Veel ‘recreatieve’ fietsers zijn er goed in, vaak zelfs beter dan zelf de pedalen rond laten gaan. Op de bank liggen, kijken naar hoe de beste wielrenners ter wereld de degens met elkaar kruisen in bijvoorbeeld Parijs-Roubaix of de Ronde van Italië. Met grote ogen bekijken hoe die mannen (en vrouwen!) toch zo hard rijden. Dromen (en een beetje opscheppen) over hoe je zelf stand zou houden in dat geweld.

Dat laatste is een van de mooie facetten van het marathonbiken. Want als je wil, rij je als fanatieke amateur of recreant gewoon tegen de beste mountainbikers van de wereld. Ook in meerdaagse wedstrijden, waar het écht om gaat, zoals de Cape Epic. En nee, je hoeft er niet per se voor naar Zuid-Afrika.

Wij laaglanders kunnen al bijna een decennium dichtbij huis terecht in de Ekopak BeMC. Elk jaar een sterk startveld (al is dit jaar Mathieu van der Poel er niet bij) en ook een loodzwaar parcours. Koenraad Vanschoren, organisator en routebouwer, geeft de honderden deelnemers geen meter cadeau op de paden rondom La Roche-en-Ardenne. Aan de titel ‘The Hardest Mountainbike Tour in the Benelux’ is geen woord gelogen.


Van 2016 tot en met 2019 was het meten met de wereldtop op dit soort parcoursen mijn hoofddoel. Na het halen van het WK marathon in 2019 wist ik wat dat betreft wel waar ik stond en waar mijn max ligt en besloot ik geen elite-licentie meer te nemen. Na de corona-periode heb ik andere doelen. Eén daarvan is ooit eens in een (willekeurige) leiderstrui rijden. Een ‘droom’ die nu hopelijk wat makkelijker te realiseren is, omdat ik nu een master-licentie heb en daardoor in wedstrijden als de BeMC in de ‘open klasse’ rijd.

Etappe 1

Ik weet dat de leiderstrui bemachtigen in de BeMC alsnog een lastige opgave gaat worden. Alleen al in mijn categorie (35-45 jaar) staan meer dan 200 man aan de start, en de ‘zwarte trui’ wordt maar één coureur uitgereikt, de leider van alle open klassen. Dat die na de proloog van deze donderdagmiddag sowieso nog niet voor mij gaat zijn, weet ik al als ik in het centrum van La Roche van het startpodium rij en op de eerste asfaltmeters bergop mijn benen aan het werk zet.

Dat voelt op zich goed, maar het begint te regenen.

En te donderen. En nog harder te regenen. Het krijgt een wat apocalyptisch karakter. Achter me rijdt een auto van de organisatie, die met zijn koplampen nog voor wat verlichting zorgt. Qua zicht dan, niet in de benen: die draaien maximaal.

Ik weet zeker dat de mountainbiker achter dit tweetal door de heftige regen, zware trails en slecht zicht écht even gedacht heeft dat hij een zebra op een fiets zag. Foto: Jan Geys/Vojo Mag

Amper vijf minuten na vertrek begin ik in het pikkedonker aan het eerste, steile onverharde pad. Ik probeer me aan mijn pacing-plan te houden, maar moet moeite doen me daar op te focussen. Omdat ik weet dat de mannen die (veel) eerder in droge omstandigheden zijn gestart, in het voordeel zullen zijn en het waarschijnlijk dus niet zal opleveren waar ik vooraf op hoopte. Maar ook omdat de regen inmiddels is veranderd in hagel.

De zo nu en dan pijnlijke tikken op mijn rug en nek neem ik voor lief. Waar ik meer mee zit, is het open stuk achter het bekende Parc à Gibier. Donder en bliksem volgen elkaar steeds sneller op en ik weet niet hoe rap ik die wortelstrook moet nemen. Richting het hoogste punt – de Col de Haussire – is het vooral rijden door veel water en modder. Het is lastig om het juiste spoor te vinden en langzame coureurs in te halen. Gelukkig wordt het noodweer daarna wat minder.

