Bikepacking Italië: het rustige tripje dat toch uitdraaide op een race tegen de klok

Oef, wat ben ik blij als ik op de trap van het Ryanair-toestel sta. Een half uur later, als we zijn opgestegen en ik door het kleine raampje Napels uit het zich zie verdwijnen en we op weg zijn naar Eindhoven, ben ik pas echt opgelucht. Het is vrijdag 13 maart en ik zit op zo’n beetje het laatste vliegtuig vanuit Italië, een uur voordat de Nederlandse regering vluchten vanuit dit zwaar door corona getroffen land helemaal verbiedt. De laatste dagen ben ik rustig gebleven in een situatie waarin ik nooit had terecht moeten komen, maar het werd toch nog heet onder mijn voeten. Het fietstripje waarin snelheid niet belangrijk mocht worden, draaide toch nog uit op een race tegen de klok. 

Bijna twee weken later en met een steeds veranderende corona-situatie in (inmiddels) heel de wereld in gedachten, vraag je je af: hoe kun je in deze tijd op vakantie gaan naar Italië? Voordat ik het hele verhaal van deze bikepacking ga vertellen, lijkt het me verstandig om daar antwoord op te geven. Want natuurlijk: thuisblijven was het beste geweest. Maar, toen ik maandag 9 maart naar Napels vloog ging ik af op de reisadviezen van de overheid. Alle seinen stonden nog op groen. De streek waarin ik zou gaan fietsen – op bijna duizend kilometer afstand van de grote probleemgebieden in het noorden – was nog open. In Nederland, je kunt het je nu niet meer voorstellen, was de enige maatregel ‘geen handen schudden’. 


Met een beetje logisch nadenken had ik kunnen bedenken dat die situatie snel zou veranderen en dat de reis cancellen daarom de enige optie was. Maar wat als je er lang naar uitgekeken hebt? Alle voorbereidingen hebt getroffen? Je voor het eerst in je eentje met tentje en fiets op pad gaat, en je zo een lang gekoesterde wens in vervulling kan laten gaan? Het weer – toch een gok in deze periode van het jaar – er fantastisch uitziet? 

Dan ga je. Althans ik, en ik denk met mij een hele hoop anderen. Kijk naar de vele vakantiegangers die nu overal ter wereld vastzitten.

Geen zorgen in Napels
Ik maak me ook totaal geen zorgen als ik na een probleemloze vlucht op het vliegveld mijn getunede beachbike in elkaar zet en met een lege fietstas in mijn rechterhand een kilometer of vier naar de al geboekte AirBnB fiets. Er zijn wat militairen op het vliegveld, her en der lopen mensen met mondkapjes, maar verder lijkt niets een mooie tocht door het zuiden van Italië in de weg te staan. Ook als de lieftallige eigenaresse van de B&B (waar ik mijn fietskoffer de komende tien dagen mag stallen) een paar keer verbaasd vraagt wat ik toch allemaal van plan ben, zijn er nog geen twijfels.

Het was een klein kwartiertje werk geweest om alles in elkaar te zetten en in te pakken, ware het niet dat ik mijn multitool was vergeten. Gelukkig was er buiten een monteur een slagboom aan het repareren en bood zijn gereedschapskist soelaas. Ik kwam er wat laat achter dat mijn stuur scheef stond, maar daar viel gelukkig mee te fietsen.

Het plan voor de volgende dag is simpel: eerst naar de lokale Decathlon en de daarnaast gelegen supermarkt om de broodnodige spullen in te slaan om volwaardig te kunnen kamperen. De eerste signalen dat het in Italië toch wel anders is dan in Nederland krijg ik als bij de supermarkt al snel een rij staat om naar binnen te mogen én ik veel mensen zie hamsteren – verrassend genoeg vooral pasta. Bij de Decathlon koop ik de dingen die ik ben vergeten (zoals een multitool), maar het belangrijkste – gasflesjes – hebben ze niet. 

