Het is het mooie aan fietsen: met dezelfde conditie kun je aan heel veel verschillende disciplines meedoen. Zo reed ik kort na de bergen van de Transalp al een koers door de straten van Boxmeer (centrumciterium), de heuvels van Ransdaal (klimcriterium) en de heuvels van het Sauerland (marathon). Daar voegde ik in augustus nog drie races aan toe. Nóg een Sauerlandmarathon (Grafschaft) en twee type wedstrijden die in deze periode nog niet op het lijstje voorkwamen: cross-country (Masters 30+) bij de Benelux Cup in Landgraaf en La Velomediane, een wegcyclo in het Belgische La Roche-en-Ardenne.

Dezelfde fietsbenen wil overigens niet zeggen dat je op alle disciplines even goed uit de voeten kan, constateerde ik afgelopen weken. Niet dat ik dat niet al wist of dat ik daardoor minder schik had. Drie korte verslagen van drie totaal verschillende wedstrijden.

14 augustus
SKS Sauerland Marathon in Grafschaft
111 km/3000hm

Vroeger altijd mijn favoriete marathon en nu nog steeds een wedstrijd die ik graag rij. Verwacht in Grafschaft geen technisch parcours. Integendeel: het is technisch gezien de meest simpele marathon van het westelijk halfrond. Maar makkelijk is deze marathon allerminst, met per ronde een viertal loodzware beklimmingen van om en nabij de 350 hoogtemeters. Het is daarom ook dat ik zo van deze race hou: het parcours (dat je twee keer moet afleggen) stelt je in staat in een heerlijke klimcadans terecht te komen die je, als je het goed aanpakt, tot het einde kunt volhouden.

Met dat doel sta ik dan ook in het startvak. Ik mag van mezelf in de startlus relatief diep gaan, maar vanaf de eerste lange beklimming is de goed bevallen Transalptechniek het devies. Dat houdt in: rustig een klimritme zoeken en dan in een zo’n strak mogelijk tempo naar boven rijden, zonder té diep te gaan. Na een vlotte start over een grotendeels nieuwe startronde (verrassend!) pak ik op de eerste klim mijn tempo. Alhoewel ik na twee beklimmingen constateer dat ik niet op een positie rij waar ik vooraf had gehoopt, hou ik vast aan mijn tactiek. Al had ik het anders gewild: mijn benen laten lang boven mijn macht fietsen simpelweg niet toe.

grafschaft
Einde van de startlus in Grafshaft. Foto: Caroline Arends

Op die manier voltooi ik in een groep die steeds een beetje van samenstelling verandert de eerste ronde. Aan de voet van de eerste lange klim voel ik me echter bijna frisser dan de ronde ervoor en ik ben in staat hetzelfde tempo naar boven te rijden als twee uur eerder. Daardoor rij ik weg bij een aantal concurrenten én haal ik er ook een paar in. Zoals dat altijd gaat bij het inhalen danwel lossen van concurrenten schiet mijn moraalpeil omhoog en ik kom tot de conclusie dat ik het tempo dat ik rij nog wel even vol kan houden, zoals gepland.

Maar er is ook een tegenvaller: ik zie maar heel weinig renners voor me rijden. Desondanks blijf ik gestaag tempo rijden en op die manier pik ik voor de voet van de laatste beklimming nog enkele mannen op. In die laatste klim zie ik de Nederlander Huub Tankink (van het Duitse GT) voor me rijden en dat wordt mijn laatste doel van de dag. Ik moet de energie uit mijn tenen halen om zijn wiel te halen. Alleen zittend klimmen werkt niet en ik moet meerdere keren gaan staan om het gaatje van ongeveer 150 meter dicht te rijden. Vlak voor de laatste steile kilometer sluit ik aan. Op het vlak stuk er vlak voor haal ik even een paar keer diep adem en zodra het weer omhoog gaat kies ik voor de alles-of-niets tactiek.