Dat ik van start ging mét zonnebril, zegt genoeg. Toen ik van de camping wegfietste voor een goeie warming-up, had ik niet in de gaten dat er zo’n onweer op komst was. Foto: Jan Geys/Vojo Mag

Ik probeer me in het tweede gedeelte nog wat te herpakken en dat lukt redelijk. De volgende lange klim rij ik, gemotiveerd door het inhalen van voor me gestarte coureurs, in een lekkere cadans op. De afdaling is er niet makkelijker op geworden en probeer ik zonder al teveel risico te nemen. Zo kom ik in een tijd van 1.01.16 binnen. Het blijkt goed voor de achtste tijd scratch, en de vierde 35+. De Belg Simon Gregoire heeft in de open klasse alles op een hoop gereden en met minuten voorsprong gewonnen.

Etappe 2

De leiderstrui zal dus een ver van mijn bed-show worden deze BeMC, en ik stel mijn doelstelling bij. Dat wordt het halen van het podium in het eindklassement van de Open 35+. Natuurlijk haal ik ook nog steeds voldoening uit het meten met de UCI-elitemannen voorin. En dus trek ik me op de openingsklim van de dag (de Côte d’Hives) redelijk uit elkaar.

Links, rechts, zitten, staan op de pedalen. Ik schiet vanuit het tweede startvak in de eerste klimmende meters flink wat mensen voorbij. Oef, dit draait lekker. Ik zet nog één keer aan en kom zo tot aan het wiel van mijn teamgenoot Bart. Met wat fantasie rijden we nog in het eerste peloton. Al zie ik de kop van het langgerekte lint ver voor me rechtsaf het eerste gravelpad al induiken.

De eerste rit in lijn start in het centrum van La Roche, de andere twee op de hoofdweg naar Houfalize. Het was hier wat chaotisch, maar dat haalde het niet bij de start van de Velomediane, de wegcyclo eind augustus die op exact dezelfde plek is. Daar springen ze voor de start nog uit ramen om vooraan te kunnen staan. Foto: Jan Geys/Vojo Mag

Ik weet wat gaat komen en probeer mijn zojuist verworven positie (dankzij een 5 minuten wattagerecord, zie ik naderhand) zo goed mogelijk te behouden. Steil naar beneden, steil naar boven, steil naar beneden en opnieuw steil naar boven. Je positie op deze eerste trails is cruciaal, inhalen lastig. Als een stel strijdende hazewindenhonden op een renbaan storten we ons naar beneden, vervolgens worstelen we ons als een groep te laat van huis vertrokken forenzen de overvolle trein in naar boven. Het is wiel aan wiel, elleboog aan elleboog wringen, proberen het juiste spoor te houden. Geen positie verliezen, en vooral blijven fietsen. Helaas, conditioneel zit ik er nog lekker in, maar ik moet op dit steile rotsenpad van de fiets af.

In het lopen verlies ik wat posities en die kan ik op de tweede steile klim niet echt meteen goedmaken. Toch kom ik als we richting de wat langere, betere lopende klimmen gaan in een mooi groepje terecht. Ik heb echter wat angst voor het middelste gedeelte van deze rit, tussen verzorging twee en vier. Daar volgt het parcours de Ourthe. Althans, telkens dalen we af naar die rivier, om vervolgens meteen weer helemaal naar boven te klimmen.

Daarom besluit ik mijn eigen tempo te blijven rijden en dat is niet meteen de beste keuze. Ik kom wat te zwemmen tussen verschillende groepen, wordt bijgehaald door een flink peloton – ook door de Duitser die één plek voor me staat in het klassement – en moet mezelf herpakken. Dat lukt gelukkig op de hiervoor beschreven passage. Die is inderdaad heftig.

