In mei tijdens de UCI Marathonseries in het Portugese Meda, onderdeel van Project Elite powered by 9thWave, stonden de hemelsluizen wagenwijd open. Toen richting de finish de zon begon te schijnen én ik hard moest werken om een bizar slecht lopend modderpad te overwinnen kreeg ik het echter dusdanig warm dat het me wel een mooi idee leek om  mijn fietsshirt helemaal open te ritsen. “Misschien dat ik dan ook gesoigneerd als Alberto Contador omhoog ga vliegen”, dacht ik bij mezelf.

9th-Wave-logo-OG-Compleet-logo-A_nl

Het bleek geen slimme actie. Ik bleef de steile poekel net zo traag omhoog kruipen én de acht lege gelletjes die ik in de uren daarvoor zorgvuldig onder mijn shirt had gestopt vielen allemaal hopla: in één keer op de grond. Stoppen om ze op te rapen was geen optie. Niet alleen omdat dan waarschijnlijk de kramp in mijn poten zou schieten, ook omdat ik aan het proberen was me te kwalificeren voor het WK en elke seconde telde. Wat ik hiermee wil zeggen: ik ben niet roomser dan de Paus.

Maar als ik zie dat renners moedwillig en zonder enig greintje van respect richting natuur of omwonenden een lege verpakking op de grond ketsen, dan irriteert me dat mateloos. Come on: een mountainbikewedstrijd is geen vanzelfsprekendheid, laten we het organiseren niet nog moeilijker gaan maken door overal schijt aan te hebben omdat jij te lam bent om je rotzooi achterin of onder je shirt te stoppen.

Soms kan ik het dan ook niet laten om een coureur daarop aan te spreken.

Zoals afgelopen zondag tijdens Hoek van Holland – Den Helder toen ik in de geneutraliseerde kilometers bij IJmuiden een renner het wikkeltje van zijn mueslireep zomaar in het gras zag gooien. Nu was het me daarvoor al opgevallen dat bij een strandrace – hoewel er met dikke banden gekoerst wordt – soms nog de ouderwetse en zeer gedateerde wetten van het wegjeanetten gelden. Zowel in het weggooien van rommel, als in de manier van de concurrentie aanspreken. De desbetreffende coureur bleek, zo had ik al eerder geconstateerd, op beide punten van de oude stempel en toen ik hem attendeerde op het weggegooide papiertje ontstond er een onprettige woordenwisseling. Oké, misschien dat ik hem niet in dezelfde stijl had moeten aanspreken als dat hij me daarvoor op het strand had gevraagd om “GODVERDOMME EEN KEER HOGER TE GAAN RIJDEN”, maar ik kon het niet laten om in te gaan tegen zijn zwakke excuses (‘ik gooide het bij een verkeersregelaar neer’, wat niet waar was).

Stom! Ik had er ook geen rekening mee gehouden dat mijn concurrent al kilometers met een zenuwopwekkende tegen zijn frame tikkende bandenplug reed! Ergo: “HIJ IRRITEERDE ZICH OOK MATELOOS AAN MIJ” en vond het na die mededeling nodig om naast me te komen fietsen, me goed bij m’n arm te pakken en me een flinke zwieperd te geven. Ik kon blijven fietsen, de nietsvermoedende coureur rechts van me ook maar dat nam niet weg dat ik van verbazing alsnog bijna van de fiets pleurde. Hoe bizar achterlijk kun je als coureur een wedstrijd beleven?

Ik stond niet in de modus om te sparen, as you can see. Foto: Nico Lute
Ik stond niet in de modus om te sparen, as you can see. Foto: Nico Lute

Het was een kleine smet op een verder weer fantastische wedstrijd. Want alhoewel ik er geen specialist in ben vind ik strandracen nog steeds een bijzonder gave ervaring. Zeker Hoek van Holland – Den Helder. Het is zó bijzonder om in de vroege ochtend te starten in Hoek van Holland en dan vier uur lang met de zee aan je linkerhand naar Den Helder te razen. Hoewel die 135 kilometer soms erg pijn doet aan de benen, kan ik er eigenlijk alleen maar van genieten. Alleen die strandopgangen al: volle snelheid, evenwicht bewaren in het losse zand, het juiste spoor vinden en eenmaal langs het water met alle kracht die je hebt aanhaken in het wiel voor je. Heerlijk!

“Het is zó bijzonder om in de vroege ochtend te starten in Hoek van Holland en dan vier uur lang met de zee aan je linkerhand naar Den Helder te razen”

Hoewel deze wedstrijd een extraatje in Project Elite was baalde ik wel even toen ik na een veelbelovende start (in het eerste peloton!) bij de eerste scherprechter (de beruchte Zandmotor) per ongeluk tegen het voorwiel aan werd getikt. Kan gebeuren in koers, maar ik moest helaas als enige van de nog omvangrijke groep van de fiets, probeerde met een wanhoopspoging er toch nog bij te blijven maar dat was tevergeefs.

Eenmaal hersteld van die inspanning vond ik een prima groep op weg naar IJmuiden. Het koersoverzicht raakte ik wel een beetje kwijt door de consternatie tijdens de neutralisatie (die verder overigens héél netjes en rustig verliep – ik zag zelfs deelnemers hun telefoon pakken en whatsappen). Maar wat ik wel wist is dat ik door een hele hoop lekke banden bij andere deelnemers flink wat plekken moest zijn opgeschoven. Daar kreeg ik wel weer moraal van. De benen voelde ook nog goed en dus besloot ik om vanaf de lastige passage bij de Lagune voor ‘alles of niets te gaan’.

Ging best aardig. Waar ik vorig jaar in deze kilometers hopeloos werd zoek gereden, kon ik nu aardig mee met de mannen om me heen. Na een onverwachte loszandpassage enkele kilometers verderop moest ik er helaas toch nog af bij een mooi groepje met onder meer strandheld Berry Hollander. In plaats van me terug te laten zakken besloot ik alleen te blijven rijden. Niet slim, wel leuk. Ik pikte een Belg op die eigenlijk alleen maar in mijn wiel kon blijven en werd bijgehaald door een andere Belg met wie ik aardig kop over kop kon rijden. Ik trapte een flinke tijd tegen m’n omslagpunt aan.

hoek-van-holland-den-helder-2016-32
Met een stroopwafel in z’n mond bewijst strandheld Berry nog maar weer eens dat-ie een echte Hollander is. Een van de weinige momenten dat hij niet praat in de koers, overigens. Foto: Frits van Eck

Het was allemaal tevergeefs. Vijf kilometer voor het einde viel ik stil. Iedereen reed bij me weg, vlak voor de strandafgang kwamen er nog een man of tien voorbij. Dat ik daardoor slechts 74e werd (netto tijd: 3:40.44) interesseerde me eigenlijk niets. Ik had schik gehad.

Dat kon ook die papier weggooiende onverlaat met z’n bizarre actie in de neutralisatie niet verpesten.