Bij Hoekman klopt alles, dubbel gevoel voor Motshagen
NOORBEEK – De amateurs. De categorie die misschien wel het zwaarst bezet is en waarbij het voorafgaand aan een NK het lastigste is om de winnaar te voorspellen. Afgelopen zondag toonde outsider Tom Hoekman – vaste waarde in de top van het amateurcircuit – zich het beste, door in de slotfase af te rekenen met Mattijn Motshagen, ook al een coureur die al jaren meedraait in de top bij de amateurs. “Eigenlijk klopte zondag alles”, sprak Hoekman. “Eindelijk na al die jaren een keer Nederlands kampioen.”

Gesterkt door het gevoel dat het parcours met lange, zware klimmen en veel modder hem op het lijf was geschreven, reed Hoekman zondag een ijzersterke race. “Ik draaide als tiende het veld in en kon snel opschuiven naar plek vijf. Het veld lag al vrij snel ver uit elkaar en Mattijn lag 40 seconden voor me op kop. Hij was snel van start gegaan, zoals hij dat wel vaker doet”, begint de 31-jarige coureur van Zwiep zijn verhaal. “Aan het einde van de tweede ronde vond ik aansluiting bij de mannen die voor plek twee reden, Dennis Ebert (de latere nummer drie, red.) en Guus Smits (uittredend kampioen, red.).”
Erop en erover
Hoekman kreeg al snel in de gaten dat hij sterker was dan de twee. “Op de klimmen reden ze voor mijn gevoel niet hard en het was een kwestie van erop en erover. Mattijn lag echter nog steeds meer dan een halve minuut voor.”
Ronde voor ronde verkleinde Hoekman echter het gat op de koploper en twee ronden voor het einde sloot hij aan. “Toen wist ik dat ik zo snel mogelijk van hem af moest. Ik ken Mattijn natuurlijk al heel wat jaren en heb veel finales tegen hem gereden. Ik weet dat Mattijn een sterke laatste ronde in de benen heeft en sprinten tegen hem is voor mij geen optie. Daarom was het voor mij opnieuw erop en erover.”
Heel even nog stribbelde Motshagen tegen, maar op de lange strook bergop reed Hoekman definitief bij zijn concurrent weg. “Ik had een gat van dertig seconden. Ik kreeg in de laatste ronde nog last van schakelproblemen, maar gelukkig bleef alles draaien en kon ik mijn voorsprong zelfs nog wat uitbouwen.”
Dubbel gevoel
Motshagen dacht tijdens de koers lang dat hij Nederlands kampioen kon worden. “Ik kwam tot mijn verbazing vroeg alleen op kop te rijden”, sprak de nummer twee. “Ik besloot door te rijden want dat kon in deze omstandigheden nooit een nadeel zijn. Iedere ronde pakte ik meer voorsprong en begon echt in de overwinning te geloven totdat Tom drie ronden voor het eind dichterbij begon te komen en aansloot. Toen we weer aankwamen bij de lange klim moest ik halverwege al lossen, dit had ik toch niet verwacht, maar ik kon niets anders dan blijven vechten.”
Het leverde hem de zilveren medaille op. Motshagen: “Wanneer je van te voren als doel hebt een goede koers te rijden en top vijf wil finishen zou je zeggen dat je erg blij moet zijn, maar ik heb toch een dubbel gevoel. Dit is de tweede keer dat ik zilver haal op een NK mountainbike. En tevens de tweede keer dit jaar dat ik tweede word op een kampioenschap (veldrijden, red.) en daar koop ik helemaal niets voor. Natuurlijk Tom was sterker en ik zou achteraf niets anders doen, maar ik miste vandaag net dat beetje geluk om te winnen en besef dat het verschrikkelijk lastig is om weer in deze positie te komen tijdens een NK.”