Tijdens mijn eerste mountainbikewedstrijd ooit, de korte afstand van de Grand Raid Cristalp in 2002, zat ik halverwege compleet naar de vaantjes op een muurtje uit te hijgen. Door het naar binnen schrokken van mijn zelfgesmeerde boterhammen met leverpastei hoopte ik weer een beetje op krachten te komen, iets dat maar ten dele lukte. Ik haalde de finish, maar wie me na die uitputtingslag van bijna acht uur had verteld dat ik het ooit voor elkaar zou krijgen deel te nemen aan een MTB World Cup, die had ik recht in zijn gezicht uitgelachen. Het duurde een flinke tijd en vraag niet hóe… maar het is me afgelopen weekend in Albstadt wel gelukt.

9th-Wave-logo-OG-Compleet-logo-A_nl

Dankzij de dertig UCI-punten die ik samen met en met dank aan trainingsmaat Bart pakte in de Portugal Tour, voldeed ik sinds maart aan de eisen van de UCI om te mogen starten in een wereldbeker. In de weken na die wedstrijd begon het steeds meer te kriebelen. Hoe zou het zijn om als pure amateur (en marathonrijder) te rijden in een race tegen de absolute wereldtop in de cross-country? Het zou voor Project Elite/9thWave wel heel gaaf zijn. Albstadt zou een mogelijkheid kunnen zijn. Het minst technische parcours van de cyclus én het dichtste bij. Als ik het nu niet zou doen, zou ik het nooit doen.

Toen ik concludeerde dat het voor mij als mtb-journalist goed zou zijn om überhaupt een keer een wereldbeker te bezoeken, er op zaterdag een marathon was als escape en ik me realiseerde dat ik de trip naar Zuid-Duitsland mooi kon combineren met een bezoekje aan de twee jongste telgen van de familie Van Loon in Zwitserland, hakte ik de knoop door. Ik had niks te verliezen. Je leeft maar één keer! En dus tufte ik donderdagochtend vroeg met mijn vouwwagentje richting Albstadt. Het was het begin van een onvergetelijke ervaring.

20160519_150415
Kampement bij het lokale voetbalveld. De Combi-Camp kreeg weer jaloers blikken van camper-eigenaren die het honderdvoudige (of meer) voor hun onderkomen hebben betaald.

De voorbereiding
Mijn vouwwagen staat binnen no-time op de lokale camperplaats (bijna op het parcours); ik kleed me snel om en ga meteen mijn inschrijving ophalen. Verkennen moet namelijk met een stuurbordnummer op en op bepaalde tijdstippen: er zijn vrouwenuren, gemengde uren en mannenuren. Ik start in een gemengd uur en het is druk op het parcours. Ik neem me voor om in ieder geval één of twee rondjes te doen, voordat ik de voorgeschreven training van mijn schema verder af ga maken. Het valt gruwelijk tegen. Van de goed te rijden eerste (dubbele) klim krijg ik moraal, maar in de eerste de beste bocht naar beneden sta ik al stil met knikkende knieën en moet ik lopen. Uit frustratie gooi ik me zonder al te veel nadenken het volgende steile stuk wel gewoon af. Het gaat net goed en met de schrik in de benen fiets ik vervolgens richting de tweede afdaling.

Door de vele regenval is het parcours extreem glibberig. Die tweede downhill is een nog groter drama. Niet gehinderd door enige controle over mijn fiets glij ik – inclusief meerdere keren afstappen en enkele stukjes lopen – naar beneden. Om me heen zie ik de echte toppers (mannelijk en vrouwelijk) met ogenschijnlijk gemak en plezier naar beneden zoeven. Gaaf om te zien en kicken om met hetzelfde bezig te zijn als mountainbikers als Marco Aurelio Fontana en Jolanda Neff. Mijn respect voor deze coureurs stijgt, maar mijn eigen vertrouwen daalt. Daarom laat ik het bij een rondje. In de rest van mijn training ga ik naarstig op zoek naar nog wat singletracks om in alle rust wat vertrouwen op te doen. Dat lukt gelukkig, maar ‘s avonds neem ik me wel een ding voor: als het zo nat blijft of zelfs nog natter wordt, dan wordt het de marathon op zaterdag. Was dit allemaal wel zo’n goed plan en heb ik het niet zwaar onderschat?