Terwijl mijn lichaam er helemaal niet op zit te wachten versnel ik. Dat ik daarmee Tankink vrij snel op een meter of vijftig zet verzacht de pijn voldoende om met voldoende voorsprong boven te komen. In de laatste afdaling consolideer ik mijn positie, waardoor ik na 4 uur en 53 minuten op de 17e positie over de streep kom.

21 augustus
Pearl Izumi Benelux Cup Landgraaf
Masters 1

Cross-countryraces. Ze zullen me nooit helemaal gaan liggen. Ook bij de Benelux Cup in Landgraaf kan ik – tijdens de wedstrijd al – concluderen dat ik niet gemaakt ben om van quitte af aan anderhalf uur volle bak te knallen. Hoe klein het startveld ook is en hoe ideaal de eerste meters ook zijn: goed uit de startblokken kom ik nooit. Vaak kan ik dan nog wel een kleine opmars maken, maar mezelf motiveren om anderhalf uur lang tegen het maximum klimmetjes op te rijden, dat lukt me zelden.

Ook niet in Landgraaf. Nu heeft dat misschien te maken met dat het misschien wel een wedstrijdje te veel is en dat ik wat vermoeid ben. Na een mislukte start rij ik nog een klein beetje naar voren, maar als ik na ongeveer anderhalve ronde door wat mannen gepasseerd ben en ik voor en achter me helemaal niemand meer zie, ga ik volledig in de uitrijmodus. Toch kan ik er wel nog van genieten, want het parcours op de Wilhelminaberg is prachtig én het afdalen gaat een stuk beter dan de maanden hiervoor.

landgraaf2
Soms kan een klim van 50 hoogtemeters zwaarder zijn dan een van 500 hoogtemeters. Foto: Ben van Reeden
landgraaf1
Tongetje uit de mond vanwege concentratie, maar wel lekker naar beneden rijden. Foto: Ben van Reeden

Pas als clubgenoot Martijn ‘Stoempie’ Roelofs (die was vroeger heel goed) van achter op komt zetten, moet ik weer aan de bak. In de twee ronden dat ik ‘m achter me zie rijden gebruik ik de langste beklimming op het parcours om voldoende marge op hem te verkrijgen. Daardoor kom ik weer als zeventiende over de finish. Had absoluut meer in gezeten.

28 augustus
La Velomediane Claudy Criquilion – La Roche-en-Ardenne
165km/3000hm

Mede dankzij mijn nieuwe racefiets en de geweldige wielen van 9thwave die daar inzitten, heb ik dit jaar veel meer plezier in het rijden op de weg. Toen fietsmaat Bart met voorstel kwam om La Velomediane te rijden hoefde ik niet lang na te denken. Deze wegcyclo in de Ardennen (165km) stond sowieso al op mijn lijstje om nog een keer te rijden. Eén minpunt: we moeten allebei in het tweede vak starten, omdat het eerste vak alleen voor de snelle coureurs uit de vorige twee edities is.

Daardoor zien Bart en ik de eerste renners twee minuten eerder dan wij over de startstreep rijden. Waar Bart op de startklim helemaal naar voren rijd (helaas tevergeefs, want hij rijdt snel lek), strand ik net onder de top in ik gok de derde grote groep. Ik had op wat meer gehoopt, maar besluit niet koste wat kost plekken goed te gaan maken. Dat deed ik bij mijn enige eerdere deelname wel en toen stond ik halverwege zo geparkeerd, dat ik de eerste de beste afdaling naar La Roche terug heb genomen.

