken met spek ruik. Of het is pizza salami. Ondertussen gaan mijn gedachte al de hele tijd uit naar een ouderwets frietje stoofvlees. Met verse aardappels, en een goede klodder mayonaise. Eroverheen, niet ernaast. Ondertussen voelen mijn benen bijzonder vermoeid aan – gelukkig gaat het bergaf – en heb ik een droge bek van hier tot Tokio, maar absoluut geen zin meer in de halflauwe isotone dorstlesser die in mijn bidon zit. Ik wil bier. IJskoud bier, het liefst een halve liter.

Mijn intens verlangen aan vet en ongezond eten en drinken wordt gemixt met een gevoel van teleurstelling. Waar ik had gehoopt om tijdens de Montafon M3 marathon in het Oostenrijkse Schruns mee te kunnen doen om een plek in de top twintig (en me zo te kwalificeren voor het WK) heb ik na 80 van de 132 kilometer het strijdtoneel verlaten, liggend rond positie 40. Niet eens verkeerd – het startveld was toch wel wat sterker dan verwacht – maar ergens won het verstand het gelukkig van de wil: als ik in deze omstandigheden (+30 graden) ook de laatste 1200 hoogtemeters aan het in de 4,5 uur daarvoor opgebouwde totaal van 3100 had toegevoegd, dan was ik de rest van het seizoen waarschijnlijk niks meer waard geweest.

Ik baal. Pas als ik even later bij hotel CombiCamp arriveer en in recordtijd vier gebakken eieren naar binnen heb gewerkt (niet op het lijstje, maar bier en andere vette hap was op korte termijn niet voorhanden) begin ik me te realiseren dat het stom is om teleurgesteld te zijn. Ik heb gegokt en verloren. Dat kan gebeuren. Zittend in mijn campingstoel gaan de gedachten gelukkig snel weer uit naar een week eerder, de wedstrijd de basis was om met veel zelfvertrouwen deze ongeplande poging te wagen: de Bike Transalp, het hoofddoel van Project Elite powered by 9thwave.

Want was dat fantastisch.

Niet dat het allemaal vanzelf ging. Nee, het kostte moeite. Het was hard werken in de maanden vooraf. Tijdens de wedstrijd veel geven in het wiel van mijn sterkere teamgenoot Bart (ik was er een week later dus nog niet van hersteld). Maar het was het meer dan waard. Samen met de begeleidende vaders Maarschalk Mart (chef koers) en Generaal Gerry (chef camper) beleefden Bart en ik als Team 9thwave powered by ThijsHendriks een week uit het boekje. Na onze 30ste plek van vorig jaar wisten we meer in onze mars hadden. Top 25 zou haalbaar moeten zijn, top 20 fantastisch. Maar dat we uiteindelijk zouden finishen als beste Nederlandse team op de 16e plek, dat hadden we nooit verwacht.

Een breder verhaal over het wel en wee van een team in deze prachtige meerdaagse volgt deze winter in het magazine Wielerrevue. Op Bikesight beperk ik me zoveel mogelijk tot de race. Zeven etappes van de Bike Transalp powered by Sigma 2016. In 519 kilometer via 17750 hoogtemeters van Imst (Oostenrijk) naar Arco (Italië). Het is een verhaal over een pittige strijd tussen Nederlandse teams, een gedegen koersplan, focus en ontspanning, plezier en vooral optimaal teamwork.

Etappe 1

CBT_HP_Etappe02

Door al mijn inspanningen voor Project Elite weet ik dat ik er beter voor sta dan een jaar ervoor. In de aanloop naar de Craft Bike Transalp zorgt trainer Guido Vroemen ervoor dat ik goed uitgerust en in vorm aan deze zevendaagse beproeving kan beginnen. Zelf let ik zo goed mogelijk op mijn voeding om zo scherp als het kan aan de start te verschijnen. Ook Bart staat er prima voor: beter in conditie, een paar kilo’s lichter ook. Toch durven we onze verwachtingen niet zo goed aan een resultaat te vebinden. “Beter dan vorig jaar”, is de zin die we vaak uitspreken.

Waar we meer mee bezig zijn is hoe we ons verhouden tot twee andere Nederlandse teams: Team Habitat for Humanity met Rob van der Werf en Henk Bos en SforZ-Van Tuyl, met Patrick de Laat en Roel Verhoeven. Alle vier specialisten en regelmatige podiumkandidaten bij marathons. “Het zou gaaf zijn als we met deze teams kunnen strijden”, geeft Bart in de aanloop naar de eerste etappe een paar keer aan.

