bikesight.nl

Blog

Frustratie en genieten liggen dichtbij elkaar in UCI-Marathonseries O-Tour

Als ik bezig ben aan de eerste kilometers van de O-Tour Bikemarathon in Zwitserland (86km/3000hm), lijkt het alsof ik meedoe in een bergetappe van de Ronde van Frankrijk.  Naarmate we hoger klimmen op deze moordende opener van de dag wordt het eerste peloton waar ik in rij steeds kleiner, maar ik blijf erbij. Fucking hell, ik rij mee in de eerste groep van een race in de UCI Marathonseries! Ik voel me een coureur die in de Tour de eerste schifting bergop overleeft. 

Dat het waarschijnlijk niet heel lang gaat duren, daar durf ik niet aan te denken. Ik móet blijven geven, het is alles of niks vandaag. Een kilometer later hang ik nog steeds aan de staart.  Met zo nu en dan een kort tussensprintje lukt het me nog steeds om erbij te blijven, maar ik durf niet teveel op mijn Garmin te kijken, waar ik vaak waardes van in de 400 zie. Voorin bepalen de toppers het tempo. Mijn hartslag bonkt in mijn keel, het is retekoud en vochtig maar ik heb het snikheet en mijn regenjack is volledig opengeritst. In de mouwen verzamelen zich de eerste zweetdruppels. Mijn benen beginnen langzaam maar zeker pijn te doen, maar ik blijf genieten van dit moment.

In mijn achterhoofd weet ik echter dat deze zelfmoordtechniek nooit gaat slagen.

Want hoewel er aardig wat mannen af moeten, rijden we nog zeker met dertig man samen. En als ik  mezelf voor het WK Marathon wil kwalificeren – de reden waarom ik aan deze wedstrijd meedoe – moet ik bij de beste twintig eindigen. Al snel krijg ik de bevestiging dat dat nooit gaat lukken. Ik ben het eerstvolgende slachtoffer. Moet één meter laten. Twee, drie. Kijk dan maar eens angstig naar mijn Garmin, waar mijn hartslag richting de 190 gaat. Deze klim duurt nog zeker tien kilometer. Ik heb geen andere keuze dan mijn eigen tempo te gaan rijden.

Tegen beter weten in blijf ik er alles aan doen om zo hard mogelijk omhoog te blijven rijden. Toch verdwijnt het peloton snel uit zicht en word ik ingehaald door flink wat coureurs uit het tweede startvak, en ook enkele eerder geloste concurrenten uit de UCI-klasse. Soms lukt het me om even aan te haken, maar veelal gaan ze te hard. Met moeite blijf ik qua wattage boven de 300. Fysiek sta ik op knappen en ook mentaal begin ik het langzaam moeilijk te krijgen. Het genieten van de eerste kilometers is helemaal verdwenen. Waar doe ik het eigenlijk allemaal voor?

In de prachtige Alpenweide waar we doorheen rijden zie ik een typische Zwitserse herder staan. Dikke, groene wollen trui aan. Grote baard, hoed op z’n kop. Hij staat op een natuurlijke verhoging die hem een perfect uitzicht geeft over zijn terrein. Zijn hond ligt een paar meter links van hem, in zijn rechterhand heeft hij een stok. Ik vermoed dat hij elke ochtend op deze manier van het uitzicht geniet. Zijn ogen stralen puur geluk uit, maar ook verbazing. Waarom doen al die mountainbikers zichzelf zoveel pijn om zo hard mogelijk deze berg op te rijden, lijkt hij zich af te vragen.

Tja. Hoe de herder erbij staat zet me nog meer aan het denken. Want inderdaad: waarom ben ik mezelf hier op deze berg zo aan het uitwringen? Ik raak de focus op de wedstrijd kwijt en raak met mezelf in gesprek. Waarom wil ik zo graag naar dat WK? Voor mezelf en het plezier? Voor de stunt, en een goed verhaal op Bikesight? Om aan anderen te laten zien dat je ook als amateur ver kunt komen? Om te showen hoe goed ik kan fietsen?

Als vaker in een UCI Marathonseries fietste ik het snot bijna letterlijk voor de ogen, maar het was dus niet voldoende. Regenjackie was er bergop absoluut te veel aan, maar enkele kilometers later hard nodig.. Foto: Alphafoto.com

Een eenduidig antwoord heb ik niet. Wel weet ik dat dit de vierde poging van dit seizoen is en het opnieuw niet gaat lukken. Hoe hard ik ook werk, met mijn talent en conditie heb ik een flinke dosis geluk nodig wil ik me bij de beste twintig rijden in zo’n zwaarbezette wedstrijd.  Ik haal heel veel voldoening uit het beste uit mezelf halen en goede resultaten neerzetten, maar deze exercitie begint op deze manier frustrerend te worden en daardoor vergeet ik steeds vaker – ook tijdens trainingen – hoe gaaf mountainbiken an sich is. Ook vanwege de verschillende offers en egocentrische keuzes die het rijden van dit soort wedstrijden vraagt. Het is eigenlijk te gek: ik rij in een prachtige omgeving, maar zit semi-chagrijnig op de fiets. Conclusie: ik leg mezelf teveel druk op als amateursporter, en dat is eigenlijk nergens voor nodig.

