bikesight.nl

Blog

La Velomediane: met optimale ondersteuning ben je er nog niet

Koersen op dit soort terrein. Het wegdek is beroerd, maar het blijft vet. Foto: Sportograf Best-of

Als er dan een keer een afterparty van een mountainbike-marathon uit de hand loopt, dan is het ook meteen goed raak. Zoals in 2010, na de Bike Transalp die ik samen met Tibor reed. In het feest in Riva del Garda waarover ik het hier in dezelfde context al eens had en waar ik de details niet van ga opschrijven beleefden we avonturen waarover we het nu nog wel eens hebben. Christian, toen een van onze tegenstanders die week, was de grote gangmaker. Later leerde ik dat Christian de cyclokoning van Nederland is en in die ene keer per jaar dat ik tijdens La Velomediane Claudy Criquilion zijn rijk binnentreed kan ik altijd op hem bouwen.

Omdat ik dit jaar bij deze mooie wegcyclo in La Roche-en-Ardenne (164km/3100hm) niet de beschikking heb over persoonlijke verzorging is daarom een kort berichtje richting Christian genoeg om dat probleem op te lossen. Christian is de motor achter Cycloteam, de grootste Nederlandse cycloploeg die tijdens de ‘Hoogmis’ van de wegcyclo’s altijd met tientallen coureurs is vertegenwoordigd. Zoals je bij Christian kan verwachten gaat dat in stijl. Fietsen en de randvoorwaarden (professionele ondersteuning onderweg) staat voorop, maar van een biertje en een goede barbeque zijn ze bij Cycloteam ook niet vies. Voor mij zijn echter een paar verse bidons onderweg het belangrijkste, anders ben je in ‘de Criq’ bij voorbaat kansloos voor een leuke wedstrijd.  Van de ploegleider krijg ik het antwoord dat als ik een Cycloteam-shirtje rijd alles geregeld wordt.

Alles op z’n tijd
Nu deed ik in 2016 al een keer een beroep op de verzorging van Cycloteam en toen werd ik wat zenuwachtig toen vijf minuten voor de start Christian mijn rugzakje met bidons nog niet had aangepakt. Uiteindelijk kwam hij drie minuten vooraf langs lopen en dus weet ik dat ik me deze keer geen zorgen hoef te maken.  Toch word ik weer wat ongerust  als ik in het startvak sta en de klok langzaam richting de 9 uur tikt. Ik sta nog met een rugzak vol met nog wat kleren en bidons en heb mijn eigen shirt  nog aan. Met een stijve nek van het rondkijken zie ik exact twee minuten voor de start Christian aan komen lopen. Oef.

Ofja…

Het startvak staat bij de Velomediane ramvol en het kost hem wat moeite om mij en de andere Cycloteam-coureurs te komen. In een nogal hectische laatste minuut voor de start lukt het me echter om een Cycloteam-shirtje te vangen en aan te trekken, de gelletjes uit mijn eigen shirt die onbedoeld via een paar andere bikers al naar Christian zijn getransporteerd weer terug te krijgen en zo mijn achterzakken vol te proppen. Met nog een seconde of vijf te gaan rits ik mijn shirt dicht, zo’n beetje op het startschot klik ik mijn linkerschoen in.

Geen paniek, de koers kan beginnen!

Koerstactiek
Nu sta ik voor het vierde jaar op rij aan de start van de Velomediane en dat is niet alleen omdat het gewoon een gave wedstrijd is met een supermooi parcours. Het is me in de drie voorgaande keren nog niet gelukt om deze wedstrijd tactisch en conditioneel goed in te delen. De afgelopen jaren gingen het telkens op meerdere fronten mis (ik stond altijd op een van de drie grote scherprechters geparkeerd) waardoor ik het gevoel heb dat er nog meer in zit. Vorig jaar was ik desondanks 27e, dit jaar is de top twintig (of liever top vijftien) het doel. Omdat ik vorig jaar de rekening gepresenteerd kreeg voor een enthousiaste start (ik zat kort in meerdere kopgroepjes) heb ik nu besloten om mijn krachten in het eerste anderhalf uur zo veel mogelijk te sparen en rustig in het grote peloton te gaan zitten tot aan de combinatie Mur de Maboge (steile poekel) en Haussiere (lange poekel) tussen kilometer 55 en 75.

Het parcours van de Velomediane. Goed bevallen sinds Grafschaft: een gestructureerd voedingsschema, waar dit foldertje zich perfect voor leende.

Allemaal mooi bedacht, maar eigenlijk bepalen vanaf minuut één mijn benen mijn tactiek. Alles voelt een beetje stroef aan – na al dat gekoers mag dat ook een keer – en dat zorgt  ervoor dat ik in de eerste 50 kilometer eigenlijk consequent achter in het eerste peloton hang. Omdat we redelijk wat wind tegen hebben is het een grote groep (ik gok bijna honderd coureurs) en dat is allemaal verre van ideaal. Van het voornemen ‘sparen’ is geen sprake. Op de tweede beklimming trap ik ondanks mijn zware benen al bijna een 5 minuten powerrecord omdat er voor me flink wat gaten vallen, ik moet meerdere keren boven wat korte poefjes extra gas geven om er bij te blijven en zit op de plateaus een aantal keren met mijn neus op het stuur op het kantje achter een waaier.

Rustig blijven
Net zoals ik had voorgenomen om in het startvak me mentaal niet op te laten naaien, besluit ik dat nu ook te doen en de Mur rijd ik vanaf achter het peloton op eigen tempo op. “Ik zie wel waar het schip strandt”, is de modus waar ik in sta. De Mur is gelukkig een echte scherprechter (stroken van 15 procent en meer) en zowaar maak ik vlot meerdere plekken goed. Op de uitloper rijd ik zelfs maar een meter of tien achter het eerste pelotonnetje van een man of dertig en met een extra inspanning haak ik zelfs aan. Net op dat moment gaat het tempo omhoog. Aangezien ik vorig jaar exact op deze strook mijn motor volledig over de kook hielp besluit ik nu maar een gaatje te laten en zo kom ik in de tweede groep aan bij de voet van de Haussire.

