Links in het plastic bakje zit nog een klodder mayonaise. Het laatste, halve frietje dat ik nog mijn hand heb heeft al wat saus te pakken, maar ik kom snel tot de conclusie dat dat niet genoeg is. Dat bakje móet leeg. Ik schraap door het hoekje en pak vrijwel alle mazjonès mee, ook omdat een groot deel aan mijn wijsvinger blijft zitten. Tegelijkertijd met het in mijn mond brengen van de laatste hap van deze vette avondmaaltijd lik ik ook die schoon.

Zo, ik kan er weer een paar uurtjes tegenaan.

Het is dag vier van carnaval 2025. De derde dag op rij dat ik in deze friettent eet en de kans dat dat morgen weer gaat gebeuren, is rijkelijk aanwezig. Niet dat dat nog wat uitmaakt. De hoeveelheid bier én Schrobbelèr die ik de afgelopen dagen heb genuttigd is nog veel groter en ik ben niet alleen deze week bezig, maar al ruim een maand elke dag van het weekend. Het hoort bij mijn tijdelijke leven als Adjudant Juul van Carnavalsgezelschap De Nölers uit Cuijk. Ik ben vanaf november tot maart de eerste en enige assistent van mijn goede vriend Sander, die deze maanden door het leven gaat als Prins Sander d’n Urste.

Iedereen die een oordeel heeft over carnaval: mond houden en/of een zelf een keer écht gaan vieren. © Photography by FotoCuijk.nl – Arjan Broekmans

De conditie krijgt op dit moment dus een ongekende knauw en op de weegschaal durf ik zeker niet te gaan staan. Toch geniet ik met volle teugen van een ‘once in a lifetime experience’ én voel ik me nog verrassend fit. Vette hap, veel bier, maar laat die laatste paar dagen carnaval, en een knallend einde van een intensieve periode, maar komen. Dat ik mezelf hier zo goed fysiek én mentaal doorheen aan het slaan ben – ik heb het trainen op het laagste pitje in 15 jaar staan en dat is niet per se iets om vrolijk van te worden – heb ik denk ik maar aan een ding te danken: de 4 Stage MTB Race in Lanzarote.

Eind januari, vlak voor de start van de drukste carnavalsperiode (denk aan pronkzittingen, prinsenrecepties en -onthullingen in andere dorpen) lukt het me nog om mee te doen aan mijn favoriete winterbreak. Favoriete ja, want het is de vierde keer dat ik aan de start sta op het noordelijkste Canarische eiland. De reden: het tijdstip, de UCI-status en het verrassende, niet al te zware parcours. En het mooie weer, mits – en daarover later meer – het niet te hard waait.

De 4 Stage MTB Race Lanzarote bestaat, de naam zegt het al, uit vier etappes. Twee cross-country-achtige, venijnige ritten van ongeveer 2 á 2,5 uur, een klimtijdrit en een stevige marathonetappe met halverwege de langste klim van het eiland (600hm). De ritten zijn elk jaar grotendeels hetzelfde. Alleen de volgorde verandert nog wel eens. Deze keer starten we voor het eerst met de klimtijdrit.

Het is een klimtijdrit, maar zeker ook met wat stukjes afdalen. Na een kilometer of twee loopt het even licht bergaf. Het is echter vooral de wind in de rug die ervoor zorgt dat je met 36-10 aardig aan het tollen bent om bij te kunnen trappen. Foto: Igor Schifris

Normaal gesproken beginnen we die in omgekeerde volgorde van het klassement. Dat is er nu nog niet, net als de verhoudingen vooraf. Ik besluit vast te houden aan een van mijn beproefde tactieken: ogen op de powermeter. De wind is toch wel een stevige vier, bijna nergens is beschutting en in het eerste deel vooral mee. Ik besluit iets te sparen, ook omdat ik door mijn mindere voorbereiding geen idee heb hoe de zaken er voorstaan.

Het pakt eigenlijk best wel goed uit. Ik word snel ingehaald door wat mannen achter me (waaronder latere eindwinnaar Tim Smeenge), maar het laatste stoempstuk met vol wind op kop kan ik nog vermogens leveren waar ik wel blij van wordt. Het resulteert in een twaalfde plek, op een minuut of vijf van de winnaar.

De technisch meest lastige stroken van de klimtijdrit zitten halverwege. Hier een stuk over een bergkam met de wind er dwars op (tip: hou je stuur goed vast), daarna een flowtrail richting de voet van de laatste strook bergop.

Oké, alleen koersen lukt dus nog wel. Maar hoe gaat het als het een strijd wordt om posities op een parcours vol korte klimmetjes, lastige afdalingen en bochten vol gravel en lavazand? Dat is een ander verhaal, blijkt al vroeg in etappe 2 . Door parcourskennis (vorige keer reed ik me klem achter een geparkeerde auto) zit ik bij de eerste flessenhals niet eens zo slecht gepositioneerd, maar ik moet even van de fiets af en schiet een paar seconden te laat pas weer in gang. Ergo: ik ben gelost uit de eerste groep.

De wind staat de eerste 25 kilometer vol in de rug. Ik besluit maar een alles of niks poging te wagen om er toch nog bij te komen. Zo nu en dan tik ik het laatste wiel van de groep aan, de plek waar oud-prof Luis Léon Sanchez op zijn dooie akkertje wat om zich heen aan het kijken is. Echt opschuiven zit er voor mij niet in. En dat is, met de hartslag in je keel, op dit parcours wel een probleem. Telkens gaat het op korte singletracks, zowel vlak, naar boven of naar beneden, op een lint. Een keer rijdt een sterke Duitser me nog terug, en daardoor zit ik er op het ‘keerpunt’ halfweg toch nog bij.

