Wie mij als coureur wat langer kent, die weet dat ik in het verleden altijd last had van een ernstig diepe winterslaap als het aankwam op mountainbiken. Na mijn laatste marathon van het seizoen, vaak al ergens halverwege september, lag mijn focus op een andere liefhebberij (volleybal) en ging het fietsen op een lager pitje. Op de momenten dat ik vervolgens wel op mijn bike zat durfde ik mijn hartslag absolúút niet boven de 160 te laten komen. Om een lang verhaal over kansloos langzaam gereden toertochten kort te maken: mijn conditie bereikte jaarlijks net na de carnaval een absoluut dieptepunt waar ik pas in augustus, vlak voor de volgende winterslaap, weer was uitgeklommen.

De laatste jaren pak ik het iets anders aan. Ik probeer zo aan het einde van het jaar de vorm wat langer vast te houden, volleybal is wat minder belangrijk geworden (ik ben sinds dit jaar zelfs helemaal gestopt met zelf spelen), ik train meer en intensiever in de winter, rij toertochten (als ik zin heb) gewoon door én durf in die periode zelfs zo nu en dan een wedstrijdje mee te pakken. Zoals een strandrace. Zoals Hoek van Holland – Den Helder, afgelopen zondag. Niet alleen om aan de koershardheid gewend te blijven, maar vooral ook omdat het fietsen op het strand gewoon ontzettend kicken is. Zeker zo’n klassieker van 130 kilometer.

Twee jaar geleden deed ik ook als eens mee en wat ik me daar van kan herinneren is niet alleen de geur en het geluid van de zee, maar vooral ook het heel erg hard jagen (vaak 40+) over een breed strand. Een strand wat toen, op enkele punten na zo glad, strak en hard als een biljartlaken was. Nou, dat was deze keer wel anders.

De koers
Samen met Transalp-partner Bart sta ik in het vak voor licentiehouders. Aardig van voren, maar toch maken we ons zorgen over de start. Al na tien meter houdt het asfalt op en volgt een flinke strook los zand. We twijfelen over op of naast de fiets starten. We kiezen allebei voor het eerste. Als het startschot gevallen is, verbaas ik mezelf. Achter me hoor ik dat Bart van zijn fiets moet en voor me zie ik anderen van de fiets moeten en rennen. Het lukte me echter om als een van de weinige van de coureurs rond mij heen  de tweehonderd meter tot aan de vloedlijn helemaal te fietsen.

Mijn beste start van het jaar brengt me ook meteen in de problemen. Ik rij tussen de klasbakken en het tempo ligt hoog. Mijn hartslag ook. Ik ben blij dat al het rondspetterende zand mijn Garmin onleesbaar maakt, maar als ik goed kijk om te zien waar dat kloppende gevoel in mijn keel vandaan komt, zie ik waardes van 185, 188 en zelfs 190. Na zijn mislukte start komt Bart knoephard voorbijzetten. Ik spring in zijn wiel, maar dat hou ik niet lang vol. Het strand is maar op een smal stuk goed te berijden en bovenal erg zacht. Een groot contrast met twee jaar terug. Met moeite gaat het boven de dertig per uur. Mijn benen beginnen al vol te lopen. Voordat ik me realiseer dat starten op deze manier niet verstandig is, krijg ik al de rekening gepresenteerd.

Ik heb herstel nodig en moet dat pakken op een stuk dat het eigenlijk niet kan: de beruchte zandmotor. Een pittige passage over een heuvel van opgespoten zand. Ik val daar compleet stil. Een man of twintig komen me voorbij. Als we weer normaal de vloedlijn kunnen volgen, kan ik mijn wagonnetje gelukkig net aanhaken bij een mooi groepje. In de wielen kom ik er weer een beetje bovenop. Op weg naar IJmuiden groeit de groep gestaag, zowel aan de achterkant als aan de voorkant. Het strand blijft echter zwaar. Het blijft gokken op de juiste route, maar overal loopt het slecht. Echt meer snelheid maken door samenwerken lukt daardoor ook niet.

Bij Katwijk moeten we via een klimmetje over betonblokken om een inham heen en daar gaat het bijna mis. In de bocht (los zand!) vallen ze met zijn tweeën voor me. Ik heb door het schurende zand (en oude remmen en remblokken, ik rij op mijn oude Specialized) nul remkracht meer en rij er vol tegenaan. Ik kan gelukkig rechtop blijven, snel mijn fiets er omheen tillen en op tijd weer bij de rest aansluiten.

hoekvanhollandbikezonfietsspecialist
In de grote groep. Hier is het strand aardig berijdbaar, maar het lag op vele plaatsen erg slecht. Foto: BikeZone Fietsspecialist

Hoe dichter we bij IJmuiden komen hoe meer werk ik doe. Toch probeer ik me nog een beetje te sparen, want twee jaar geleden ging kort na het sluizengebied het lampje al uit. Dat wil ik voorkomen. De 15 kilometer over asfalt gaat het gelukkig redelijk op z’n gemak. Ik hang rustig in de groep, moet zo nu en dan met mijn voeten remmen, maar bereik comfortabel in ons pelotonnetje het strand voor de laatste vijftig kilometer.