Nu nestel ik me in het peloton en probeer in het wiel van anderen nog wat naar voren te rijden. Heel veel zin heeft dat niet. Alles klontert samen en ik gok dat we de eerste 30 kilometer in een groep van zeker 250 coureurs rijden. Geweldig om mee te maken en zonder al te veel energie te verspelen vliegen de kilometers voorbij. Eigenlijk heb ik een goede klassering al uit mijn hoofd gezet, als we na een kilometer of vijftig aankomen bij de “Mur de la Velomodiane”. Ik begin op positie honderd van de groep aan de eerste scherprechter van de dag, maar kom er dan achter dat ik eigenlijk toch wel goede benen heb.

velomediane
Boven op de top van de ‘Mur’. Even omkijken wat de verschillen zijn. Foto: Cycloteam.nl

Veel renners staan geparkeerd en al slalommend rij ik veel andere renners voorbij. Bovenop rijden we even met een groep weg (zie foto), maar zoals dat vaker gaat in wegwedstrijden klontert het een en ander weer samen. Pas op de lange beklimming van de Haussiere tien kilometer later lukt het me om echt wat verder naar voren te rijden. Ik haal meer en meer mannen uit het eerste vak in en na korte afdalig besluit ik op de relatief makkelijke beklimming richting Samree een zware inspanning te leveren. Ik rij in mijn eentje een gat naar een groep 150 meter voor me dicht. Een goede keus, want ik haak zo mooi aan bij een peloton van een man of twintig met een lekker tempo.

Ik heb dan nog even de illusie dat ik op eerstvolgende steile beklimmingen nog wat kan forceren, maar kom al snel tot de conclusie dat dat geen zin heeft. Daarom rij ik een kilometer of vijftig met dezelfde groep. Die wordt wel groter, vooral omdat we wat ‘terugwaaiers’ oppikken. Daardoor beginnen we met een man of 40 aan de finale, de beklimming van de Cote de Beffe, met een pittige uitloper.

Clubgenoot Joppe van Stiphout (bekend van Stipbike) plaatst daar een versnelling. Een snellere Belg pareert en rijdt snel weg, ik haak bij Joppe aan en op die manier lossen we ook de rest van het peloton. Boven op de Beffe komen we samen met een derde coureur te rijden. Ik zit aardig op mijn max en het gaat hard. Voor ons zien we verscheidene kleine groepjes. Ik ben vooraf gewaarschuwd voor de zwaarte van de uitloper en mede daardoor maak ik een verkeerde inschatting. Terwijl ik door iets dieper in het rood te gaan de twee zou kunnen volgen, laat ik uit angst mezelf op te blazen ze een klein beetje lopen.

Langzaam maar zeker rijden ze bij me weg. Toch val ik niet stil, want ik raap meerdere coureurs op. Mijn twee vorige vluchtmakkers kunnennet onder de top echter aanhaken bij een mooi groepje, terwijl ik volledig alleen aan het rijden ben. Daardoor verdwijnen ze tot mijn frustratie uit beeld en komen op weg naar de laatste lange afdaling naar La Roche nog een groep met een renner of zeven terug.

Ik had beter kunnen finishen, maar met mijn tijd van 5.05 (bruto) over 165 kilometer en een plek in de top 75 ben ik meer dan tevreden. Belangrijker: ik heb vijf uur lang genoten van de prachtige wegen, natuur en beklimmingen van de Ardennen. Volgend jaar kom ik zeker terug, dan met start vanuit het eerste vak. Benieuwd wat dan mogelijk is.

 En de rest van het (zomer)seizoen..

Staan er nog drie mooie ritten op het programma. Om de afwisseling groot te houden rij ik komende zondag het WK wielrennen voor Journalisten in Oudenaarde. Juist: epicentrum van de Ronde van Vlaanderen. Daar wacht een parcours van 72 kilometer met vijf keer de beklimming van de Volkegemberg en vijf keer een strook kasseien van een kilometer. Koers tegen 150 collega’s uit 12 landen (waarvan 67 in mijn categorie), dat wordt geweldig.

Een week later sta ik samen met goede vriend Tibor aan de start van Gulbergen24, daar rijden we de 6-uurs race voor teams. Kijken hoe ver we met zijn tweeën kunnen komen tegen de trio’s.

Tja, en de week daarna. Het NK. Kijken of we daar nog een écht kunnen pieken. Hopelijk gaat dat net zoals vorig jaar.