bikesight.nl

Blog

Vulkanbike: ‘smooth’ naar een nieuwe podiumplek

Foto: Sportograf

Op de A4tjes die aan de deur geplakt waren zocht ik tussen de vingers van andere nieuwsgierige deelnemers door zo snel mogelijk naar mijn naam. Nadat ik die ergens op het derde velletje had gevonden, kon ik gaan tellen. Na een paar keer checken durfde ik het met zekerheid vast te stellen: ik was de derde Nederlander in de categorie tot en met 29 jaar. Voor het eerst in mijn leven mocht ik het podium op van een mountainbikewedstrijd! Heel veel had dat niet omhanden: ik was tijdens de Vulkanbike in Daun op ruime afstand van winnaar Dion Gilissen derde geworden op de halve marathon van de toen splinternieuwe MTB-Sport.nl Trofee.

Maar toch, toen ik daar in het shirtje van de lokale toerclub op het podium stond en de kussen kreeg van ‘The Pink Lady” voelde het als een mijlpaal. Sindsdien, we spreken over september 2003, heeft de Vulkanbike een speciale plek in mijn hart. Ik stond regelmatig aan de start, maar door uiteenlopende redenen dateerde mijn laatste deelname van 2011. Hoog tijd om eens terug te keren naar dit mooie dorp in de Eifel, ook omdat de wedstrijd perfect in mijn planning past. Samen met fietsvrienden Lomas, Robin en Bart slaan we op vrijdagmiddag  een mooi kamp op boven bij het sportpark van het dorp. Een uitzicht van heb-ik-jou-daar én nog even tijd om met zijn vieren de startlus te verkennen: aan de voorbereiding gaat het niet liggen.

Drie ‘campers’.. perfecto!

Vorm?
Toch heb ik vooraf wat twijfels over de status van mijn vorm. Mijn vorige wedstrijd was de wegcyclo La Velomediane in La Roche en alhoewel ik toen wattage-technisch een meer dan prima wedstrijd reed, had ik daar geen topgevoel. Ik voelde aan mijn benen dat oververmoeidheid op de loer lag. In de hoop er in de Vulkanbike weer te staan deed ik de afgelopen weken relatief rustig aan. Afgaande op het matige gevoel tijdens onze korte verkenning heb ik mijn twijfels of dat wel is gelukt. Ik kies er zelfs voor om mijn vaste pre-wedstrijdintervallen over te slaan.

Maar zoals het vaak gaat in de wereld van het soms onverklaarbare gevoel in de benen, voel ik me op de wedstrijddag meer dan uitstekend. Ik weet dat ik kort kan eindigen in mijn categorie (30+), maar heb vooral als doel om zo lang mogelijk met de koplopers mee te zitten. In mijn herinnering is de Vulkanbike (100km/2200hm) bij vlagen retesnel en dat biedt perspectief voor een poging tot zo lang mogelijk aanhaken in het zog van de échte toppers.

Joekelende Roel Verhoeven
Dat gaat bij de start volgens plan. Zonder al te veel problemen hou ik op het heuvelachtige begin stand bij de eerste tien van het grote peloton dat zich achter een joekelende Roel Verhoeven vormt. Eén keer zit er een kort stukje singletrack en om het zekere voor het onzekere te nemen pak ik daar de kop. Dat ik vervolgens bijna in m’n remmen moet knijpen om weer tussen de wielen te komen, zegt genoeg over het tempo: iedereen kijkt nog een beetje de kat uit de boom.

Maar dat is voorbij op de eerste lange beklimming, waar we met een man of 25 aan beginnen. Verhoeven, en ook de Duitse topper Peter Hermann (van mijn leeftijd) schudden een keer flink aan de boom en bij een groot deel staat het op knappen. Achter me vallen gaten, Voor me rijden nog een man of zes. Ik zit in het wiel van teamgenoot Bart en alhoewel het flink wat energie kost, kan ik er zonder té diep te gaan bijblijven. Dat geldt ook voor Sasha Schwindling, ook een dertigplusser. Conclusie: met de benen zit het dus nog wel goed.