En dat is precies wat er vanaf de start van de Transalp gebeurt. In de eerste kilometers gaat het relatief makkelijk omhoog. Bart en ik hebben meteen ons ritme van vorig jaar te pakken. Ik zit vrijwel onafgebroken op 10 centimeter van zijn achterwiel en bepaal het tempo. Dat ligt op de grens van mijn kunnen, maar er (net) niet overheen. Op driekwart van de eerste beklimming rijden we in een omvangrijke groep, met Habitat fris voorin en SforZ-Van Tuyl aan het elastiek. Als het richting de top wat steiler wordt, moeten zij eraf. In de eerste vallei komt de oorspronkelijke groep weer samen. Ik voel dat we als Nederlanders elkaar de hele tijd in de gaten houden. Dat we in ieder geval niet veel voor ze onderdoen is goed voor mijn moraal.

Het kan bij de Transalp soms geen kwaad om de routedetails goed te bekijken. Ik weet dat er een paar kilometers over een lastige singletrack komen. Bart rijdt me op mijn verzoek naar voren en exact op het juiste moment schieten we als eerste het paadje op, waarbij we ook weer meteen bij een nieuwe groep aansluiten. Het pad is prachtig. Soms even van de fiets af, zelfs een paar minuten omhoog rennen. Als we weer op een breed pad komen en ik achter me kijk, zie ik dat de sliert achter ons gebroken is. Dit is het moment voor een eerste tik richting onze Nederlandse concurrenten!

We haken aan bij een klein groepje met onder andere het eerste mix-team met Britse kampioenen Ben Thomas en Sally Bigham en Bart ontwikkelt op kop een mooi tempo om het verschil te vergroten. Het werkt: een paar honderd meter achter ons is niemand meer te zien. Er volgt een beklimming van ongeveer 9 kilometer en 900 hoogtemeters en daar merk ik voor het eerst dat het écht wel eens mooie Transalp kan worden. We rijden weg bij onze groep (al blijven Bigham en Thomas op het vinkentouw), halen een sterk Mastersteam in (Stefan Danowski en Max Friedrich, ook geen pannenkoeken) en schuiven zelfs in de afdaling nog wat op.

sportografetappe1
Met een paar toppers in ons wiel over de tweede top. We zouden ze deze week nog vaker tegenkomen. Foto: Sportograf

Na een nieuw vlak stuk hoor ik van Bart (die even goed achterom heeft gekeken) dat het verschil met Habitat nog klein is. Daardoor rij ik het begin van de laatste beklimming net iets te hard bergop. Twee kilometer onder de top val ik stil, zoals ik al vaker in openingsetappes van meerdaagses heb gehad. Bart sleept me er doorheen (soms letterlijk, hallo tiewrap aan z’n zadel) en mede daardoor blijven we de andere Nederlandse teams voor. We komen na 4:01.36 binnen op een achttiende plek, respectievelijk 2 en 2,5 minuten voor Habitat en SforZ-Van Tuyl. Een start waarvan we droomden!

Powerfile Trainingspeaks

Etappe 2

CBT_HP_Etappe02

Je moet het ijzer smeden als het heet is, maar ook weer niet meteen teveel willen. Als Bart en ik overleggen over onze koerstactiek voor de tweede, relatieve korte tweede etappe besluiten om te proberen meer voorsprong te pakken op SforZ-Van Tuyl, en nog niet zo bezig te zijn met Habitat. Omdat De Laat geen snelle starter is, moet het op de eerste beklimming van 800 hoogtemeters gebeuren. Op de avond vooraf plannen we een soort van kamikaze-start om snel uit het zicht te verdwijnen en ze zo te ontmoedigen.

Na het startschot slalomt Bart als een volleerd wegjeanet door het veld. Ik moet diepgaan, tik even de rode cijfers aan bij het passeren van wat andere coureurs maar kan net aanpikken. Ik krijg moraal als ik zie dat ons plan voorlopig lijkt te slagen: onze concurrenten rijden al snel op flinke achterstand en belangrijker: ze zijn snel uit het zicht. Na de eerste paar intensieve kilometers moet ik wel snel op zoek naar ritme, maar dat gaat niet vanzelf. De hele klim, maar vooral het steile einde is een flinke worsteling. We geven wat toe op de teams om ons heen. “Gelukkig is het maar een korte etappe”, zeg ik tegen mezelf.

sportografetappe2
Fantastisch pad net na de eerste top. Door een oude verdedigingslinie maar met vooral een prachtig uitzicht op de Reschensee, voor onze neus. Foto: Sportograf

Na een mooie technische afdaling beginnen we met de beter dalende mannen van Habitat aan de tweede beklimming. Tot mijn tevredenheid rijden we zonder al te diep te gaan ook weer bij ze weg.  Daarna volgt weer een prachtige trail naar beneden. Over wortels, rotsen, met switchbacks. En met een aantal modderpoelen. Eén is zo diep dat ik er na een drop met mijn voorwiel in blijf steken. Ik ga over mijn stuur heen, bijna kopje onder in de plas. Mede daardoor sluit Habitat weer bij ons aan.