Nu zakte ik door mijn enthousiaste koersen op de Mur er hier vorig jaar compleet doorheen en één ding is zeker: dat wil ik nu niet laten gebeuren. Hoewel in het volgen van mijn tactische plan tot nu toe alles verre van vlekkeloos verloopt slaagt dát onderdeel wel. Het tempo dat onder meer neergezet wordt door mede-mountainbiker Stijn van Boxstael kan ik volgen en zo kom ik met de eersten van mijn groepje boven. Nadat ik op de Samree (3,7km/4%) een verse bidon heb aangepakt bij de Cycloteam-tent kan vanuit een degelijk positie (ik gok rond plek 40-50) de rest van de Criq beginnen.

Dit soort bordjes kom je tegen aan het begin van elke klim. Handig! Foto: Sportograf

Hollen en stilstaan
Tja, en dat gaat opnieuw niet helemaal zoals bedacht. Zelf hou ik in gedachte dat er wat energie in de tank moet blijven voor de allerlaatste scherprechter (Cote de Beffe en Laidpraingeleux, waar ik ook al eens gruwelijk geparkeerd stond) en dat hebben meer coureurs. Zoals het vaker gaat, of misschien wel gebruikelijk is in het wegjeanetten worden het kilometers van hollen en stilstaan. Zo nu en dan is er wat samenwerking, soms zijn er wat vluchtpogingen, soms zitten we met z’n allen te sterven in het wiel van onder meer Van Boxstael. Omdat je bij mountainbikemarathons veel meer je eigen tempo kan rijden is dit ontzettend wennen. Toch probeer ik er het beste van te maken. Ik geloof wel in een afsplitsing op de Roche á Frene. Dat colletje (2,8 á 9,5%) ligt me wel, ik geef wat extra gas en we zijn met een man of vijf weg.

Maar, en ook dat hoort een beetje bij de Criq, alles komt gewoon weer samen. We sluiten nog bij een andere groep aan en van achteren gebeurt hetzelfde bij ons. Mede dankzij een vers Cycloteam-bidonnetje van de motorrijder van de ploeg (als gezegd: alles top geregeld bij die mannen) voel ik me nog wel redelijk oké; mijn benen zijn sinds de eerste kilometer eigenlijk niet minder geworden. Toch besluit ik een paar (succesvolle) uitvalspogingen (van onder andere een Cycloteam ‘ploeggenoot’) niet te volgen. In een grote groep begin ik aan de Beffe en zijn uitloper en daar blijf het gepoker een beetje doorgaan. Met een man of vijftien lopen we eigenlijk simpelweg te klooien. Ik val terug op het marathonbiken en probeer zelf zoveel mogelijk op mijn wattagemeter te rijden. Dat zorgt ervoor dat ik ook zo nu en dan op kop rijd, of een paar meter voorsprong heb of (redelijk kansloos) voorbij wordt gesprint.

Tussen het frame wringen
Pas als Van Boxstael er klaar mee is is er eindelijk iets van een afscheiding. Die rijdt de laatste 1,5 kilometer dusdanig hard naar boven dat we met een man of vijf overblijven. Dat was bijna vier geweest, want ik hang zelf echt op hangen en wurgen op het laatste wiel. Meerdere keren is een sprintje vanuit het zadel nodig om erbij te blijven. Het zijn van die momenten waarop je je afvraagt waarom je jezelf weer tussen je frame aan het wringen bent voor een plekkie meer of minder, maar – en dat zullen wedstrijdrijders herkennen – als het knoppie koers eenmaal aanstaat is zomaar opgeven blijkbaar geen optie.

Mijn benen ontploffen, ik snak naar adem en een fris biertje aan de finish maar gelukkig is alle ellende niet voor niks en blijf ik erbij.  Na de lange afdaling ben ik weer een beetje op adem en besluit ik me als volleerd wegjeanet nog in het sprintje van ons groepje te mengen. Dat gaat niet onaardig: ik kom als tweede van ons binnen en wordt daardoor 37e in 4.53u, ruim een kwartier achter de winnaar.

In het shirtje van Cycloteam uitpuffen na een eindsprint in de straten van La Roche. Vijf uur koersen op de weg, toch een totaal andere belasting dan op de mountainbike. Foto: Cycloteam.com

Niet waarvoor ik was gekomen, maar gezien mijn benen en koersverloop een tijd en uitslag waar ik vrede mee heb, ook als ik op mijn powerfile zie dat ik toch wel aardig mijn best heb gedaan (ruim boven de 300np). Het frisse biertje wordt Cycloteam-style snel geregeld, de ploegbarbeque waar ik nog voor uitgenodigd word laat ik wijselijk aan me voorbij gaan. Ik lig de hele avond voor pampus in mijn CombiCamp en vrees Transalp-afterparty praktijken en daar heb ik een langere voorbereidingstijd voor nodig. Misschien volgend jaar, want dan sta ik waarschijnlijk wel weer aan de start. De kunst van een goede wegcyclo blijft me toch ook wel fascineren.

Ik heb namelijk na deze editie nog steeds het gevoel dat ik er meer uit kan halen.

 

Bijna op de finishlijn: de camper van Cycloteam. Prima toeven na afloop!

 

Vaste prik tijdens de Velomediane (en ook de BeMC): kamperen langs de Ourthe (niet op de foto).

La Velomediane: met optimale ondersteuning ben je er nog niet
To Top