“Is die fiets van ow vrouwke, ofwa?”, vraagt een overduidelijk uit Brabant afkomstige deelnemer aan de Gulbergen24 als ik met mijn roze Ninth Stiffy van de inschrijving terug naar de auto fiets. Of hij daarmee bedoelt dat hij mijn fiets mooi vindt of juist niet is me nog onduidelijk, maar ik kan er wel om lachen. De vrouw naast wie ik anderhalf uur later in het wisselvak sta is een stuk helderder. “Zo’n bike wil ik ook. Wat leuk die bloemetjes!”, zegt ze vol bewondering. Als ik haar zeg dat-ie aan het eind van het jaar waarschijnlijk in de verkoop gaat, krabbelt ze terug. “Ik fiets pas een paar maandjes. Eerst deze nog maar eens uitproberen”, wijst ze naar haar budgetbike met platformpedalen.

Heel veel tijd om met haar te praten heb ik niet, want fietsmaat Tibor komt eraan om het stokje (/bidon met chip) voor het eerst aan me over te geven. We doen samen mee aan de 6-uursrace, een estafette voor teams van twee of drie en we hebben wat goed te maken. Tibor reed lek in de eerste afdaling van de Gulberg (het Dak van Brabant, een oude vuilnisbelt van 80 meter hoog) en ging daardoor een minuut of 3-4 na de laatste deelnemer het bos in. Inmiddels heeft hij ons al flink terug gevochten. Omdat er weet ik veel hoeveel categorieën door elkaar rijden (solo, teams en bedrijven over 6 en 24 uur) zijn we het overzicht helemaal kwijt. Zonder dat we de tijd hebben daarover te communiceren is mijn opdracht simpel: zijn opmars voortzetten. Dan zien we wel waar het schip strandt.

Terwijl tijdens de pittige beklimming aan het begin van de zeven kilometer lange ronde het melkzuur van mijn tenen via mijn bovenbenen doorstroomt naar mijn oren haal ik flink wat deelnemers in. Dat gaat in het bosgedeelte met bochtige singletracks en snelle brede passages door. Alhoewel het niveauverschil in deelnemers groot is, gaat dat soepel. Gemoedelijk is het toverwoord bij het voorbij gaan van andere mountainbikers, ervaar ik al snel. Het is makkelijk: aangeven aan welke kant je passeert en er dan voorbij, soms even wachten, soms even door de berm, of soms even een sorry als je iemand zachtjes aantikt. En ja, soms ook wat frustratie als je er niet snel genoeg langs komt. Maar dan volgt vaak snel een excuus van degene die gepasseerd wordt. En van de gefrustreerde.

Na allebei twee keer één ronde volle bak te hebben gereden schakelen Tibor en ik over op beurten van twee ronden per keer. We moeten inmiddels ergens op plek drie liggen, gok ik. Van de speaker hoor ik het nummer van de koplopers en laten die bij de volgende wissel nu precies tegelijk met mijn teamgenoot over de streep komen. Nog drie uur koers te gaan, we weten wie onze concurrenten zijn: gas erop! Langzaam maar zeker vergroten we onze voorsprong op de mannen in het zwart met blauw en wit, die met zijn drieën zijn. Van 25 seconden, naar 35, 45 en één minuut. Alhoewel die gruwelijke kuitenbijter aan het begin van elke ronde zijn tol begint te eisen, gaat het verschil tegen het einde van de wedstrijd richting de twee minuten en eroverheen. Dan weten we in ons achterhoofd wel dat de zege binnen is. Consolideren, spreken we af via whatsapp (handig idee van Tibor om tijdens de koers met elkaar te kunnen praten, de een tikt wat, de ander leest het later bij de pauze in de wisselzone).

juulgulbergenvanderkallen
Zoals te zien is aan onze gezichten…
tiborgulbergenvanderkallen
… kan een klimmetje van amper 2 minuten soms meer pijn doen dan een Alpencol. Foto’s: Marian van der Kallen

Dat consolideren gaat echter niet van een leien dakje. Tibor rijdt nog een keer lek, kan maar net de ronde vol maken en wisselt als ik mijn volgende twee ronden afleg zijn band bij de auto. Mijn onderste derailleurwieltje loopt vast en ik kan anderhalve ronde lang lastig schakelen. Tijdens de zoektocht naar een oplossing ervaar ik ook de charme van een 24-uursrace buiten het parcours. In mijn pauze fiets ik even rond over het terrein, dat vol staat met tenten, caravans en campers en waar zelfs wereldtopper Rudi van Houts (hij doet mee met de 24-uursrace voor teams) meedenkt over een oplossing. Die vind ik uiteindelijk bij de mannen van ATBBikers, tevens organisatoren van de Lakebike24, een andere Brabantse 24-uursrace. Bij hun teamtent schroeven we binnen twee minuten de boel om, ruim op tijd sta ik weer in het wisselvak om Tibor af te lossen.

Om niet teveel terug te vallen in tempo rijden we het laatste anderhalf uur weer allebei om de beurt één ronde. Op die manier houden we het verschil groot genoeg én winnen we de race, voor de mannen van Volle Sjas en MTB-Noordwest. Tibor en ik rijden gemiddeld dezelfde rondetijd, maar wat ons niet lukt is, is sneller rondrijden dan Bart Brentjens. Die wint met overmacht de 6-uursrace voor solorijders met gemiddeld snellere rondetijden dan wij met zijn tweeën. Diep respect, ook voor Van Houts, wiens snelste ronde anderhalve minuut sneller is dan die van ons.

Er zijn echter ook deelnemers die hun rondjes vele minuten langzamer afleggen. Ze hebben echter net zoveel, zo niet meer, plezier dan wij. En dat is denk ik de kracht van een evenement als de Gulbergen24. Ongeveer 800 mountainbikers (niet allemaal tegelijk) op hetzelfde parcours, van wereldtopper tot de grootste recreant op citybike. Maar met allemaal hetzelfde doel: het beste in zichzelf naar boven halen en daarbij zoveel mogelijk schik maken. Onderweg, op het campingterrein, in het wisselvak. Grappen maken over de kleur van een fiets, sterke verhalen vertellen, samen repareren, moe zijn met elkaar, eten met elkaar, strijden met elkaar en vooral ook respect hebben voor elkaar.

Meer hoeft het niet te zijn. Het was mijn eerste deelname aan een 24-uursrace, maar ik begrijp het succes ervan heel goed. Het is niet in de Alpen, het is niet megatechnisch, er zijn geen grote prijzen te verdienen, maar het is in mijn ogen wel mountainbiken zoals het hoort te zijn.  En misschien is dit wel, samen met marathons, de toekomst van het mountainbiken in wedstrijdvorm.

podiumgulbergen
Op het podium, net zoals zes jaar geleden in onze vorige duorace.