Je ziet Luis Leon Sanchez kijken: waar komt die gozer in een keer vandaan? Afijn, al drie keer gelost, maar met dank aan de Duitse beuker met nummer 14 bij de eerste verzorging tóch nog in de kopgroep.

Niet voor lang, en zo wordt de terugweg vooral een gevecht met mezelf en de elementen. De zwaarte van de Lanzarote 4 Stage zit niet in de hoogtemeters, wel in de wind en vooral ook het losse zand. Hoewel ik een paar plekken verlies (ik finish als veertiende) en het soms echt lastig is, kan ik er ook wel van genieten. Vooral als we over een steile, gitzwarte kraterrand worden gestuurd. De wind waait er dwars over. Zowel naar boven als naar beneden is het lastig om de fiets recht te houden. Dichter bij fietsen over de maan ga je niet komen.

De langste, de zwaarste, maar zeker ook de mooiste etappe van deze vierdaagse. We gaan terug naar het hoogste punt van het eiland, waar ook het einde van de klimtijdrit finisht. Nu rijden we alleen via de andere kant omhoog, via een heerlijke gravelklim waar ik altijd van kan genieten. Tot de voet daarvan is het echter typisch Lanzarote-werk. Ondanks de afstand gaat het hard, is het afwisselend over brede paden, loszandstroken en tricky, maar lekkere singletracks.

Alleen in de openingsfase. Niet ideaal in de waaierkoers die Lanzarote soms is. Foto: Igor Schifris.

Ik rij iets meer alleen dan me lief is, maar wil mezelf zeker niet opblazen. Na het laatste, steile klimmetje voordat we écht aan de voet van de langste beklimming zijn volgt weer zo’n bijzonder paadje langs een krater op. Bijzonder, gaaf ook, maar ik ben blij als ik kan starten aan de lange klim. Even geen hectiek, draaien en kerem. De blik kan op de powermeter, de focus op een lekkere cadans kan. Ik word een paar keer ingehaald, maar weet ook: de laatste 30 kilometer gaan veelal naar beneden, maar zijn zeker niet makkelijk.

Na de top als eerste lastige obstakel: de meest technische afdaling van deze meerdaagse. Die begint met een prachtige flowtrail over een klif. Het lijkt alsof je zo een paar honderd meter lager de felblauwe zee in kan rijden. Daarna gaat het over een paar stevige rotsen verder. Meerdere lijnen zijn mogelijk, maar alles is te fietsen. Dan is het simpelweg duwen richting de streep. Soms ook letterlijk, want een paar los zand klimmetjes zijn niet te fietsen en die ren ik naar boven. Omdat ik nog een paar concurrenten kan terugpakken – ik denk door mijn parcourskennis – finish ik als twaalfde.

Spoiler Alert, ook af te lezen aan mijn gezicht op deze foto: de laatste etappe draait het niet meer zo lekker.

Misschien dat ik in die finale toch iets te diep ben gegaan. De laatste dag wordt niet mijn beste. Meestal ligt deze snelle etappe me wel goed en kan ik iets voor halfweg op de enige echte scherprechter (een korte, maar stevige gravelklim) nog wel wat klaarspelen. Nu is het simpelweg de schade beperken. Op bij vlagen technisch lastige laatste 20 kilometer word ik simpelweg uit de wielen gereden. Het is vaak draaien en keren tussen de muurtjes die hier de lokale ‘akkers’ omheinen. Leuk, maar ik kom overal hoekig door. Als dan ook de laatste 5 kilometer compleet hertekend is (we maken nog een extra lusje langs de kust) is de pijp leeg. Vijftiende, en ik verlies ook nog twee plekken in het eindklassement (veertiende). Tijd voor carnaval, denk ik als ik over de meet kom.

Het blijft een vette koersomgeving, ook als je snakt naar de finish en nog niet weet dat die een kilometer of drie verder ligt dan waar rekening mee gehouden. Foto: Igor Schifris

Die carnaval heb ik inmiddels dus overleefd. De conditie weer redelijk bijgetrokken, met dank dus ook aan de inspanningen die ik tijdens de 4 Stage MTB Lanzarote deed. De Primavera UCI-marathon in het Belgische Andenne op 11 april wordt de eerste test om te kijken hoe ik alles heb doorstaan. Hoe mijn seizoen er daarna precies uit gaat zien, dat is nog niet helemaal definitief. Ik zit heel erg in mijn hoofd met het WK marathon tijdens de Grand Raid in Verbier. Ooit mijn eerste marathon, een wedstrijd waar ik een speciale band mee heb. Maar: ga ik goed genoeg zijn om me daarvoor te kwalificeren? En ben ik bereid alles in het teken daarvan te gaan zetten? En ga ik starten in de reguliere marathon als ik de selectie niet haal?

Die knoop ga ik de komende weken doorhakken als ik weet hoe ik er écht voorsta.

Dag 3 van de carnaval in Cuijk. Fris en fruitig tijdens de optocht. © Photography by FotoCuijk.nl – Arjan Broekmans

Club La Santa MTB 4 Stage Race 2026

Volgend jaar geen winterbreak meer, maar een koers voor het najaar. De organisatie kiest voor 3-6 september 2026 als nieuwe datum.