In een grote groep voltooien we de laatste vijftien, relatief vlakke kilometers naar Scuol. We finishen in 2:54:57 op de 21e plek en blijven 18e in het klassement (22e overall),  maar SforZ-Van Tuyl komt niet lang na ons binnen. Zij hebben een ijzersterk einde gereden: het blijft daardoor nog steeds een strijd tussen drie teams. Mooi!

Strijden onderweg en - zoals het hoort - ouwehoeren naderhand. Hier sta ik met kopmannen Bart, Roel en Rob. Die laatste constateert dat ik de enige ben die een modderpoel volledig geraakt heeft. Foto: Gerry van Loon
Strijden onderweg en – zoals het hoort – ouwehoeren naderhand. Hier praat ik na met kopmannen Bart, Roel en Rob. Die laatste constateert op lichtelijk vreemde wijze dat ik de enige ben die een modderpoel volledig geraakt heeft. Foto: Gerry van Loon

Powerfile Trainingspeaks

Etappe 3

CBT_HP_Etappe02

De derde etappe van een meerdaagse is nooit mijn sterkste. Daarnaast boezemt ook het profiel van de rit richting Livigno me angst in. Veel bergop, veel op hoogte, veel technische trails en een venijnig slot. We rijden de eerste asfaltbeklimming aan een mooi tempo op met Habitat in ons wiel (en lossen SforZ-Van Tuyl), maar als we op schotter overgaan en het pad verandert in een mix van vlak, vals plat en korte, steile poefjes besluit ik met dat alles in gedachte wat te consolideren. Onze concurrenten trekken flink door, maar als ik naar mijn wattages kijk op mijn powermeter zie ik dat dat teveel van het goede voor mij is. “Dat gaan ze nooit tot het einde volhouden”, hou ik Bart voor. 

Een paar uur lang rijden Bart en ik echt ons eigen tempo, zonder bezig te zijn met de teams om ons heen. We rijden stevig door, maar wel met reserves zowel bergop als bergaf. Teamwork in optima forma, want Bart – hoewel hij liever in het wiel van Habitat was meegegaan –  zorgt ervoor dat ik me wanneer het kan zoveel mogelijk spaar. Hij accepteert dat we in deze etappe het verschil niet gaan maken. We rijden daardoor relatief ontspannen rond en dat geeft ons de kans om optimaal te genieten van deze prachtige rit. Schitterende paadjes voeren ons door een prachtige vallei met azuurblauwe meren. Puur berglandschap, puur genieten. Een van de laatste beklimmingen eindigt met een pittige (maar mooie) singletrack en in verre verte zien we als ik het goed kan beoordelen de shirts van Habitat rijden.

Geen straf om doorheen te fietsen. Al kon je ook niet onbeperkt om je heen kijken: de paadjes waren soms aardig smal én met verraderlijk gravel. Ging allemaal goed. Foto: Sportograf
Geen straf om doorheen te fietsen. Al kon je ook niet onbeperkt om je heen kijken: de paadjes waren soms aardig smal én met verraderlijk gravel. Ging allemaal goed. Foto: Sportograf

Doordat we tot nu toe zo steady hebben gereden heb ik nog wel wat over. Na de afdaling is de opdracht simpel voor het laatste lusje met 300 hoogtemeters rondom Livigno: volle bak en kijken of we het gat nog kunnen dichten. Dat gaat heerlijk. We halen Danowski en Friedrich in alsof ze stil staan. Bos en Van der Werf krijgen we helaas niet meer in het vizier, maar we blijven alles geven. Na 3:53:32 komen we als 23e binnen, slechts één positie en twee minuten achter Habitat. Ze staan nu tien seconden voor ons in het klassement, waarin we zakken naar de 21e plek (25e overall). Voor Patrick en Roel verloopt de etappe minder. Patrick maakt al vroeg een fikse valpartij (in een ravijn), maar het zijn taaie: ze komen niet heel ver na ons binnen. Voor de derde dag op rij finishen we als Nederlandse teams gebroederlijk achter elkaar in het dagklassement.

