Blog NK Marathon: een roes van begin tot einde

Als je totaal onverwacht vierde wordt op een NK, moet je een blog dan beginnen met de blijdschap van die goede prestatie, of met de teleurstelling van het op een haar na missen van een podium? Voordat ik begon met het tikken van het lange verhaal van het afgelopen NK Marathon heb ik me dat een paar keer afgevraagd. Ik ben er niet helemaal uitgekomen. Feit is dat ik toch wel even moest slikken toen ik zondagmiddag de man met wie ik bijna honderd kilometer samen had gereden op het podium zag staan.

Dat ik er daarna achter kwam dat we allebei misschien wel de kans hadden gehad op nóg meer, dat maakte dat gevoel niet beter. Maar daarover later meer, want ik wil toch eerst beginnen met de race waarin het voor mijn gevoel allemaal op zijn plek viel en waar ik van begin tot einde van heb genoten.  Ik wilde echt heel graag een keer goed rijden op een NK en dat is gelukt.  Sinds de Trans Schwarzwald heb ik naar deze wedstrijd toegeleefd. Doel: een plek in de top tien bij de Masters 1 (30+).

De race
Op een of andere manier zit ik vanaf een half uur voor de start al in een roes. Dat het slecht weer is in plaats van het beloofde mooie weer, dat neem ik voor kennisgeving aan. Het interesseert me niet. Ook dat we onverwachts met een zijn allen starten in plaats van per categorie, kan me niet uit mijn concentratie brengen. Ik ben best zenuwachtig, maar heb mijn raceplan klaar: maximaal gaan in het begin, dan even temporiseren en vervolgens overleven tot de top van de Keutenberg (driekwart koers). Wat er in de laatste 35 kilometer nog moet of kan gebeuren, hangt af van de fysieke gesteldheid en het koersverloop. Een belangrijk ding knoop ik wel in mijn oren: mezelf opblazen is uit den boze. De dunne scheidslijn tussen zo hard mogelijk koersen en over mijn toeren gaan mag ik absoluut niet overschrijden. Dan weet ik dat ik steken in mijn zij krijg en dat ik een goede klassering uit mijn hoofd kan zetten.

Concentratie voor de start. Foto: Ben van Reeden

In de eerste paar kilometers hou ik mezelf daarom redelijk gedeisd. Ik probeer niet ten koste van alles op het vlakke plekken goed te maken. Wel maak ik een goede move door bij de eerste versmalling, vlak bij het opdraaien van het eerste stukje bergop, de buitenbocht te nemen. Ik haal meteen een man of tien in en floep er zo tussendoor. Bovenaan dat klimmetje kies ik het wiel van Tibor Zwaan (de nummer twee van vorig jaar) en in zijn wiel sluiten we aan bij wat op dat moment een omvangrijke tweede groep is. Niet lang daarna volgt de eerste klim en dan merk ik voor het eerst dat ik goede benen heb. Ik kan mee met mannen die ik sneller inschat én achter me valt een gat. Op de modderige tractorpaden die volgen schuif ik nog wat op en op de volgende klim  pikken we met het groepje nog wat te snel gestarte renners op. Ik rij op de grens van mijn kunnen, maar ga er net niet overheen. Precies zoals ik het in gedachte had.

Na deze start volgt de geplande periode van temporiseren. De groep waarin ik rij is op dat moment een man of tien groot, met een aantal Masters 1. Ik voel dat ik bergop sterker ben dan de meeste, maar ik blijf tegen mezelf zeggen dat ik me in moet houden. Alhoewel de verleiding groot is, rijd ik niet bij de groep weg. Ik probeer wel voorin te blijven om zoveel mogelijk energie te sparen, neem geen risico’s in de afdaling en pak op het vlakke slechts af en toe een kopbeurtje mee. Ook eet en drink ik zoveel mogelijk.

Een van de eerste ijkpunten die ik in gedachte heb is de klim bij Beutenaken, vlak voor de eerste verzorging na krap dertig kilometer. Ik begin te ver achteraan de groep, maar merk bergop dat ik makkelijk naar voren rij. Bovenop is de verleiding daarom opnieuw groot om door te trekken, maar dat doe ik niet. Ook omdat het er een drukte is met verzorgers. Gelukkig heeft mijn soigneur Jan een topspot gevonden. Hij staat vooraan en ik pak zonder problemen een verse bidon. Hierna is het hergroeperen en ik weet dat er een aantal vlakke en dalende kilometers aankomen.