Naar de Vesuvius
Aangezien mijn route nog lang door stedelijk gebied gaat, ga ik ervan uit dat ik nog wel een bouwmarkt of iets dergelijks tegenkom. Ik besluit gewoon te vertrekken. Ik laad mijn de avond ervoor op Komoot gemaakte route in op mijn Sigma Rox 12 en begin. Eerste doel: de Vesuvius ronden. Einddoel: een camping vlakbij de Amalfi-kust, een van de weinige daar die in deze tijd van het jaar open is. Het klinkt allemaal gaaf en mooi, maar het gaat in het begin allemaal niet zoals gehoopt en dat heeft niets met corona te maken. 

Het verkeer in Napels is geen pretje en als ik eindelijk bij wat rustigere wegen aankom, zijn die vooral heel smerig. Ook moet ik een keer omdraaien voor een fanatieke hond van het formaat groot en gevaarlijk. Daarnaast sta ik twee keer stil om een en ander aan bepakking te veranderen: ik verplaats mijn tent van bagagedrager naar het stuur voor een betere balans. Hoewel ik nog steeds geen gasflesjes heb, begin ik wel aan de klim van de Vesuvius. Ik weet dat aan de andere kant Pompei ligt, ook een grote plaats waar ik nog inkopen kan doen.

Het echte werk
Eindelijk is daar de rust en cadans waar ik naar op zoek ben. De klim is heerlijk. Al snel laat ik het stedelijk gebied voor even achter me. Krijg ik een paar prachtige uitzichten voorgeschoteld. Volgt de ene haarspeldbocht na de andere. En kom ik erachter dat het gewicht van mijn fiets (ik gok ongeveer 20 kilo aan bagage) me totaal niet stoort. Hulde aan mijn wedstrijdconditie: ik haal zelfs een Italiaan op een mtb in.

Een lekker gevoel om bergop te fietsen en zo de stad achter me te laten.

Ik geniet een uur lang, maar sta dan weer snel met beide benen op de grond. Het pad dat ik had willen nemen om aan de andere kant af te dalen wordt bijna voor mijn neus gesloten door de autoriteiten. Een teleurstelling, maar geen ramp. Ik eet wat, daal dezelfde weg terug en vervolg mijn weg langs de kust op weg naar de klim richting de camping. Het duurt langer dan gepland voordat ik daar aan kan beginnen. Ik moet een omweg maken voor de gasflesjes (al vind ik ze eerder dan gedacht) en maak verkeerde keuzes in winkels voor water (bijna op) en vuur (vergeten). Ik heb me voorgenomen rustig aan te doen, maar ik moet moeite doen om mezelf niet te ergeren aan het vaak stoppen. De gedachte dat het logisch is dat op een eerste dag bikepacken niet alles soepel verloopt, helpt me positief te blijven.

De klim richting de camping is niet van uitzonderlijke schoonheid, maar wel van een fijn percentage en dat helpt me terug in de juiste gedachten-modus. Eenmaal boven zie ik een plek om eventueel te kunnen wildkamperen, maar een paar koeien en het feit dat een camping na zo’n lange, toch wel bewogen eerste dag verstandiger is doen me anders besluiten. Ik fiets een kwartiertje verder om op een klein, niet heel charmant kampeerterrein mijn tent neer te zetten.

Of ik er normaal gesproken wel met mijn fiets doorheen had gemogen, dat weet ik niet. Maar nu ging er een dik slot door het hek. Mijn humeur werd gelukkig meteen opgebeurd door een Amerikaans stel dat helemaal uit hun dak ging omdat ik niet alleen helemaal naar boven was gefietst (how steep!) maar dat ook nog met bagage gedaan (how heavy!).

Annulering
Eenmaal geïnstalleerd en gedoucht krijg ik van broer Dick een berichtje waardoor ik me meteen realiseer dat het wel eens een kort tripje kan gaan worden: Ryanair meldt vanaf zaterdag niet meer te vliegen op Italië. Ik twijfel geen moment, wacht een officieel mailtje van de vliegmaatschappij niet af en boek binnen vijf minuten een vlucht terug naar Eindhoven voor vrijdag, precies een week eerder dan gepland. Ergens hoop ik dan nog dat het niet nodig gaat zijn, maar dat ik die escape in ieder geval heb geeft de rust om nog net even snel het kleine dorpje in te lopen en te genieten van een heerlijk uitzicht op de kust. De kant-en-klare maaltijd die ik daarna bij mijn tentje bereid smaakt als een viergangendiner bij een vijf-sterrenrestaurant. This is what it is all about.

