Even dacht ik er tijdens het begin van de tweede etappe van de Trans Schwarzwald een split-second over na om het zenuwachtige geduw, gerem en geslinger in het grote peloton te ontwijken (*) en het grindpaadje links van de vangrail te pakken. Omdat ik het einde niet kon zien en bang was dat ik van de fiets af zou moeten om weer op het juiste pad terecht  te komen, deed ik het niet. Stom, want had ik het wel gedaan, dan had ik waarschijnlijk in een keer een plek of vijftig goed gemaakt. Het paadje kwam perfect uit in de binnenbocht van het eerste schotterpad, en daar tien meter voor was door een valpartijtje een kleine opstopping. Pleister op de wonde: daar had ik gelukkig nu ook niet heel veel last van.

Ik zat er voor mijn gevoel al niet heel erg slecht bij in de eerste paar snelle  kilometers. Criteriumpjes als Daags na de Tour rijden helpt in ieder geval om je weg wat makkelijker te vinden in een peloton op smalle wegen. Ik was overigens niet de enige die aan kon haken. Integendeel: het aantal renners dat het niet lukte, was waarschijnlijk kleiner. In de eerste tien kilometer van de rit van Bad Wildbad naar Freudenstadt (totaal 68km en 1600hm) bleef er namelijk een erg grote groep bij elkaar. Toen na een kilometer of twaalf het eerste steile klimmetje opdoemde kon ik de kop nog weg zien sprinten.

Die waren daarna vanzelfsprekend snel uit zicht, maar gelukkig kwam ik net als op de eerste dag in een mooie groepje terecht. Ze gingen eigenlijk net iets te hard, maar op de vals platte stukken naar boven en naar beneden was het te doen, op de korte venijnige klimmetjes kon ik nog net aanklampen. Vrienden heb ik in het groepje overigens niet gemaakt, want ik denk dat ik in de 40 kilometer dat we samen reden ongeveer 25 meter op kop heb gereden. En dat was alleen omdat ik dankzij verzorger Mart als snelste de verzorgingsplaats door was.

We reden met ons groepje voor een plek in de top vijftig (het gemiddelde lag lang boven de 28 kilometer per uur), maar dat zat er voor mij helaas niet in. Ik kon tot halverwege de laatste lang klim aanhaken, maar daarna was het over. Daar zat ik in eerste instantie niet zo mee, totdat ik constateerde dat in de laatste kilometers nog een paar lastige poefjes zaten, inclusief een steile muur het dorp in. Het koste me, mede door een klein hongerklopje,  iets meer plaatsen dan verwacht. Ik verloor nog drie minuten op de mannen uit mijn groepje, maar kwam gelukkig toch nog twee plekjes hoger dan gisteren binnen. Kijken of we die stijgende lijn morgen door kunnen zetten. Dan zitten in evenzoveel kilometer 800 hoogtemeters meer…

schwarzwaldetappe2blog
Het Duitse menneke dat naast me zat bij de finish, keek vol verbazing hoe Bart en ik de voorraad van het verzorgingskraampje plunderde. Het was nodig, zullen we maar zeggen.

Dagklassering: 62e (Heren)
Tijd: 2:30.43
Klassement: 62e (Heren)
Volledige uitslag
Website organisatie

(*) Het is volgens mij de grootste angst van driekwart van het mountainbike marathonpeloton: met een paar honderd man over het asfalt jagen met een snelheid die te laag is om het kaf van het koren te scheiden, maar hoog genoeg om gruwelijk op je bek te naaien. Het gros is het niet gewend en bij elke onverwachte beweging – en neem van mij aan, die zijn er veel in zo’n peloton – grijpen ze uit alle macht vol in de ankers. Om in zo’n situatie de mogelijkheid te hebben om in ieder geval nog de berm in te kunnen sturen wil iedereen aan de zijkant rijden. Het is juist het gewring en geduw aan die zijkanten dat de grootste chaos veroorzaakt. Ooit hoorde ik van Theo E. (iemand die ooit zijn geld heeft verdiend met wegjeanetten) dat hij (tijdens een grote meerdaagse) vond  dat die mountainbikers er niet zoveel van bakte. Dat kan iedere marathonbiker denk ik beamen, maar hij vond dan juist weer op dat in een peloton vol mountainbikers zoveel ruimte is. Quote: “Ze rijden niet eens stuur aan stuur”.  Dat is denk ik maar goed ook, want anders zou elke marathonstart over vlak asfalt veranderen in één groot inferno. Daarom vind ik overigens dat elke mountainbike-marathon na 50 meter voor minimaal 300 hoogtemeters omhoog moet gaan, maar dit overigens geheel terzijde. Alhoewel… morgen gaan we vanaf de start omhoog. Thank god!