Marathontoppers Hans Becking (Nederlands kampioen) en Wout Alleman (Belgisch kampioen) krijgen dit jaar in de BeMC vooral concurrentie van enkele toppers uit het veldrijden, zoals hier Laurens Sweeck. Ook mooi: de livebeelden die elke etappe werden gemaakt. Foto: Jan Geys / Vojo Mag

Kilometers lang gaat het over lastige paden, die door de stevige regen van gisteren en de lichte miezer van vandaag modderig zijn geworden. Het is mountainbiken in optima forma. Wortels, rotsen, geulen. De percentages, naar beneden en naar boven, steevast in de dubbele cijfers. Ik stuntel zo nu en dan op de downhills, moet wat dat betreft mijn meerdere erkennen in onder meer de Canadees met wie ik al een tijdje samen rij.

Bergop is het gelukkig beter te doen en daar kan ik tijd goedmaken, zeker op de uitlopers waar het rijden ‘met de neus op de powermeter’ zich als altijd uitbetaalt. Langzaam los ik de gasten waar ik mee op pad ben, en win ik ook wat posities terug. Al verlies ik op een glibberig rotsenpad langs de rivier onnodig veel tijd. Het kan me niet echt deren, ook omdat ik met een noodrem-actie maar net een ongetwijfeld koude, en pijnlijke plons in de rivier kan voorkomen.

Het kan ook zijn dat dit het einde van de derde etappe is (aan het weer te zien wel), maar het mag helder zijn dat je er in de BeMC niet ontkomt aan het doorfietsen van kleine riviertjes en stroompjes. Foto: LW-Foto

Het einde van de rit is gelukkig wat vergeeflijker, al rij ik vlak voor het lastigste stuk (een soort van waterval omhoog) nog een stukje verkeerd. De voorsprong die ik heb gepakt hou ik wel vast. Zo kom ik na 4.05.06 als derde in mijn categorie binnen. Tevreden over mijn degelijke rit, al had ik graag wat meer tijd goed gemaakt op de Duitser op plek drie. Die komt net na mij binnen en behoudt zijn positie. In de open klasse finish ik als achtste en geef ik meer dan twintig minuten toe op Gregoire.

Etappe 3

De sfeer in de BeMC is goed, ook op de naast de finish gelegen camping Floréal 2. Daar staan we met een paar Nederlanders bij elkaar. Daarbij ook Johan en Roy, van fietsenwinkel CycleXperience in Uden. Het zijn mannen die in het (verre) verleden in dit soort wedstrijden om de prijzen meereden en daar smakelijk over kunnen vertellen. Ik geniet van hun verhalen, en word ook nog eens erg goed door ze geholpen. Mijn voorvelg heeft de eerste twee ritten niet overleefd: de BeMC is een aanslag op mens én materiaal. Gelukkig komt er uit hun camper een perfect leenwiel te voorschijn dat ik mag gebruiken.

Beeld van Roy van Heeswijk van CXP én van een houten huisje waar ik graag de eigenaar van zou zijn. Foto: Jan Geys/Vojo Mag

Roy beheerst de kunst van het vertellen, maar ook van het snel naar voren rijden in een peloton. Dat doet hij zo nu en dan door de mannen voor ‘m in het startvak aan het lachen te maken, maar vooral door vliegensvlug in elk gat te duiken dat hij ziet. Ik probeer deze ochtend in z’n spoor mee te gaan. Dat lukt niet echt, maar door wat beter te wringen dan ik normaal zou doen kan ik toch aan een goede positie aan de startklim (de Haussire onverhard) beginnen.

Het is een gevecht naar de top, met de bijbehorende chaos, en als ik in het wiel van een Duitser de tweede klim van de dag misschien nog wel harder ben opgereden dan de eerste bevind ik me in een groep van vijf. Ik lig weer op positie drie en heb me voorgenomen om stabieler, maar vooral ook iets harder dan gisteren, naar het wereldbekerparcours van Houffalize te rijden. Dat is het ‘keerpunt’ van de dag.