20160519_163920
Een rondje Albstad op donderdag: ja, het was plakmodder!

Het blijft gelukkig droog de rest van het weekend. Op vrijdag is het nog steeds glibberig, maar na een flinke tijd rustig kijken naar mijn collega’s (haha) lukt het me om gecontroleerd een rondje te fietsen zonder van de fiets af te hoeven. Het scheelt dat ik de lastige bocht van een dag eerder kan ontwijken door een goed te rijden chickenrun die ik eerder niet had gezien. Ook neem ik steevast de tweede escape-route, bij een lichte jump. Een wortelstuk bij een boom dat me het meeste moeite kost, blijkt eenmaal de drempel over een peulenschil. Zaterdagochtend ga ik nog twee keer foutloos rond, zonder ergens te twijfelen. De ondergrond is bijna helemaal droog en ik heb naderhand meer dan voldoende vertrouwen voor zondag.

De wedstrijddag
Ik merk in de dagen voor de wedstrijd dat ik zenuwachtiger ben dan anders. Gelukkig sta ik op de camping langs Christopher en zijn zoon Lomas, twee gezellige en grappige Britten die zorgen voor wat afleiding. Om wat onrust weg te nemen, besluit ik voor de zondag een tijdsplanning op te schrijven. Ik word toch erg vroeg wakker en loop om 8 uur ‘s ochtends al een uur voor op mijn zelf opgestelde schema. Zonder al te veel te lopen en te staan kijk ik naar de wedstrijd bij de belofte-mannen, waarna om elf uur mijn eigen wedstrijdvoorbereiding (start is om 14.20 uur) begint met een goede maaltijd. Als ik daarna afdaal naar het rennerskwartier nemen de zenuwen nog meer toe. De vrouwenrace is bezig en het staat op het centrale punt van het parcours, de beruchte Bullentäle, ramvol met mensen. Amai, vraag ik mezelf af, hoe moet het straks wel niet zijn als we met de mannen van start gaan?

20160522_072330
Een gestructureerde zeldzaamheid in mijn koersvoorbereiding: alles ligt klaar én ik heb een planning gemaakt.

Veel te vroeg ben ik beneden. Gelukkig word ik opgevangen bij de truck van CST-Superior, waar ik even kan zitten en waar ze zelfs aanbieden om een bidonnetje in de verzorging aan te geven. Ondertussen vertelt hun coureur Hans Becking me waar ik mijn chip moet halen en hoelaat ik me in de startbox moet melden (ik had totaal geen idee). Als hij en zijn collega’s gaan warmrijden, ga ik ook. Maar wel alleen. Ik merk dat ik nog even een momentje voor mezelf nodig heb om mijn concentratie te zoeken. Dat lukt, maar de zenuwen nemen niet af. Dat komt omdat op dezelfde weg als waar ik mijn warming-up doe, verschillende toppers ook bezig zijn. Europees kampioen Julien Absalon kom ik in de woonwijk een paar keer tegen. Bizar dat ik zo aan dezelfde wedstrijd als hem aan de start sta, realiseer ik me.

Die start komt erg dichtbij. In de box sta ik met mijn nummer 142  helemaal achteraan, maar toch zijn ook hier zijn sommigen op een rollerbank aan het warmrijden. Ik doe maar net alsof ik al veel vaker een wereldbeker heb gereden. Ik merk dat ik mijn telefoon vergeten ben af te geven en maak van het moment gebruik om snel een fotootje te maken, zonder dat mijn concurrenten het zien. Eenmaal op de startgrid sta ik op de laatste rij. De eerste keer ooit dat ik daar blij mee ben. Dat ik de wereldtoppers niet eens kan zien remt de oplopende spanning nog een klein beetje. Mijn raceplan is heel simpel: op de fiets blijven zitten en na de ruime startlus (driekwart ronde) nog een hele ronde rijden en daar zoveel mogelijk van genieten. Als ik mijn eigen rijden inschat, wordt het daarna heel lastig om niet door de 80% procent regel uit koers te worden genomen. Een rondje van de toppers is ongeveer 11 minuten, dat betekent dat het bij krap 9 minuten achterstand over is.