Niet de meest romantische camping, maar de douche was warm, de eigenaar vriendelijk en de prijs laag.

‘s Avonds teken ik op de mobiele app van Komoot (ik heb geen laptop mee) een route uit, het binnenland in. Niet te ver van Napels af, maar ook niet meteen terug. Ik neem me voor om nog minimaal twee dagen van de omgeving te genieten. ‘s Ochtends lees ik van de lockdown in heel Italië, al heb ik nog niet helemaal door wat dat precies betekent. Ik lees ook over een formulier om op straat te mogen zijn, waarin je aangeeft op weg te zijn naar huis. Die vul ik digitaal in op mijn mobiel, niet verwachtend die echt nodig te gaan hebben.

Carabinieri
Ik kom bedrogen uit. Als ik nog geen tien minuten aan dalen ben richting de prachtige kustweg die bovenaan mijn lijstje stond word ik aangehouden in een fuik van de Carabinieri. Dat gaat rustig en vriendelijk. Of ik weet van de situatie. Dat weet ik. Ik laat hem het formulier zien – dat maakt indruk – en ik geef aan dat ik op weg ben terug naar Napels. Dat dat de andere kant op is, accepteert hij als ik aangeef een vlakkere lus te nemen over Salerno.

Er volgt daarna een uur van twijfel, waardoor ik de schitterende weg waar ik over aan het fietsen ben niet optimaal kan waarderen. Moet ik inderdaad niet in een keer terug naar Napels en me daar twee dagen opsluiten in een hotelkamer? Of  gewoon maar doorgaan? De gedachte aan de drukke, lelijke en vuile stad, dat de overige politie die ik tegenkom totaal geen aandacht aan me besteed en dat ik ook regelmatig andere wielrenners op straat zie halen de twijfels bij me weg. Ik hou me bij mijn plan en heb er gelukkig ook snel weer plezier in.

De Amalfi-kust, foto vanuit het dorpje van mijn camping. Toen ik over de beroemde kustweg aan het fietsen was, kwam ik door de corona-consternatie niet echt aan het maken van goede foto’s toe.

Langzaam laat ik de drukte achter me. Sla na een eerste beklimming en afdaling nog wat extra proviand in. Nu ga ik echt de verlatenheid in. Stiekem hoop ik op een plek waar ik kan wildkamperen. Mijn route eindigt niet voor niks in de middle of nowhere, met uitwijkmogelijkheden naar plekken waar voldoende hotels zijn. 

Wild kamperen
De rustige weg slingert een prachtig natuurgebied in. Wordt steiler en steiler. Het is voor het eerst dat ik met mijn verzet van 36/42 moet werken om boven te komen. Waar ik begon met armstukken en twee jackies aan fiets ik nu in het kort-kort en druppelt het zweet op mijn bovenbuis. Boven is het einde van de route en vlak voordat ik op dat punt ben aanbeland zie ik links en rechts een soort van boomgaarden waar mijn tentje prachtig zou kunnen staan. Dat er her en der wat boeren aan het werk zijn, weerhoudt me ervan niet meteen een kampement op te slaan.

Een top van een klim zonder een verwijzing naar iets van het katholieke geloof is in Italië geen top van een klim. Krap een kilometer hiervoor kreeg ik de trappers nog met moeite ronde, krap een kilometer hierna vond ik de perfecte plek voor een overnachting.

Maar toch, ik fiets de laatste paar honderd meter af en draai bij het einde van mijn route, op een t-splitsing boven op een verlaten berg, mijn fiets zonder er bij na te denken om. Enkele tientallen meters terug duw ik mijn fiets een boomgaard op en vind ik achter een klein heuveltje het perfecte plekje om een nacht wild te kamperen. Ik twijfel geen moment en begin meteen mijn tentje op te zetten. Ik ben relatief vroeg en kan zo een middag en avond genieten van de rust op de berg, met een zonnetje, amper wind en goede temperaturen.

En van een heerlijk uitzicht.

Het enige minpunt van het plekje was dat ik niet helemaal waterpas lag.
Mooi wah, zo’n ochtend. Wel koud.