Powerfile Trainingspeaks

Etappe 4

BT_HP_Etappe04

Het dagje consolideren heeft me goed gedaan. Aan het begin van de vierde etappe richting Bormio voel ik me meer dan prima. Bart en ik, maar ook onze vaders hebben alles onder controle, zijn ontspannen en genieten met volle teugen van het hele spektakel. Natuurlijk, de benen zijn inmiddels wat zuur, maar we hebben er allebei nog steeds veel zin in, vooral omdat we vandaag voor het eerst echt een lange, gelijkmatige beklimming mét haarspeldbochten voor de kiezen krijgen: de Umbrailpas (2500m), met nog een extra toetje over singletrack en daarna een lange afdaling richting de streep. Door de valpartij van SforZ-Van Tuyl (en de toch wel pittige gevolgen) concentreren we ons vooral op de mannen van Habitat. Gezien hun daalkwaliteiten wordt het zaak om op de Umbrailpas zo veel mogelijk voorsprong te pakken

De start is echter chaotisch. Een lange, vlakke neutralisatie over breed asfalt. Overal schieten coureurs langs de zijkant naar voren, naar plekken waar ze absoluut niks te zoeken hebben. Wonderwel kan ik redelijk voorin blijven, en zo’ beetje in het wiel van Henk begin ik aan de eerste klim, maar onze partners zijn nergens te bekennen. Bart zit aan de verkeerde kant van het peloton en rijdt daardoor ver naar achter. Ik besluit door te rijden en dat is de juiste keuze. Halverwege sluit hij met Rob in zijn wiel bij ons aan. Er volgen weer een paar prachtige kilometers met singletracks en schitterende schotterpaden door een schoonheid van een vallei. Na een lange, snelle afdaling beginnen we in een redelijk omvangrijke groep, met uiteraard Habitat, aan de Umbrailpas.

Ik heb nog meer dan in de voorgaande etappes het gevoel dat het nu  moet gebeuren. Dat ik voor dit soort momenten de afgelopen acht maanden zo hard getraind heb. Dat ik voor deze kilometers ontelbare blokkentrainingen heb gedaan. Ik wil het liefst meteen de gaskraan vol opendraaien, maar denk aan onze tactiek van vorig jaar: eerste ritme zoeken, dan pas de maximale kruissnelheid aannemen. Die juiste cadans heb ik na twee haarspeldbochten wel te pakken. Ik geef Bart het teken om het tempo iets op te voeren. Al snel pakken we een meter of tien voorsprong, onze samenwerking doet de rest. Telkens als het een klein beetje afvlakt voert Bart het tempo nog een klein beetje op. Ik blijf hetzelfde wattage trappen, maar krijg door het werk van Bart telkens een extra versnelling. Ik heb er de volle focus voor nodig  en moet al mijn energiesystemen aanspreken om op het wiel van Bart te blijven, maar het werkt, en dat is een heerlijk gevoel.

Niet dat ik alleen maar in het wiel zat... Foto: Sportograf
Niet dat ik alleen maar in het wiel zat… Foto: Sportograf

Langzaam maar zeker groeit het gat naar een minuut of drie, gok ik als ik vlak onder de pas een paar haarspeldbochten naar beneden kijk. Ik weet ook dat de buit nog niet binnen is: in de lange afdaling zal ik mijn uiterste best moeten doen om ze achter ons te houden. Omdat ik op de klim aardig diep ben gegaan maak ik in de eerste paar dalende kilometers een paar fouten, met flink snelheidsverlies tot gevolg. Gelukkig wordt de afdaling na een paar kilometer makkelijker én zitten er tegen het einde nog een paar benen-opblazende poefjes in. Daar geven Bart en ik alles (auw!) en dat blijkt genoeg om met een tijd van 3:54:45 precies twee minuten voor Habitat binnen te komen op de 17e plek.  We zijn dankzij de beste daguitslag tot nu toe weer de beste Nederlanders in het klassement, waar we met een 19e plek (23e overall) weer de top 20 in duiken. Bam!

Deze was voor De Generaal. Foto: Transalp
Deze was voor De Generaal. Foto: Transalp

Powerfile Trainingspeaks

Etappe 5

CBT_HP_Etappe02

De vijfde dag. Vorig jaar was dit een van onze sterkste dagen. “Toen begon het pas”, zegt Bart telkens als we terugkijken op onze eerste Transalp. ΅Toen zaten wij al lang en breed op het terras, terwijl onze concurrenten nog binnen moesten komen.” Geen woord aan gelogen – we finishten die dag tien plekken hoger dan de ritten daarvoor – maar ik weet ook dat dat vandaag niet gaat gebeuren. In de top twintig is de concurrentie moordend. De verschillen richting de top vijftien zijn niet supergroot. We hopen nog iets op te kunnen schuiven, maar hebben ook nog steeds af te rekenen met Habitat.