20160522_140612
Geen beste foto, ik durfde m’n camera niet lang in de lucht te houden.

Als het startschot valt zijn mijn zenuwen wonderwel meteen weg. Totdat het bergop gaat doe ik geen gekke dingen. Er is filevorming, ik sluit rustig aan en door op de fiets te blijven zitten waar veel anderen besluiten te lopen haal ik een paar man in, waaronder een Roemeen, een Chileen en een Ghanees. We rijden de Bullentäle in en het lawaai is oorverdovend. Opgejut door de speakers gaat het publiek compleet uit zijn dak voor de mannen voor in het veld, die aan de andere kant al naar beneden komen. Ik moet moeite doen om niet al te veel om me heen te kijken.

Door alle chaos vergeet ik ook een tip van Christopher: hou helemaal beneden op het bruggetje spanning op je ketting, anders valt hij er gegarandeerd af. Yep, ik moet stoppen om m’n ketting er opnieuw op te leggen en de Roemeen en Chileen – die enige twee die ik achter me had – komen me voorbij. Dat ik hopeloos achteraan zou komen te rijden was ingecalculeerd, maar dat het op zo’n manier gebeurt is toch wel een teleurstelling. Die is echter zo over: ook in de tweede klim stokt het en ik sluit weer aan. Ik ga de Roemeen zonder problemen voorbij (word ik in ieder geval geen laatste!) en haak aan bij de Chileen. Aangemoedigd door een Nederlandse delegatie bovenop (waarvoor veel dank) steek ik die net voor de afdaling voorbij. Ik focus me op de twee lastige bochten boven, neem de juiste lijnen op het rotsachtige gedeelte en neem het voorheen lastige wortelgedeelte bij de boom op een hogere snelheid dan ooit te voren. Oftewel: ik ga voor mijn doen soepel naar beneden, maar de Chileen gaat simpelweg harder en rijdt bij me weg.

Na het tussenstuk met passage bij start/finish (ook wel een momentje) probeer ik op de eerste klim van de eerste volledige ronde nog naar hem toe te rijden, dat lukt niet, al loopt hij ook niet verder uit. In de Bullentäle is het weer genieten. Ondanks dat ik in het verre achterveld rij, word ik op sommige momenten aangemoedigd alsof ik op weg ben naar de overwinning. In de lastige afdaling sluit ik me er zoveel mogelijk voor af. De krappe bochten in de chickenway, het gladde steil stuk en de geultjes van de rechterlijn: het gaat gelukkig allemaal goed en na eerder advies van bondscoach Tim Heemskerk en Nederlands kampioen Michiel van der Heijden besluit ik de jump – die eigenlijk geen jump blijkt te zijn – ook gewoon te rijden. Hoppa, vinkje!

_DSC3706-X2
Met zoveel publiek voor de eerste keer van de kleine drop-off. Ik dacht er maar niet teveel bij na. Foto: Erik van den Boogert

Op de tweede klim geef ik opnieuw alles, want ik ben bang dat wereldkampioen Schurter en Absalon er zo al aankomen. In de afdaling heb ik zowaar plezier, ook omdat ik denk dat het mijn laatste minuten op het parcours zijn. Maar bij start-finish mag ik door, want het gat is maar zes minuten. Of ik daar blij mee ben weet ik niet. Ik heb mezelf goed opgeblazen in het eerste gedeelte en schakel noodgedwongen iets terug. Ik zie niemand meer voor of achter me en wil wat adem overhouden om van de Bullentäle te genieten. Dat lukt. Het zijn misschien wel de meest mooie minuten op mijn bike ooit. Met een big smile en het kippenvel op mijn armen rij ik langs het publiek. Vooral op een klein poefje gaat iedereen – opgejut door Christopher en Lomas – helemaal uit zijn dak. Het lukte me daar om er nog een, weinig indrukwekkende, versnelling uit te persen.

DSC_6168-X2
Focus en concentratie…
DSC_6217-X2
..maar toch vooral genieten in de tweede en laatste ronde. Foto’s: Erik van den Boogert

Zowaar zie ik op de tweede klim nog een coureur rijden. Die heeft de handdoek duidelijk gegooid en is (onbegrijpelijk) niet aan het genieten van de bijzondere koers die hij aan het rijden is. Ik haal hem in en rij geconcentreerd de afdaling. Vlak voor het opdraaien van het rechte stuk word ik door een jurylid uit de wedstrijd gehaald. Veertig minuten heb ik mogen genieten. Als ik rustig uitfiets op het middenterrein, komen Absalon en Schurter er al aanzetten. Wat gaan die mannen absurd hard!