Het blijft hard werken. Het strand is ook hier slecht te berijden, het lijkt zelfs slechter te worden. Net als de samenwerking. Er springen een paar gasten weg, maar ik besluit alle eenlingen en duo’s te laten rijden. De boel verbrokkelt. Op d’n duur zie ik een man of tien die zijn samengeklonterd  ongeveer 150 meter voor ons rijden en dan lukt inhouden niet meer. Mijn benen voelen goed, de rest wil of kan amper iets doen. Met een fikse inspanning lukt het me om, met de rest in mijn wiel, het gat te dichten. Niet veel later sluiten ook van achteruit weer wat mannen aan. Mijn inspanning was goed voor mijn moraal, maar ook niet meer dan dat. De versplinterde groep is op dat moment groter dan eerder, ik denk een man of dertig, misschien wel meer.

Een kilometer of vijf handhaaf ik me bij de beste vijf. Ronddraaien lukt echter niet meer, ik heb er de benen niet meer voor, erger me aan concurrenten die door roepen en schreeuwen vanalles proberen te organiseren en besluit dan maar rustig achterin te gaan hangen.

Het is mijn grootste fout van de dag.

Nog geen vijf minuten later komen we aan bij Lagune, een nieuwe passage bij de oude Hondsbossche zeewering. Een flinke strook los zand, een zuigend stuk langs de daadwerkelijke lagune en vervolgens een kort klimmetje. Ik begin veel te ver naar achter en met te weinig snelheid aan het losse zand en verlies de aansluiting. Moet even een stukje lopen. Zie iedereen uit het zicht verdwijnen. Ik pers er nog een krachtsinspanning uit langs de lagune. Op korte een strook los zand vlak voor het klimmetje sluit ik bijna weer aan bij het laatste wiel. Maar twee meter voor het bereiken van het verharde deel moet ik weer van de fiets.

En ze zijn weg.

Eenmaal weer op het strand wordt twintig meter veertig, vijftig en meer. Ik ben alleen.

En als je iets niet wil op het strand, is het dat. En het erge is: ik zit alleen zonder energie. Heb mezelf over het randje getild in mijn poging aan te haken. Ik sta op instorten. En damn, het strand wordt ook nog slechter. Er is een grote viswedstrijd aan de gang en we moeten verplicht hoog rijden. Los zand, diepe sporen. Eén keer moet ik zelfs van de fiets om mezelf een stukje verder weer op gang te kunnen trekken. Het gaat amper boven de twintig kilometer per uur.

hoekvanhollandlemmers
Solo op het strand: je bent of heel goed, of heel slecht bezig. Het was het laatste, helaas. Foto: Wim Lemmers

Waar ik van de eerste honderd kilometer heb genoten, ben ik er nu helemaal klaar mee. Mijn benen zijn op, ik kom niet vooruit, blijf verkeerde keuzes maken op het strand. En ik moet nog dertig kilometer!

Ik eet en drink zoveel mogelijk en kijk veel achterom. Het duurt lang voordat de eerste concurrenten me voorbij komen. De eerste paar laat ik rijden, maar als het strand weer wat beter wordt en een groepje van drie me inhaalt, haak ik aan. Ineens gaat het weer richting de 35. We halen weer wat mensen in. We moeten ook wat stenen pieren (of hoe heten die dingen?) over en na een minuut of tien verlies ik daardoor de aansluiting.

Dan vind ik het wel mooi geweest. Met een gedegen tempo rij ik het laatste stuk richting Den Helder. Bij de strandafgang probeer ik nog wat mannen voor te blijven, maar eenmaal op het fietspad richting de finish word ik nog door twee mensen gepasseerd. Ik vind het wel prima, zonder remmen de bochtige laatste kilometer op hoge snelheid rijden gaat toch niet.

Daardoor komen ik na 4 uur en 37 minuten zwoegen over gigantisch zwaar strand als 106e over de streep, terwijl de mannen van mijn eerste grote groep zo tussen plek 50 en 70 finishen. En Bart? Die rijdt na zijn mislukte start een ijzersterk tweede deel. Vanaf IJmuiden rijdt hij zelfs de op één na snelste tijd. Sneller dan winnaar Ramses Bekkenk, die de 130 kilometer afraffelt in 4 uur en 4 minuten.

Kort na de finish denk ik: dit doe ik nooit meer. Na een ultralange douche (het zand zat overal) denk ik er al weer anders over. Hoek van Holland-Den Helder is een unieke race. Meer dan 100 kilometer lang de zee aan je linkerkant. Een groot deel van de Nederlandse kustlijn op een dag. Een wedstrijd die je als Nederlander een keer gereden moet hebben.

hoekvanhollandfinish
Finishfoto. Zegt genoeg, denk ik.