In mijn eigen wereld
‘s Nachts is het koud (ik zit op 800 meter hoogte), maar ik slaap goed en ‘s ochtends ben ik fris en fruitig voor de volgende etappe. De annulering van mijn oorspronkelijk terugvlucht is binnen, sowieso heb ik wel door dat met deze situatie in Italië (en inmiddels ook Nederland) vervroegd teruggaan naar Nederland de enige optie is. Dus teken ik een route richting Napels, maar niet al de stad in. Ik vlieg een dag later pas in de middag, dus heb de tijd om in de ochtend het laatste stukje te doen. De route gaat over een paar bergpassen en door een paar kleine dorpjes. Met voldoende water en eten (ingeslagen in de eerste supermarkt die ik tegenkom) ga ik op pad voor dat wat een lange dag op de fiets zal worden.

De corona-deken die over Italië hangt is voelbaar, maar aan de andere kant gaat op de plekken waar ik kom het leven gewoon door. Omdat ik er toch weinig aan kan doen, blijf ik een beetje in mijn eigen wereld. Wissel op Spotify tussen een podcast en muziek en raak, zeker in het begin, totaal in mijn element. De uitgekozen klimmen zijn schitterend en rustig en in tegenstelling tot de eerste dag gaat alles soepel. Ik stop alleen zo nu en dan voor een foto of om wat te eten en maak zo lekker kilometers en hoogtemeters.

Een Italiaans dorpje zoals een Italiaans dorpje er hoort uit te zien.

Op zoek naar een slaapplek
De vijf uur (bruto) die ik nodig heb om aan het eindpunt van mijn route te komen zijn zo voorbij. In het dorpje dat veel lelijker is dan gedacht en waar ik de chaotische sfeer van Napels alweer een beetje proef overleg ik met mezelf wat te doen. De keuze valt op een B&B op een kilometer of tien afstand. Van daaruit hoef ik de volgende ochtend nog een kleine 30 kilometer terug te fietsen naar mijn koffer en het vliegveld. Moet goedkomen, denk ik als ik via Booking.com mijn overnachting vastleg.

Omdat het nog relatief vroeg is en ik er lekker inzit en ik nog wil genieten van de mooie omgeving besluit ik een omweg te nemen naar mijn overnachtingsplek. Via een klimmetje van een paar honderd hoogtemeters. Anderhalf uur ‘gewoon lekker fietsen’ later kom ik aan op de plek van bestemming, kijk op mijn telefoon en zie dat mijn booking is gecanceld. Corona, luidt de uitleg. Bij andere bed&breakfast op een kilometer afstand wordt me via de telefoon in het Italiaans hetzelfde duidelijk gemaakt. Van de gemeente mag niemand meer overnachtingen aannemen.

Oef, het is al vier uur. Waar moet ik nu gaan slapen? Kamperen is geen optie in deze relatief stedelijke omgeving. Zonder in paniek te raken, denk kort na over de opties. Via Google vind ik gelukkig snel een hotel naast het vliegveld, waar ik telefonisch de bevestiging van krijg dat ik er kan slapen. Ik hang mijn telefoon aan mijn powerbank, stel de route via Google Maps in op het hotel (optie: lopend) en stop mijn oortjes in. Dat werkt verrassend goed. Waar ik vanwege mijn ervaringen van dinsdag angstig ben voor fietsen door Napels, ga ik nu over grotendeels goed fietsbare wegen (een kort stuk over een halve snelweg daargelaten) richting het hotel.

Kampeergevoel op de hotelkamer
Na 140 kilometer in bijna 8,5 uur (krap 7 uur netto) zet ik daar mijn fiets in de lobby. Daar is meteen weer duidelijk dat het menens is in Italië. De receptionist heeft een mondkapje en handschoenen aan en geeft aan dat ik achter de op vloer getrokken lijn moet blijven. Hij vindt het zelf allemaal overdreven, maar ik geef vanzelfsprekend aan dat ik het volledig begrijp.