IMG-20160522-WA0010
Duidelijk beeld op Redbull.tv. Een uithijgende amateur kijkt vol bewondering naar de aanstormende wereldtoppers.

Naderhand
Als ik uit koers genomen ben, rij ik meteen naar de Büllentale om daar nog even van de fantastische sfeer te proeven. Ook sta ik vlak bij de finishlijn als Schurter en Absalon hun bizar spannende eindsprint rijden. Het uitzinnige publiek dat ik ook daar ervaar geeft nog maar eens aan dat een wereldbeker écht een bijzondere wedstrijd is. Dat bevestigt Anne Terpstra als ik haar even later interview in de tent van haar team Ghost. “Dit went nooit’, zegt de Nederlands kampioene. Als ik even later Van der Heijden spreek wordt hij door een volwassen vent om een handtekening gevraagd. Says it all: dit zijn de races van de echte mountainbikesterren.

En daar heb ik als hobbyist toch maar mooi tussen gereden. Het is inmiddels een paar dagen later, en ik zit nog steeds een beetje op een roze wolk van alle indrukken. Ik wist vooraf dat ik het technisch lastig zou krijgen, ook conditioneel veel te kort zou komen en dus als een ‘loser’ achteraan zou komen te rijden. Maar zo heb ik totaal het niet ervaren. Integendeel: ik ben er trots op en blij mee dat ik het heb aangedurfd om als wannabe elite-coureur met beperkte cross-countrykwaliteiten in zo’n grote wedstrijd te starten.  Ook al finishte ik in de verste achterhoede, op de 138e plaats, met alleen de Roemeen Georg-Vlad Sabau (en de eerder afgestapte Zwitser Pascal Nay) achter me in de uitslagenlijst.

De vergelijking
Maar hoe ging ik nou rond in vergelijking tot de wereldtop? Mijn eerste volle ronde was net onder het kwartier, mijn tweede (waar ik net niet meer over de streep reed) zal iets langzamer zijn geweest. Daarmee verloor ik per ronde 3,5 minuut op de eersten in koers. De laatste ronde van Mathieu van der Poel was bijvoorbeeld twaalf minuten rond. Ook de beste vrouwen waren (een minuut per ronde) sneller. Mijn tijden waren vergelijkbaar met die van Terpstra (29e bij de vrouwen) en Anne Tauber (3e bij de belofte-vrouwen). Daarbij reed ik 40 minuten met een normalized power van 332 watt, om en nabij mijn omslagpunt. Ter vergelijking: een week eerder trapte ik in een clubwedstrijdje 10 watt meer én haalde ik niet eens het podium.

Hoe hard die mannen en vrouwen rijden heeft indruk gemaakt. Vooral de downhills. Ik kwam in semi-natte en droge omstandigheden met moeite heelhuids beneden op het makkelijkste parcours van de wereldbekercyclus. De professionals zijn niet bezig om zonder voetje aan de grond beneden te komen, maar met pure snelheid. Ze trainen verschillende lijnen en gaan tijdens hun race supergecontroleerd en superhard naar beneden.  Daarbij rijden ze ook nog een paar tandjes zwaarder omhoog.

Met de technisch veel lastigere andere wereldbekers in gedachte kun je daar alleen maar veel respect voor hebben. Aan zo’n wedstrijd deelnemen is pittig. Ik kan het iedereen aanraden… maar ga zelf weer snel mijn comfortzone in. Tijd voor een paar basic marathons!


_DSC3776-X2
Op dit soort stukken nam ik wijselijk de binnenbocht. Foto: Erik van den Boogert
_DSC3503-X2
De bocht linksboven heb ik maar een keer gezien, ik nam telkens de chickenrun die rechts weer op het parcours uitkwam. Op foto’s en livebeelden ziet het er misschien makkelijk uit, het is allemaal een stuk steiler dan je denkt. Foto: Erik van den Boogert