DSC_8848
Concentratie voor de start van de vijfde etappe. Of zouden het zorgen zijn geweest? Foto: Urban Vesel

Dat blijkt wel op de korte klimmen richting het asfalt van de Gavia-pas, de hoofdmoot van vandaag. Het is koers alsof we pas net zijn begonnen aan deze zevendaagse. Onze vaste concurrenten hebben de handdoek duidelijk nog niet in de ring gegooid en zetten ons flink onder druk. Ik moet een paar keer passen (gisteren heeft toch wel zijn tol geëist), maar het verschil wordt gelukkig niet groot. Na een nieuwe versnelling van het tweetal zie ik aan de lichaamstaal van Henk, die iets minder sterk is dan Rob, dat hij het lastig heeft. In een fractie van seconde besluit ik dat de aanval de beste verdediging is.

“Versnellen!”, zeg ik tegen Bart. Als Contador in zijn beste dagen gaat hij op de pedalen staan. Ik haak aan. Het gat is in no-time gedicht. In de eerstvolgende haarspeld schieten we ze in de binnenbocht voorbij. We trekken nog even door en pakken een voorsprong van honderd meter.

Niet lang daarna komt een vlakker stuk en een afdaling en sluiten ze toch weer aan. Toch weet ik dat dit geen mislukte actie of verspilde energie is: dit moet hun aanvalsmoraal voor een groot deel gebroken hebben. Een ding is zeker: op de Gavia, een vergelijkbare beklimming als de Umbrail, rijden we weer een paar minuten bij ze weg. Bart is bergop weer mijn rots in de branding. Constant hebben we contact over het tempo. De manier hoe hij ons laat klimmen bevalt ook Sally Bigham en Ben Thomas, inmiddels de onbetwiste leiders in het Mix-klassement. Zij zitten van beneden tot boven in ons wiel.

Het uitstekende gevoel van de Gavia slaat in de afdaling snel om. Bart heeft wat last van zijn voeten en dan is vijf kilometer loeitechnische, supersteile singletrack geen pretje. We worden als vaker deze Transalp gepasseerd door wat absurd rap dalende Italianen (die gasten in top 20 kunnen sturen!), maar ik blijf tegen mijn teamgenoot zeggen dat we niet slecht naar beneden aan het rijden zijn. Het is in ieder geval genoeg om met een kleine voorsprong op de teams die we op de Gavia gelost hebben aan de tweede beklimming te beginnen.

Daar heb ook ik het moeilijk en even kan ik geen beroep doen op mijn zo behulpzame teamgenoot: Bart moet vanwege zijn voeten even met zijn eigen rijden bezig zijn; dat mag ook wel een keer. Het is een steil, slecht lopend pokkeding en als ik achterom kijk zie ik dat Habitat, Thomas en Bigham en ook SforZ/Van Tuyl ons in het vizier houden. Ik sta mezelf daardoor niet toe om de druk even van de ketel te halen. Ik blijf pushen en na een lange, parel van een singletrack op de top liggen we gelukkig nog steeds voorop.

In de lange, niet zo steile afdaling richting de finish in Mezzano rijdt Bart – die is blij dat hij bijna binnen is –  zich helemaal leeg omdat zo te houden. Ik kan verbazend goed zijn wiel houden. Het leegrijden van mij en pijnlijden van Bart blijkt niet voor niks: we komen in 4:30:56  binnen als 15e. Voor de vierde keer in vijf dagen als eerste Nederlandse team. Verrassend genoeg komen Roel en Patrick ondanks hun tegenslag van de dagen ervoor snel na ons binnen. Habitat verliest kostbare tijd: ze hebben lekgereden én ook in de afdaling van de Gavia een stuk verkeerd gereden. Zelf klimmen we op naar de 18e plek (20e overall) in het klassement.

Powerfile Trainingspeaks

DSC_8990
Bijtanken in het wiel van Bart. Foto: Urban Vesel

Etappe 6

CBT_HP_Etappe02
Door de ontwikkelingen van gisteren hoeven we niet meer zo bang zijn voor onze hardbevochten status van eerste Nederlanders. Nee, Bart is al weer met anders bezig. Door het uitvallen van toppers Alban Lakata en Kristian Hynek (sleutelbeenbreuk) zijn we zelfs opgeschoven naar de zeventiende plek in het klassement. Nummer zestien (“de Groene Italiaantjes”) staat zes minuten voor ons. “Maar die werken totaal niet samen”, zegt Bart als hij die middag zijn vochtgehalte op peil brengt op een terras.  “Die sterke rijdt altijd ver voor en die zwakkere kunnen we hebben. En als er dan nog een team uitvalt of er doorheen zakt, staan we vijftiende.” En dat betekent dat we op de laatste dag opgeroepen worden voor het eerste startvak. Mij heeft-ie overtuigd voor een coupe-poging in de etappe naar Trento.

