Soms denk ik tijdens een marathon wel eens: waar moet ik het straks in mijn blog over gaan hebben? Nu had ik daar tijdens de eerste twee etappes van de Alpentour Trophy zoals jullie gelezen hebben nog geen last van, maar toen vandaag de derde etappe (69km/2800hm) afstevende op een mooie mix van dag 1 (genieten van de omgeving) en dag 2 (genieten van het koersen) begon ik me toch een beetje zorgen te maken.

Ik werd na een kilometer of dertig echter ‘gered’ door mijn eigen onoplettendheid en het blind volgen van mijn voorganger. Hoe het kon gebeuren weet ik nog steeds niet, maar in de afdaling richting de tweede lange beklimming van de dag passeerden we een tractor, om vervolgens bij de volgende afslag geen bordje meer te zien. Iedere marathonbiker zal het een keer overkomen zijn en het herkennen: want wat doe je in zo’n situatie? Doorrijden in de hoop dat het goedkomt of meteen rechtsomkeert maken?

In alle haast koos ik in tegenstelling tot mijn lotgenoot voor optie twee, tot een paar honderd meter lager de mensen bij een boerderij me een halt toe riepen. Ik zat verkeerd en moest ergens ‘ver daarboven’ zijn. Gelukkig was de boer de beroerdste niet. Voordat ik het wist lag mijn fiets achter in zijn bus en reden we met slippende banden een smal schotterpad omhoog. Onderweg pikten we ook nog even de andere verkeerdrijder op.

Zijn conclusie was dat het passeermoment bij de tractor ons fataal was geworden maar heel lang konden we daar niet over bakkeleien want de boer, die ik in die vijf minuten denk ik twintig keer ‘hero’ heb genoemd’, zette ons keurig af aan het begin van de beklimming.

alpentourdag3carolinearends
Rustig bidonnetjes bijvullen bij de verzorging. Ook een voordeel van rustig een marathon uitrijden. Foto: Caroline Arends

Kijkend naar de coureurs waar ik op dat moment weer instapte viel de schade van het akkefietje nog wel mee. Mentaal was er echter wel wat beschadigd: ik probeerde nog een kilometer om mijn lekkere ritme van voor het verkeerdrijden weer op te pakken, maar dat was tevergeefs. Toen ik dacht aan de klimtijdrit van morgen was mijn keuze snel gemaakt: in de spaarstand.

Ik baalde daar toch wel een beetje van, want het ging namelijk best wel prima. In de eerste klimmende meters (dezelfde als gisteren) vertoefde ik weer in het wiel van Bart Brentjens en deze keer leek hij er rekening mee te hebben gehouden. Toen ik vlak na een singletrackje bij het opdraaien van een lang stuk asfalt een gaatje moest laten keek hij achterom, wachtte hij en bracht me terug tot een groepje van ongeveer tien renners. Topactie en weer een genietmomentje in de koers.

Op weg naar de eerste top (op 21km) moest ik van mijn eigen verstandigheid de meesten van die groep (inclusief Bart) iets weg laten rijden, maar heel groot was het gat op het moment dat ik de verkeerde afslag nam niet. Toen ik echter de rest van de etappe reed – die was mede door de toevoeging van een nieuwe beklimming retezwaar – kwam ik al snel tot de conclusie dat mijn onoplettendheid me wel eens gered kon hebben van een complete ineenstorting.

Morgen nog de klimtijdrit van 14 kilometer en 1100 hoogtemeters. Met de relatieve rust (*kuch*) van vandaag en het goede klimgevoel van de afgelopen dagen heb ik daar zowaar nog zin in. Gas erop!

 

hoogtedag3