Aanhaken
Omdat ik denk dat Hermann zich vanwege het significant hogere prijzengeld vermoedelijk in heeft geschreven in de Heren-categorie ga ik ervan uit dat Schwindling mijn enige concurrent is bij de dertigplussers. Ik heb hem dit jaar nog niet kunnen kloppen, maar ik zie ‘m zwoegen. Zelf moet ik na een tunneltje ook even een gaatje laten, maar teamgenoot Bart ziet het, wacht even en brengt me terug. Op dat moment zakt Schwindling er door. Als ik hem bij het voorbijfietsen aankijk zie ik een rood aangelopen hoofd, paniekerige ogen en een heftige ademhaling. Oké, mooi: die heeft zich opgeblazen.

Zelf blijf ik bij mijn plan om zo lang mogelijk bij de koplopers aan te haken. Ik moet op sommige poefjes diep gaan, maar dat lukt wonderwel goed. Totdat we voor de eerste keer bij de korte klimmetjes nabij de Vulkaan-meertjes komen. Als ik het niet verwacht gaat de Nederlander Thom Bonder vol aan. Het is op dat moment vrouwen en kinderen eerst. Alarmfase 1 voor iedereen! Bart moet vol op de pedalen staan om aan het elastiek te blijven, daarachter ga ik volle bak om het gat niet te groot te laten worden en achter mij zit ook de Belg Jan-Frederik Finoulst met z’n neus op het stuur.

Alle zeilen bijzetten om de demarrage van Bonder te beantwoorden. Hier weet ik dat het niet gaat lukken, een paar seconden later was ik daar zeker van. Kwam ook omdat ik bij het opdraaien van de weg van m’n fiets af moest door een onmogelijk hoge stoeprand. Foto: Gerrie Dijkink

Samenwerken
Langzaam zie ik de mannen voor me kleiner worden en bij het oversteken van de weg weet ik het: ze zijn gevlogen. Met Finoulst kort achter me weet ik wat me te doen staat: met hem samen gaan werken om de resterende 65km in ieder geval mijn eerste plek bij de dertigplussers veilig te stellen. Op de wat vlakkere paden die volgen zet ik me in zijn wiel en het tempo zit er lekker in. Op een klimmetje zien we de kopgroep van vier nog rijden, maar het gat is te groot om met een tussen-inspanning te dichten. Daarna vinden Finoulst en ik een prima samenwerking, waarin we beiden ongeveer evenveel op kop rijden.

De paden van de Vulkanbike laten ondertussen een heerlijke cadans toe. Overal loopt het lekker, nergens is het écht zwaar. Smooth vliegen de kilometers onder onze wielen door, de vergezichten zijn zo nu en dan weer schitterend. Achter ons zijn de verschillen groot genoeg om ook qua tempo een paar procentjes terug te schakelen. Richting het einde worden de beklimmingen echter weer wat lastiger en op een steilere poekel heb ik ineens een gat van 30 meter op mijn vluchtmakker. Hoewel ik weet dat het nog zeker 15 kilometer is besluit ik door te zetten. Twee á drie kilometer ga ik volle bak, maar Finoulst vecht zich terug naar mijn wiel.

Prima samenwerking met Finoulst. Hier zit ik strak op zijn wiel, maar bij afdalingen nam ik toch maar wat afstand. De Belg heeft een ietwat onrustige rijstijl en mist nog wel eens een bochtje. Foto: Gerrie Dijkink

Demarrages
Daarna is het de beurt aan de Belg. Op de op één na laatste klim demarreert hij. Ik rij het gat dicht en neem over, maar kom ook niet weg. Daarna maak ik een fout: aan de voet van de laatste klim zit ik even niet op de letten bij het inhalen van achterblijvers. Finoulst ziet dat hij een meter of tien heeft, gaat op de pedalen staan en is weg. Vijf minuten lang vechten we een strijd van man tegen man uit op een pittige beklimming. Het gat tussen ons gaat van 15 meter, naar 18, 17, 19 en 16 maar ik krijg het niet meer dicht. Bovenop trekt hij nog eens goed door en is hij definitief weg.

Ik kan er niet wakker van liggen en rol niet lang daarna meer dan tevreden als zesde over de streep en inderdaad: ik win daarmee bij de dertigplussers. Gaaf om 15 jaar na dato nog eens op het podium te staan in Daun!

Schwindling werd uiteindelijk derde, nummer twee Sven Janssens (Kampioen België 30+) was al naar huis. Zonde, maar ook weer geen slechte keuze, want de gehele podiumceremonie duurde bijna twee uur.

Vulkanbike: ‘smooth’ naar een nieuwe podiumplek
To Top