Toen ik als jongvolwassene nog thuis woonde was juni altijd een mooie tijd. Mijn ouders gingen in die maand namelijk altijd op vakantie, mijn broers woonden al op zichzelf en dus had ik het huis voor mij alleen. Juni was ook toen al de maand van de mooie marathons en ik reed tussen alle zomerse mogelijkheden die de afwezigheid van mijn ouders bood waar mogelijk een mooie mountainbikewedstrijd, vaak in de Ardennen.

Meestal ging ik richting het zuiden samen met Herwin (kennen jullie ‘m nog, hij schijnt zijn mtb weer van het stof ontdaan te hebben!). Eén keer ging dat echter mis.

De oorzaak weet ik niet meer, het zouden zo maar een aantal biertjes te veel kunnen zijn geweest, maar ik werd de bewuste zondagochtend wakker met een ietwat verschrikt gevoel. Terecht, want ik bleek me gigantisch te hebben verslapen. Beneden vond ik een briefje in de brievenbus: ‘Ik heb tien minuten aangebeld, je was niet wakker te krijgen en ben toen maar alleen op weg gegaan.”

Nu was het schrikmoment afgelopen zondag voor de start van de Schinderhannes MTB Marathon niet zo groot als tien jaar geleden, maar toen ik ’s ochtends in mijn tentje op het grasveld bij het zwembad in Emmelshausen voor het eerst op mijn mobiel keek, was het al tien voor half acht. Damn. Door mijn wekker heen geslapen. Snelle rekensom: ik had nog 1 uur en 10 minuten voor de start. Ik lag nog half comatueus in mijn warme slaapzak en moest nog ontbijten, omkleden, mijn fiets in elkaar zetten, een binnenband en het stuurbord aan mijn frame bevestigen, een paar bidons klaarmaken, de banden oppompen en vooral ook heel nodig naar de WC.

Niet echt een heel comfortabel lijstje om vlak voor de start van een 104 kilometer lange marathon af te raffelen, maar het ging verrassend goed. Mijn (gelukkig) vooraf gesmeerde broodjes werkte ik tijdens al de broodnodige handelingen naar binnen, ik stapte op mijn fiets, vond een WC bij start/finish, reed nog twee keer op en neer op de grote asfaltweg waar de start zou plaatsvinden en stond vervolgens, nog geen driekwartier nadat ik wakker was geworden, als een van de eersten in het startvak.

startmarathonschinderhannes
Links, veel te ver naar voren in het startvak.

Misschien dat ik beter wat langer had warm kunnen rijden en iets verder naar achter had kunnen gaan staan, want de eerste kilometers van deze marathon konden rechtstreeks de top vijf in van meest dramatische starts ooit. Emmelshausen ligt op hoogte, daardoor gaat het in het begin vooral bergaf en dus heel erg snel. Nou, ik werd aan alle kanten voorbij gestoken, kon geen wiel houden, had last van een opgeblazen gevoel in mijn maag en op de eerste paar korte poefjes liepen mijn benen dusdanig vol, dat ik me afvroeg hoe ik het ooit nog 100 kilometer vol ging houden.

Korte conclusie: ik was nog niet wakker én had veel te laat en snel ontbeten. Ik bedacht voor mezelf een drietal oplossingen. Of 1) er de brui aan geven, of 2) de boel forceren en zo snel mogelijk alles op alles zetten om weer naar voren te rijden of 3) rustig blijven toeren, genieten en hopen dat het dan vanzelf een keer goed zou komen. Redelijk snel koos ik voor optie 3 en dat bleek de juiste keuze. Met dank aan een prachtig parcours.

Want terwijl ik er voor mijn gevoel langzaam maar zeker ‘doorheen begon te komen’, schoten de meest prachtige paden onder mijn wielen door: mooie bospaden, technische downhills, singletracks en schitterende flowy-trails langs riviertjes en steile berghellingen. Ik waande me soms in Zuid-Europa.

Er zaten echter ook veel lastige grasstroken in het parcours (enig minpuntje) en ook een aantal heftige, meestal niet al te lange beklimmingen. Op een van die poekels vond ik het juiste gevoel definitief terug. Het was zo steil dat ik noodgedwongen wat extra gas gaf, en ik reed daardoor weg bij de groep met wat bekende concurrenten waar ik de kilometers daarvoor in had vertoefd. Daarnaast haalde ik onder andere Karen Brouwer (de eerste vrouw in koers) in, inclusief nog een aantal zwoegende, te snel gestarte mannen. Het was de moraalboost die ik nodig had.

Mede met behulp van een aantal gelletjes en (iets later) een vers bidonnetje (dank Hennie!) vond ik tot mijn eigen verbazing een heerlijke cadans. Ik pikte zonder in het rood te rijden meer en meer renners op (raakte zelfs de tel kwijt). De meeste liet ik achter, met een Duitser en de Nederlander Steven Eskes kon ik een klein beetje samenwerken. Een kilometer of 25 voor de streep – met een groepje van vijf coureurs in het zicht – besloot ik mijn laatste cartouche te verschieten.

Dat deed ik per toeval op een van de langste beklimmingen van de dag. Ik reed bij mijn twee vluchtmakkers weg, haalde het groepje voor me vlot in en gaf in de laatste twintig kilometer alles om nog meer plekken goed te maken. Door de inspanning op de vier kilometer lange beklimming was het beste er echter wel af en op een van de laatste heuvels sloot Nico Hoogland, een coureur uit het groepje van vijf, weer aan. Waar ik dacht dat hij me meteen voorbij zou steken, bleef hij braaf in mijn wiel zitten en reed hij me in de laatste honderden meters zelfs nog naar een Duitser toe (credits!). Die stak ik in de aller-, aller-, allerlaatste bocht nog voorbij.

sportograf-60327791_lowres
De laatste stukjes bergop, met Hoogland in het wiel.

Daarmee eindigde mijn onverwachte opmars op plek 21 overall en een tijd van 4 uur en 52 minuten. Veel gasten waar ik in het begin achter reed, kwamen ergens rond plek zestig binnen in een tijd ruim boven de 5 uur. Amai. Ik neem voortaan een extra wekker mee.