Halverwege de eerste beklimming van de dag ben ik daar niet zo blij meer mee. We liggen weliswaar beter dan ooit en inderdaad voor de het mindere, jongere Groene Italiaantje, maar ik zie ook meer af dan ooit. Soms hang ik even aan de tie-wrap achter Barts zadel om de benen rust te geven zonder snelheid te verliezen. Vlak voor de top zie ik het menneke (hij is pas 20) nog steeds vlak achter ons rijden. De coupe-poging is mislukt. Na deze eerste beklimming volgt een snel tussenstuk. Daar zitten we in een grote groep (met uiteraard weer het leidende mix-team én ook weer Habitat). Ik kies ervoor om mijn krachten zoveel mogelijk te sparen voor de laatste beklimming.

Het ging deze rit niet vanzelf... Foto: Sportograf
Het ging deze rit niet vanzelf… Foto: Sportograf

Dat is de juiste keuze. We rijden weg bij iedereen in onze groep. Halen richting de top nog meer gasten bij. In de afdaling (waar een stukje gelopen moet worden) klontert een en ander samen. We finishen in het wiel van de Groene Italiaantjes als 18e. Met onze tijd van 4:01:29 hebben we (dankzij onze sterke einde) een mooie voorsprong van zes minuten op Habitat. De Hollandse strijd is nu echt gestreden, ook omdat Sforz-Van Tuyl vanwege de vele tegenslag de handdoek in de ring gooit.

Powerfile Trainingspeaks

Etappe 7

 CBT_HP_Etappe02

Zonder enige druk staan we daarom aan de start van de laatste etappe. Als we op een fatsoenlijke manier finishen is onze Transalp geslaagd.  Maar zonder dat we dat echt hardop tegen elkaar uitspreken hebben Bart en ik een plan: net als vorig jaar de laatste lange beklimming als een dolle oprijden en gaan voor de beste daguitslag van deze Transalp. Dat het wat minder weer is dan de dagen ervoor bevalt me eigenlijk wel: in deze omstandigheden rijden we altijd goed.

Na de neutralisatie kan ons plan voor ons gevoel de prullenbak in. In een 180 graden bocht een steile asfaltweg op is het een gekkenhuis: we staan stil, fietsen om ons heen haken in elkaar en we moeten de eerste honderd meter over asfalt omhoog rennen. We beginnen veel verder naar achter dan gepland aan deze beklimming. Er zijn twee opties: of meteen veel geven en snel naar voren rijden, of een steady tempo neerzetten dat we tot het einde vol kunnen houden. Ik kies voor het laatste.

In de eerste kilometer halen we teams die we tot dan toe nog nooit gezien maar langzaam in, maar op een eerste singletrack sluiten we gelukkig weer aan bij de leiders Bigham/Thomas en Habitat. We rijden weer op onze vaste positie. Ik vind het zonde om de cadans die we dan al gevonden hebben te doorbreken en schiet ze meteen voorbij. Bart neemt over en de beslissende kloof is al snel geslagen.

Dan gaat het rap met onze moraal. In de daaropvolgende kilometer halen we de opnieuw alleen rijdende jonge jongen van de Groene Italiaantjes bij. Hij probeert even ons wiel te pakken, maar moet er al snel af. Op een pad door een bergweide zie ik nog een team of vier voor ons rijden. “Dat zijn de onze”, zeg ik tegen Bart. “Want ons gedeelte moet nog komen. Vanaf de Vertical Ride alles geven tot de top. Vrijwel allemaal schotter. Gas erop!”

We hebben het beste voor het laatst bewaard. Mijn benen zitten tegen de verzuring aan, maar ik ga net niet over het randje heen. Ik kan op mijn powermeter wattages volhouden zoals ik ze de hele week nog niet gezien heb. Dat is voldoende om de Italianen met de Spijkerbroeken (aardige gasten die de hele Transalp al bij ons in de buurt rijden) te passeren. We sluiten aan bij het vriendelijke Belgisch/Roemeense team van de vijtiende plek en het tweede team van Topeak Ergon, met toppers Jeremiah Bishop en Erik Kleinhans (dertiende).

Aangezien we achter ons wel wat speling hebben én ik voorzichtig denk aan de zes minuten achterstand die we hebben op het team voor ons, waag ik een gok: er gaat nog een klein tandje bij. We lossen de Belg en de Roemeen, schieten een paar sterke Costa Ricaanse Masters voorbij en zetten Topeak onder druk. Op een vlakker asfaltstuk na een kort afdalingkje zet Bishop zich op kop. Handjes op het stuur, klaar om flink snelheid te maken. Bart is er niet van onder de indruk en rijdt hem met mij in zijn wiel voorbij. Aan de kant dude, we willen verder naar voren!