Op de (overigens uitstekende) hotelkamer kom ik snel tot rust. Omdat de restaurants overal dicht zijn, kook ik op de vensterbank nog een kant-en-klare maaltijd en zo hou ik nog een beetje het kampeergevoel waar ik zo van hou erin. Ik baal ervan dat de trip niet geworden is waar ik van had gehoopt, maar ben ook blij dat ik de volgende dag naar huis kan.

Het uitzicht achter deze heerlijke kant-en-klare risotto verraadt een crappy hotel, maar het tegendeel was waar. Vier sterren, een heerlijk bed, een goed ontbijt. Niks mis mee, en voor weinig.

Vliegverbod
Die rust verdwijnt de volgende ochtend snel, als ik bij wakker worden lees dat de Nederlandse regering een vliegverbod vanuit Italië overweegt. Aangezien ik pas laat op de dag zal vertrekken wordt het nu toch nog wel spannend of ik nog op de reguliere manier naar huis kan. Ik geef mezelf op de kop voor het risico dat ik gisteren nog heb genomen met het extra lusje en plan van een B&B buiten Napels, prijs mezelf gelukkig dat dat niet door is gegaan en onderneem snel actie. Ik kan gelukkig al vroeg mijn fietskoffer ophalen bij de eigenaresse van de AirBnB en zet daarna meteen koers naar het vliegveld.

Ik wil namelijk alle opties open houden en eventueel op een vlucht naar Duitsland kunnen stappen als de Nederlandse gecanceld worden. Dan ben ik in ieder geval Italië uit. Bij de balie van Ryanair stellen ze me al snel gerust dat de vlucht gewoon doorgaat. Toch ben ik er niet helemaal zeker van. Mijn pa belt vanuit Nederland nog met het RIVM (omdat dat vanuit Italië haast onmogelijk is) en zelf bel ik nog een keer met de Nederlandse ambassade in Rome. Ze begrijpen allemaal mijn probleem en mijn vragen, maar kunnen me geen antwoord geven over het tijdstip van ingaan van het verbod.

Door het oog van de naald
Ik laat de eerste vlucht naar Duitsland schieten en blijf vertrouwen op de vlucht van Ryanair. Ik kom de dag, ook omdat ik gelukkig nog wat werk kan doen voor De Gelderlander, best wel prima door. Toch ben ik blij als ik kan gaan inchecken. Op het moment dat ik dat heb gedaan en met mijn fiets bij de oversized luggage sta belt mijn pa: of ik gehoord heb dat het vluchtverbod inderdaad wordt ingevoerd.  

Om 18.00 uur, en mijn vlucht gaat om 16.50 uur. Het is een marge van 1 uur en 10 minuten, maar het voelt als de halve seconde die ik ooit op Sicilië nodig had om me te kwalificeren voor het WK Marathon.

De reddende engel van Ryanair. Ik blijf dat op een of andere manier toch een prima vliegmaatschappij vinden. Eigenlijk gaat het fietskoffertechnisch altijd goed.

En nu?
Tja, en hoe nu verder? Dat is denk ik de grote vraag die heel Nederland in deze corona-crisis heeft. Plannen maken is onmogelijk en op het moment ook niet waar het om draait. Deze bikepacking was aan de ene kant bedoeld om een goede basis te leggen voor het komende marathonseizoen, maar ook om te ervaren hoe het is om met een andere mindset op de fiets te zitten. Is dat door alle corona-omstandigheden dan helemaal mislukt?

Nee. Want ik heb veel geleerd. Dat je bij het plannen van dit soort reizen (en ook in andere situaties) moet oppassen met naïef zijn. Maar het belangrijkste: hoe het is om te bikepacken en dat ik dat heel erg gaaf vind. Er komt hoe dan ook een tweede keer. En als je alle afgelaste wedstrijden in gedachte neemt, kan dat wel eens eerder gaan zijn dan dat ik aan de start sta van een serieuze koers.

Related posts

Project Elite/9thWave: geslaagde ‘dood of de gladiolen-test’ in Einruhr

by Juul van Loon
8 jaar ago

Roadtrip Roemenië: geen WK-ticket, wel avontuur

by Juul van Loon
7 jaar ago

SKS Bikemarathon: in de clinch met onze oosterburen

by Juul van Loon
2 jaar ago
Mobiele versie afsluiten