Simon Gregoire, hier in zijn zwarte leiderstrui, had ook een lekker groepje gevonden. Hier voert hij het tempo aan voor de Belg Frans Claes, die meestrijd om het podium in de UCI-elite. Foto: Jan Geys/Vojo Mag

In het begin is dat nog lastig. Het gaat veelal bergaf, en mijn vluchtgenoten hebben de sokken er flink in. Over rotsige afdalingen, snelle, maar smalle graveltrails, door rivieren en over korte poefjes gaat het in een hoog tempo tot voorbij de eerste verzorging. Bijna vinden we de aansluiting bij de groep voor ons, maar dat maak ik niet mee. Ik laat me opnieuw lossen, maar nu is dat een goed besluit. Ik word bijgehaald door een paar sterke coureurs en kan zo stabiel en in een ideaal tempo de kilometers wegmalen.

Stabiel is ook het woord dat ik in gedachte hebvoor het veeleisende lusje in Houffalize. Zonder mezelf helemaal uit te persen bergop en teveel risico’s te nemen bergaf kom ik gelukkig alle lastige rotsenpaden over. Mooi dat de BeMC dit soort stevige passages in het parcours opneemt. Ook mooi: ik voel me eigenlijk nog wel lekker. De pittige terugweg naar La Roche schakel ik een versnelling hoger.

Eindwinnaar Hans Becking kan hier af met hardtail zonder dropper, maar ik was blij dat ik hier volgeveerd en met het zadel laag naar beneden kon…. schuiven. Ik kon overal op de fiets blijven zitten, dat wel! Foto: Jan Geys/Vojo Mag

Ik rij eigenlijk alles alleen, maar kan toch nog wat opschuiven. Het is niet dat het makkelijk gaat, maar ik geniet er wel van. Van de traditionele doorwading van de Ourthe, van de trails bij Maboge – die ik nog ken van de Raid des Fantomes in maart. Ik kan ook nog lachen als ik wéér op een glibberpad langs de rivier veel meer moet lopen dan nodig. Ook een meevaller: de gevreesde Muur van Borzee, die we op een gunstiger punt opdraaien dan in het verleden.

Camping-buurman Wim de Bruin, hij komt later in het verhaal nog aan bod, probeert bij het doorwaden van de Ourthe nog wat bij te sturen. Foto: Sportograf.com

Zevende overall word ik, na 4.07.30, opnieuw meer dan 20 minuten achter Gregoire. In de 35+ word ik weer derde, en omdat ik mijn Duitse concurrent op bijna drie minuten achterstand zet sta ik nu ook op die positie in het klassement.

Etappe 4

Ik hou van een (relatief) korte intensieve laatste dag van een meerdaagse. Ik besluit daarom de pin eruit te trekken op de startklim (weer een andere variant van de Haussire) en daarna maar te zien waar het schip strandt. Ik kan al iets langer mee met Roy, en zit er zo prima bij op de eerste klimmende meters. Vooraan hebben ze er echter ook zin in en voordat ik het weet zit ik en bloc (lees: met mijn tong op de bovenbuis) in het wiel van de grote vriendelijke Belg Jan-Frederik Finoulst.

Half in beeld (de man is ook haast niet in een beeld te vangen) JF Finoulst, in het rood voor de kijkers rechts van me concurrent Van Boxstael. Net achter me: vaste kampeergenoot Robinho. Oftewel: een prima plek om de eerste klim aan te vangen. Foto Jan Geys/Vojo Mag

In zijn zog schieten ik de mannen die moeten lossen voorbij en in een grote groep, met ook teamgenoot Bart, draaien we bij Parc à Gibier het eerste onverharde pad op. Vandaar is het weer een gevecht naar boven. Net als op de eerste dag moet ik even van de fiets af, maar nu trek ik een sprintje en win ik er zelfs een positie mee. Op de top is het weer een slagveld, maar na de passage langs het kerkje in Bérismenil hang ik aan de staart van een peloton met mannen die ik deze meerdaagse nog niet gezien heb.

Ik weet dat je in de volgende afdaling vooraan moet zitten, maar krijg niet de kans om op te schuiven. In de daaropvolgende lange beklimming zit ik daardoor verder naar achter dan gehoopt en zak ietsje terug. De steile beklimmingen die de doorkomst inleiden blijven gelukkig goed voelen en richting de tweede keer top van de Haussire haak ik aan in het wiel van Wim de Bruin, mijn buurman op de camping.