Daarvoor hebben we nog ongeveer twee kilometer. Richting de top rijden we voorbij een Oostenrijkse ploeg (elfde in het klassement) en net als de afdaling begint tikken we het achterwiel aan van de leiders bij de Masters (Massimo de Bertolis en Andreas Laner) en de wereldkampioen XCE Daniel Federspiel en zijn partner Daniel Rubisoier (tiende). Hoppa, bij de beste tien boven op de laatste hoge top van de Transalp! Ik moet bijna lachen van het plezier op de fiets.

Maar we moeten wel nog veilig naar de streep.

Dat gaat in de eerste afdaling goed. De teams voor ons moeten we laten gaan, maar niemand passeert ons én er is nog een ander team dat op een of andere manier als een natte krant daalt. Bijna beginnen we erin te geloven dat we deze etappe ook echt in de top tien kunnen finishen. We weten echter allebei ook dat er nog een bijzonder lastige en lange Enduro-challenge komt, zeker nu het water met bakken uit de lucht komt. Daar geven we alles conditioneel, maar komen we er ook niet onderuit om de risico’s bergaf te beperken. Onze technische skills (of ja, vooral die van mij) zijn minder dan de ploegen om ons heen én ik wil absoluut niet in de laatste dalende kilometers met een val de hele Transalp verpesten.

Vier teams rijden ons daardoor nog voorbij, maar dat interesseert me eigenlijk geen reet. We komen veilig beneden en rijden na 3:01:39 als 14e team Arco binnen, zes minuten voor de Groene Italiaantjes. Precies genoeg om, ongepland, ook nog een plekje winst te boeken in het klassement. Een geweldig einde van een geweldige Transalp!

Bewijs dat we in de top tien bovenkwamen op de hoogste top is er niet, bevestiging van het spreekwoord 'Hoe hoger de sok, hoe harder de snok' wel. Foto: Sportograf
Bewijs dat we in de top tien bovenkwamen op de hoogste top is er niet, bevestiging van het spreekwoord ‘Hoe hoger de sok, hoe harder de snok’ wel. Foto: Sportograf

Powerfile Trainingspeaks

Volledige einduitslag

De evaluatie

Als we het vooraf hadden kunnen bedenken, hadden we het zo gepland. Vanaf het begin tot het einde ging deze Transalp van een leien dakje. Oké, natuurlijk waren er mindere en zware momenten, maar alles bleef tot een minimum beperkt. Van Imst tot Arco hadden Bart en ik er lol in. Tijdens de etappes maakten we (meestal) de juiste keuzes, bleven we geconcentreerd en zorgden we  dat we onze motor niet overbelastten. Verzorger Mart (pa van Bart) zorgde er (met de hulp van supporter Joan) voor dat we op veel momenten met maar één bidon per persoon konden rijden, dat we onze eigen dorstlesser tot onze beschikking hadden en zo nu en dan extra water konden pakken.

Een volledig voldaan gevoel aan de finish. Foto: Gerry van Loon
Een volledig voldaan gevoel aan de finish. Foto: Gerry van Loon

In tegenstelling tot vorig jaar (toen overnachtten we in hotels) huurden we voor deze week in de buurt van Stuttgart een camper. Mijn pa zorgde elke dag voor een prima plek om te overnachten. De verwachtte drukte met campers bleef uit: niet alleen omdat er voor mijn gevoel minder campers  meereden dan in het verleden, maar ook omdat ‘de Generaal’ er telkens voor zorgde dat hij al ruim voor acht uur in de ochtend op weg was naar de volgende startplaats.

Dat kon hij doen omdat het ritme er vanaf de eerste dag goed inzat. Zonder stress konden we telkens om acht uur het startvak in na een rustig en uitgebreid ontbijt (6 uur) en een half uurtje omkleden en spullen bij elkaar grijpen. Alles hadden we bij de hand. Ook onze fietsen, die telkens door Mart in orde werden gemaakt en klaargezet. Na de etappe gebruikten we de tijd om zo weinig mogelijk te doen en zoveel mogelijk te eten: ’s middags bij de camper een uitgebreide lunch, ’s avonds op de (prima verzorgde) pasta party’s. Leven als een prof!

Prima camperplek in Bormio. Foto: Gerry van Loon
Prima camperplek in Bormio. Foto: Gerry van Loon
Schaften en sleutelen in Mezzana. Foto: Gerry van Loon
Schaften en sleutelen in Mezzana. Foto: Gerry van Loon

Dat alles droeg bij aan een van de gaafste weken ooit op de bike. Het parcours van deze Transalp was qua afstand en hoogtemeters ‘doable’ en het weer zat mee, maar dat gaf ruimte om meer bezig te zijn met tactiek en het zo goed mogelijk uitvoeren van een raceplan, in mijn ogen ook een van de mooiere dingen van het rijden van mtb-marathons. Ik heb nu Transalps drie gereden, maar ik vond de trails en vergezichten dit jaar mooier dan ooit. Bijna elke etappe had wel significant technische stroken bergaf waar de betere dalers flinke voorsprong (lees: minuten) terug konden pakken op mindere downhillers.