Dan gaat het echter mis. Ik ben al aan het remmen voor een linkerbocht (ik ken het parcours van de verkenning) als ik zie dat de mannen voor me rechtdoor gaan.  In de split-second besluit ik niet op mijn parcourskennis te vertrouwen, maar met de meute mee te gaan. Een minuut later is het duidelijk dat we verkeerd zijn gereden door het ontbreken van een pijl. In no-time heb ik de route in mijn GPS geladen en zie ik dat we via een korte afdaling weer op de route uitkomen.

Net weer terug op de route. Foto: Ben van Reeden

Terug op de route valt me op dat er niet nog niet veel bandensporen te zien zijn. Dat kan twee dingen betekenen, maar ik besluit het voorval meteen uit mijn hoofd te zetten. Voor ons is echter niemand meer te zien op het parcours. De groep waar ik mee reed is in zijn geheel in mijn wiel meegegaan en sommigen laten voor mijn gevoel het hoofd een klein beetje hangen. Het tempo zakt daardoor wat en dat is voor mij een teken om wat meer initiatief te nemen. Het is dan dat ik merk dat Patrick de Laat (van wie ik dan nog niet weet dat-ie Patrick de Laat heet) een van de sterkere Masters-1 van de groep is. Op een kort klimmetje bij een camping schud ik even aan de boom en hij is de eerste die me terughaalt. We zetten echter nog niet door.

We naderen Gulpen en voor het eerst beginnen we weer mensen in te halen. Voor mijn gevoel mensen die eerst achter ons zaten, maar verder schenk ik daar geen aandacht aan. Op een klimmetje Gulpen uit zie ik een shirt van Peerkes Biketeam voor me rijden en die shirts werken bij mij altijd als een rode lap op een stier. Boven aan het klimmetje versnel ik wat. Patrick komt terug, Bas Bloeming (van Peerkes) blijft hangen en nog maar twee of drie renners uit de oorspronkelijke groep zitten mee. Met dat groepje beginnen we niet veel later aan de offroad-beklimming van de Keutenberg, het punt tot waar ik mijn plannen klaar had. Ik voel me nog erg goed en besluit op kop te gaan rijden, rustig te beginnen en dan het tempo op het laatste steile stuk te verhogen om te kijken wie nog meekunnen.

Dat is alleen Patrick. De kilometers die volgen komen in de top drie van mijn meest heftige wedstrijdkilometers ooit. Het gaat allemaal razendsnel, letterlijk en figuurlijk. Patrick heeft zich overduidelijk gespaard en hij ontwikkelt een gigantisch tempo. In de klimmetjes kan ik zijn wiel goed houden, maar op het vlakke moet ik alle zeilen bijzetten om in zijn wiel te blijven. Door alle modder en het vele water zie ik echt bijna niks. Het is rijden op de tast, glibberen en glijden soms, risico nemen. Het gaat allemaal goed. En hard.  Dat bewijst het feit dat we steeds meer mensen inhalen, waaronder ook Masters 1-renners. Het lukt niemand om het wiel van Patrick te houden. Ik moet meerdere keren volle bak versnellen om te volgen, maar het lukt mij net wel.

Boven aan de Bemelerberg horen we van een toeschouwer dat we vijf en zes liggen in onze categorie, niet veel later halen we nog een concurrent in. Voordat ik me überhaupt kan realiseren dat het podium nu wel erg dichtbij komt, begint de echte finale.  In een technische afdaling zie ik dat Patrick kiest voor het paadje bovenlangs dat ik tijdens de verkenning ook pakte. Dat betekent dat hij even van de fiets moet. Ik heb het goede pad te pakken en realiseer me dat ik ineens iets van tien seconden voorsprong heb. Ik rij op dat moment in het wiel van Leander Hamelink (Masters 1-winnaar van vorig jaar die nu bij de elites meedoet) en ik bied hem met schorre stem tien bier aan om volle bak te gaan rijden.