Die heeft zelf geen UCI-klassement meer om voor te rijden, en weet dat ik goed lig bij de 35+ en dus trekt hij bovenop vol door. Soms iets te gek, maar zeker in de afdalingen is het voor mij een goed wiel om (proberen) te volgen. Waar ik bang was stil te vallen, gaat het tempo bijna omhoog en bij de laatste verzorging zie ik daar ineens Stijn van Boxstael op zijn fiets springen, na het verhelpen van een lekke band. Die won tot nu alle drie de etappes in mijn klassement en ligt nu ook op kop.

Nog wel Van Boxstael, denk ik even.

Een klim bij Borzee heeft de beroemde bijnaam De Muur, maar na deze BeMC kan ik opnieuw vaststellen dat er rond het kleine dorpje meer van dat type beklimmingen te vinden zijn. Er kwam de laatste dag een voor mij nieuwe uit het doosje van Vanschoren, en we mochten ‘m ook nog eens twee keer op. Dat is niet deze overigens, al is het een zwaarder stuk dan het eruitziet. De man achter me had er ook moeite mee. ,,We mogen hier straks nog een keer naar boven”, zei ik tegen ‘m nadat we het hiervoor beschreven klimmetje hadden bedwongen. Hij schakelde direct terug en ik heb ‘m niet meer teruggezien. Foto: LW-Foto.

Maar helaas.

Die droom van een etappezege gaat niet door. Ik kom tot op een paar meter van Van Boxstael, maar heb niet meer genoeg in de tank om ‘m bergop te volgen, en al helemaal niet bergaf. Toch kom ik meer dan tevreden binnen, na 2.50.59. Als tweede 35+, en vijfde totaal in de Open Categorie, omdat ik in een sprint op de streep nog geklopt wordt door Twan van den Brand. Ik haal zo mijn bijgestelde doel van de derde plek in het eindklassement. Overall (Open) word ik zesde, ruim een uur na Gregoire.

Onderweg heb ik ze eigenlijk maar weinig gezien – dat krijg je bij zo’n sterk internationaal startveld. Weinig strijd dus met deze mannen, maar toch blij dat ik de Duitser, met wie ik in het verleden vaker in de clinch lag, voor kon blijven. Foto: Photo Cosyn.

Van het rijden in een leiderstrui bleef ik dus ver verwijderd. Toch ben ik blij met mijn podium en hoe ik nog steeds stand kan houden tussen de UCI-renners, in zo’n pittige meerdaagse. Qua snelheid gaat het nog net zo hard als in 2019, maar gevoelsmatig verteer ik het beter. Dat is ook wel nodig, want in juni en juli rij ik achtereenvolgens de Alpentour Trophy, de Bike Transalp en Transmaurienne. Een rijtje waar de BeMC (op eigenlijk alle fronten) gewoon tussenhoort, overigens.

Mijn belevenissen daar zijn weer hier te volgen, en ook op Vojo Mag. Daarnaast maak ik weer dagelijkse beelden tijdens de koers op mijn Instagram-pagina. Check alle video’s van de BeMC hier.

Een van de stevige klimmetjes op het wereldbekerparcours van Houffalize. Te zien: het cameraatje waarmee ik onderweg beelden schiet (DJI Action 2) en een Maxxis Rekon Race voorband op het van CXP geleende voorwiel. Het was denk ik voor het eerst in vijf jaar dat ik op een andere band reed dan een van Specialized. Beviel niet slecht! Foto: LW-Foto
Ja, heel wat mooie paaadjes tijdens de BeMC. Maar als er een rivier links ligt en wortels en gladde stenen een soepele doorgang versperren ben ik – vooral als ik vermoeid ben – niet op mijn best. Foto: Jan Geys/Vojo Mag
De laatste foto is de eerste van deze meerdaagse. De warming-up van de tijdrit, met ook nog een stukje extra verkenning van de laatste trail. Soort van tevergeefs, want die lag er een uur later heel anders bij… Foto: LW-Foto