Dat wij bij die laatste groep hoorden en bergaf wat tijd verloren namen we voor lief en mocht de pret niet drukken. We gingen namelijk harder dan vorig jaar. Niet alleen naar beneden, maar ook naar boven. Kijkend naar de uitslag van vorig jaar en deelnemers die toen ook aan de start stonden reden we elke etappe gemiddeld tien minuten tot een kwartier verder  naar voren in het veld. Dat kwam grotendeels door een betere conditie, maar ook door nog verfijnder teamwork (zowel onderweg als daarbuiten), met dank aan de ervaring van vorig jaar. We wisten waar we mee bezig waren, wat we konden verwachten en hoe we deze zeven dagen op een goede manier wilde overleven.

Dat dat dan allemaal lukt is dan ontzettend gaaf. Een zestiende plek in de Transalp zal voor veel mensen misschien weinig betekenen. Het is immers maar een simpel cijfertje. Maar het is wel een uitslag waar we ontzettend trots op zijn.

Tja, en daar kun je overmoedig van worden. Mijn deelname aan de Montafon M3 (132km/4300hm) in Oostenrijk een week later was er wat te veel aan. De vette honger die ik na mijn opgave had is grotendeels gestild (alleen het frietje stoofvlees staat nog op het lijstje), maar de honger naar nieuwe koersen is groter dan ooit. De training is inmiddels weer opgepakt. Komende tijd ga ik rustig wat normale marathons rijden en op die manier toewerken naar het laatste grote doel van Project Elite powered by 9thwave: mijn eerste NK Marathon bij de elites.

Voeding

Sponser

Tijdens de Transalp reed ik (net als de wedstrijden eerder dit jaar) met de voeding van Sponser Sportfood. Tijdens de wedstrijd werd de kracht van deze producten nog eens extra duidelijk: niet alleen leveren ze meer dan voldoende energie, ze houden je maag ook rustig. Tijdens deze zeven dagen heb ik geen enkele maag- of darmklachten gehad. Zowel ’s ochtends, ’s middags als ’s avonds had ik zin om te eten én kon ik zonder problemen voldoende normale voeding naar binnen werken. Want dat is iets waar ik wel aan vasthoudt: ik probeer tijdens een meerdaagse zo normaal mogelijk te eten. Dus gewone boterhammen in de ochtend (zoet en hartig), een lunch met wat extra’s (pannekoeken, havermoutpap <– geheimtipp) en de pasta’s op de party’s. Herstelshakes werken voor mij niet.

Tijdens de koers reed ik als altijd voornamelijk op gelletjes. Elke etappe in ieder geval een Liquid Energy BCAA (60ml), een Liquid Energy Plus (60ml), een Liquid Energy (60ml) en een Liquid Energy Long (40ml). Dat vulde ik aan met verschillende aantallen Liquid Energy Plus (40ml), gelletjes van de organisatie en soms een (halve) mueslireep. Ongeveer een uur en een kwartier voor de start at ik nog een simpele Sultana, ongeveer 45 minuten voor de start een gelletje met caffeïne om goed wakker te worden. Tijdens de wedstrijd dronk ik tussen de 3 en 5 bidons Sponser Isotonic (Red Fruit), iets lichter aangemaakt dan voorgeschreven.

Natuurlijk, de hoofdmoot van de Transalp is nog steeds schotter. Maar de liefhebbers van technische trails kwamen afgelopen jaar meer dan ooit aan hun trekken. Foto: Sportograf
Natuurlijk, de hoofdmoot van de Transalp is nog steeds schotter. Maar de liefhebbers van technische trails kwamen afgelopen jaar meer dan ooit aan hun trekken. Foto: Sportograf

 Meer foto’s in dit fotoalbum

Dank!

Als laatste nog een bedankje richting allereerst onze verzorgers Gerry (De Generaal) en Mart, zonder hen was deze Transalp niet mogelijk geweest. Ook dank aan supporters Gerry (voor de Facebook-foto’s) en Joan Dijkink (voor het extra drinken) en de meiden van Peerkes Biketeam voor hun fanatieke aanmoedigingen, Henk, Rob, Patrick en Roel voor de mooie strijd en uiteraard Bikesight.nl-sponsoren Ninth, 9thWave, Lake en Sponser Sportvoeding  voor de ondersteuning. 

De twee perfect werkende bikes na gedane arbeid. Foto: Gerry van Loon
De twee perfect werkende bikes na gedane arbeid. Foto: Gerry van Loon