De laatste meters van de laatste beklimming, onder de aanmoedigingen van een aantal fantastische supporters. Foto: Mart Warnier

Nu rijdt Hamelink altijd volle bak (ik vermoed dat hij mijn aanbod niet eens gehoord heeft) en lang kan ik niet profiteren van zijn werk. Op een lastig grasklimmetje maak ik een foutje, ik moet even lopen en Patrick sluit weer aan. Erger nog: op het vlakke gravelpad dat volgt rijdt hij bij me weg. Ik probeer nog een keer het gat dicht te rijden. Dat lukt, maar pas aan de voet van de op twee na laatste beklimming, eentje waarvan ik weet dat het een lastige is. Ik geef alles, maar moet lijdzaam toezien hoe hij op het steile pad opnieuw bij me wegrijdt. Ik baal ervan, maar de gedachte dat het toch niet om een podiumplek gaat, verzacht de pijn.

Ik zie op dat moment Carlos Baltus, amateurrenner waar ik de route twee weken eerder mee verkend heb, voor me rijden. Dat is een mooi richtpunt en het voorkomt dat ik teveel achterom ga kijken. Op de laatste beklimming sluit ik bij hem aan. Daar vertelt hij dat hij aan het strijden is om een podiumplek in zijn categorie. We rijden kop over kop tot aan de streep, maar we kunnen niet voorkomen dat Mattijn Motshagen hem nog inhaalt (en uiteindelijk bleek ook Harry Rasing nog voor hem te rijden). Die laatste haal ik op de streep nóg net in, in de hoop dat het nog een Master-1-renner is, maar dat is helaas niet het geval. Ik denk op dat moment dat ik vijfde ben geworden. Voor mijn gevoel heb ik misschien drie uur op de fiets gezeten, zo snel ging het voorbij. Onderweg ben ik ook totaal niet met tijd en afstand bezig geweest. Het blijk uiteindelijk 4 uur en 24 minuten te zijn

Pas vlak voor de podiumceremonie hoor ik van jurylid Hubert Emans dat die tijd goed is voor de vierde plek. Niet veel later klimt Patrick, verdiend, het podium op.

Na afloop
Als je vierde bent geworden, ga je automatisch denken: wat als? Ik zet die vraag na afloop echter snel uit mijn hoofd, want ik realiseer me dat ik er alles aan gedaan heb om de nummer drie te volgen, maar dat het simpelweg niet lukte. Ook weet ik dat nummer één Nick van den Heuvel veel sterker was en nummer twee Christian de Graaff (Nederlands kampioen XC) ook veel harder rijdt. Totdat ik ‘s avonds na een lange avond werken mijn Strava-bestand upload en die naast een aantal concurrenten leg. Ik zie dat een groot deel van de bikers die ik net niet en net wel heb ingehaald (waaronder De Graaff) in het stuk waar de pijlen ontbraken via een andere, kortere route weer terug op het pad zijn gekomen.

Ik leg de bestanden naast elkaar en zie dat het meer dan een kilometer en ongeveer 3,5 minuten scheelt in het nadeel van mijn groep. Als ik de volgende ochtend ook nog zie dat De Graaff nog geen twee minuten voor me is gefinisht, moet ik toch even slikken. Inmiddels heb ik ook met behulp van de fototijden op Sportograf nog het een en ander gecheckt en inderdaad: meerdere deelnemers die na één uur koers achter me zaten, zaten in de finale ineens voor me.

Ach, het is helemaal geen verwijt richting mijn concurrenten of organisatie, want zij kunnen er ook niks aan doen. En als die onverlaat die borden niet had weggehaald, dan was het koersverloop misschien wel heel anders geweest en was ik nooit in de cadans terecht gekomen. Maar toch, nu ik er zo dichtbij was, had ik wel heel graag op dat podium gestaan.

Gelukkig is er volgend jaar weer een kans. Ik hoop dat ik dan opnieuw zo’n superdag heb.

Tot slot
De hele dag werd ik bijgestaan door verzorger Jan. Hij stond telkens op een topplek en zorgde er daarmee voor dat ik telkens maar met één bidonnetje hoefde te rijden. Daarvoor wil ik hem via deze weg nogmaals bedanken!

In de slotfase met Carlos in het wiel. Foto: Sportograf

Related posts

Neustadt: dan mag je weer, ben je er met je kop niet helemaal bij

by Juul van Loon
4 jaar ago

Project Elite/9thWave: een schepje erbovenop in 2017

by Juul van Loon
7 jaar ago

Blog Trans Schwarzwald (5): fijn einde van een snelle meerdaagse

by Juul van Loon
10 jaar ago
Mobiele versie afsluiten