Als je vanuit het startvak een drone ziet vliegen, je amper met elkaar kan praten omdat er een paar overenthousiaste deelnemers zo’n beetje op de startlijn op een rollerbank aan het warmrijden zijn en je een paar rijen voor je de akelig afgetrainde en zongebruinde Sven Nijs mét aerohelm klaar ziet staan, dan weet je: de wedstrijd waar ik zo aan deel ga nemen is een serieuze.

Toch sta ik deze zaterdag in Houffalize ontspannen klaar voor de start van de Roc d’Ardenne, onderdeel van de UCI Marathonseries. Met 82 kilometer en 2200 hoogtemeters en volgens vooraf ingewonnen informatie een redelijk snel parcours voor de boeg overweeg ik een snelle alles of niets tactiek. Oftewel:  mezelf in de eerste vijf kilometer helemaal het schompes fietsen om in een groepje terecht te komen dat eigenlijk net iets te hard voor me gaat, dat dan zo lang mogelijk volhouden en hopen dat ik aan het einde niet dusdanig instort dat alle bloed, zweet en tranen van het eerste wedstrijddeel voor niets is geweest.

houffalize
Ontspannen in het startvak. Wederom houdt het niet over met de beschikbare foto’s onderweg. Deze is van het VisscherHolland Cyclingteam, ik sta hier naast Olaf Noorbergen. De mannen met hun rollerbank staan net niet op de foto.

Mijn gebrek aan concentratie, het sterke deelnemersveld en mijn beperkte stuurmanskunsten van de laatste periode in overweging nemende, besluit ik – als het gezoem van de rollerbanken eindelijk is opgehouden – toch maar weer voor een behoudende start, zoals me die dit jaar al twee keer goed is bevallen. Nu begint de Roc d’Ardenne met de Cote de Saint Roche en wie die wel eens opgereden heeft weet dat dat een pokkeding is. Zo’n klim waarvan je aan het begin denkt ‘dat valt wel mee’, maar waar je eenmaal de bocht om een gigantische muur voor je ziet opdoemen. Zo’n klim die je ook niet echt rustig op kunt rijden.

Toch kan ik me in de hectische start redelijk inhouden. Ik rij de klim zoveel mogelijk op eigen tempo omhoog en omdat ik redelijk vooraan in het startvak sta, kom ik op een mooie positie boven. Met mijn rustige start-tactiek in het achterhoofd weet ik ook dat ik me op deze plek niet ga handhaven. Op klim twee word ik dan ook door flink wat mannen ingehaald, maar daar probeer ik niet al teveel aandacht aan te besteden. Mijn hartslagmeter geeft 180 aan en dat is precies het maximum dat ik aan wil houden.

Nu voelen mijn benen best prima. Net als ik denk dat het wel eens een uurtje of vier genieten kan worden, begint de eerste  lastige afdaling. Het is een vrijwel recht traktorpad, dat door de regenval flink modderig is geworden. In het marathonbiken, zeker in de Ardennen, is 1 en 1 dan 2. Sporen. Gladde sporen. En als ik ergens een hekel aan heb… Ik presteer het om in korte tijd drie keer van het juiste spoor af te glijden, zo de struiken in. Al het vorige week in Luxemburg opgedane vertrouwen bergaf ben ik in een keer kwijt. Inclusief een positief of vijf.

Ik troost me met de gedachte dat het met de technische afdalingen vandaag wel mee gaat vallen en focus me bergop weer op mijn hartslagmeter. De eerste veertig kilometer zijn echter allesbehalve snel en makkelijk. Integendeel: zware, lange en steile beklimmingen worden afgewisseld met lastige afdalingen en listige singletracks, zowel bergop, bergaf als vlak. Vrijwel elk paadje loopt wel een klein beetje schuin af, heeft een paar lastige boomwortels of gladde stenen. Prachtig (complimenten aan de uitzetters!), maar ik kom er telkens maar met moeite overheen.

Het zorgt ervoor dat ik een beetje jojoo met een groepje. Op de klimmen (dat gaat heerlijk) rij ik naar ze toe of ga ik er voorbij, bergaf rijden ze weer iets van me weg. Ik heb op dat moment geen idee op welke positie ik rij, maar op een steil poekeltje dat ik herken uit de LCMT rij ik bij het groepje weg en zie ik bovenaan een groep van een man of acht rijden. Er zijn nog ongeveer dertig kilometer te rijden, mijn benen voelen nog steeds uitstekend en ik heb inmiddels dusdanig veel caffeïnegelletjes naar binnen gewerkt dat ook mijn focus groter is dan ooit. Resumé:  het tijd is om mijn eindschot in te zetten.

Nu zie ik in het groepje bekende concurrent Bas Bloeming rijden. Hij reed vorig seizoen nog in een shirt van Bikesight-partner Peerkes Bikeshop en zoals ik ooit al eens heb opgebiecht, die werken op mij als een rode lap op een stier. Dat shirt heeft hij niet meer aan, maar het is een mooi doel om naar toe te rijden. Het parcours wordt wat sneller met wat meer vlakke stukken, afgewisseld met korte klimmetjes en snelle afdalingen. Ik haal op die klimmetjes nog redelijk makkelijk een hoge hartslag en achterhaal Bloeming, maar hij is een sterke downhiller. Je raadt het al: het wordt weer jojoën. Ik denk dat we elkaar in een tijdsbestek van tien kilometer een keer of zeven inhalen.

Nu werken de shirts van Peerkes Biketeam als een rode lap, de gele van mountainbikevereniging Noordbikers zijn in dat lijstje een goede tweede  en daarvan zie ik er ook al een tijdje eentje van voor me rijden.  Ik besluit de strijd met Bloeming maar uit mijn hoofd te zetten (de finish is bergaf) en mezelf als doel te stellen de Noordbiker in te halen.

Dat lukt, omdat hij (later zie ik dat het om Pascal Noort gaat) een kilometer of zeven voor de streep in een afdaling onderuit gaat. Hij staat gelukkig op, maar ik moet wel even lopen en verlies Bloeming uit het oog. Daardoor rij ik de slotfase relatief rustig uit . Na 4 uur en 15 minuten bol ik over de streep op een 65e plek.

Een klassering waar ik, gezien het sterke startveld, meer dan tevreden mee ben. Maar nadenken over welke positie dat had kunnen zijn als ik gewoon lekker had gedaald, dat doen we maar niet. En wat als ik ook had warmgereden op een rollerbank én een aerohelm had opgehad?