In de tijd dat ik aan het nadenken ben, schieten er een paar schitterende paden onder mijn wielen door. We ronden de top van de eerste (van twee) lange cols over een prachtig Romeins pad. Het is boven slechts twee graden, erg bewolkt en vochtig. De regen van afgelopen dagen heeft de paden modderig gemaakt. Sommige stukken moet ik even lopen, andere glibber ik naar beneden. Omdat ik in gedachte met andere dingen bezig ben, gaat dat niet al te soepel en verlies ik nog meer plaatsen. Gelukkig heb ik voor de start nog een voorwiel gestoken met de Specialized Ground Control erop (noppen!) en hou ik op die manier de boel nog enigszins onder controle.

Het einde van de eerste beklimming. Ik heb er met zekerheid te weinig plezier aan beleefd.. Foto: Alphafoto.com

Afgegaan op verhalen over het parcours rij ik deze wedstrijd op de Specialized hardtail van teamgenoot Bart (waarvoor nogmaals dank) in plaats van op mijn eigen Epic FSR, in de hoop met het lichtere gewicht en lichtere verzet (34/50) nog wat extra winst te boeken. Een keuze die op een parcours dat mede door de weersomstandigheden lastiger is dan gedacht zo zijn voor- en nadelen heeft. In een tussenstuk zit een pad met veel gladde wortels, houten balken en een paar trappen. Ik ben aan het klooien, maar schakel al snel de frustratiemodus uit, sluit het gesprek met mezelf voorlopig af en besluit er vandaag het beste van te maken. Ik ben nog steeds bezig aan een loodzware, maar fantastische Alpenmarathon. Okay, door de bewolking is er nu weinig van te zien, maar er moeten hier prachtige bergen liggen. Ga dáár godverdomme eens van genieten!

Mijn nieuwe plan is simpel en snel gemaakt: heelhuids deze eerste lus van 50 kilometer afmaken, zoveel mogelijk herstellen van mijn te snelle start en na de passage door startplaats Alpnach de tweede lange beklimming van de dag zo hard mogelijk oprijden.

Als je ervoor kiest om je racebudget vooral te investeren in veel wedstrijden, dan komen zaken als een nieuw regenjack onderaan de lijst te staan. Deze heb ik al wat jaartjes, voldoet aan de eis ‘waterdicht’ maar heeft zoals te zien is misschien iets teveel luchtweerstand… Foto: Alphafoto.com

Met mijn hernieuwd hervonden concentratie kom ik enkele lastige singletracks en snelle schotter- en asfaltafdalingen goed beneden. Na een vlak stuk over het plaatselijke vliegveld (waar ik zoveel mogelijk eet) draai ik met een haarspeldbocht de voet van de volgende beklimming op. Nu gaat mijn blik wel meteen richting mijn powermeter. Om toch een beetje in de alles-of-niets stijl te blijven zet ik iets hoger in dan dat ik normaal zou doen. Het blijkt de juiste keuze: want het is dan wel niet genoeg om in de top twintig te rijden, met de vorm van de dag blijkt niets mis.

Via drie akelig steile passages kom ik aan bij het laatste ‘lopende’ stuk van vier kilometer en vierhonderd hoogtemeters. Ik heb dan al meer dan tien man teruggepakt, zo en dan om me heen gekeken en voel me nog meer dan prima. Ik zie nog een paar slachtoffers voor me. Ze duiken stuk voor stuk in mijn wiel, maar telkens is een korte versnelling voldoende om ze te doen breken. Voor mij een bevestiging dat hard fietsen (en het beste uit jezelf naar boven halen) voorlopig nog zeker een doel zal blijven.

Regenjack uit en gas erop! Dit is bovenop de eerste steile passage van de laatste lange klim. Alhoewel ik er gezichtstechnisch misschien ernstig vermoeid uitzie, voel ik me hier als herboren. Foto: Alphafoto.com

Richting de top wordt de mist steeds dichter, een beetje surrealistische gewaarwording. Hoewel de 15 kilometer klimmen zeer lekker gingen, ben ik blij als ik de afdaling in kan duiken: het was een fikse inspanning. De wedstrijd is ook nog niet ten einde. Integendeel. In de laatste 18 kilometer is het een aaneenschakeling van kortere, lastige passages. Zo nu en dan nog een flinke kuitenbijter omhoog, maar vooral naar beneden is het pittig. Door de regen zijn alle rotsen en stenen op de singletrackpassages gruwelijk glad. Ik hou overal voldoende marge (de verschillen zijn groot), maar ben toch nog een keer mijn voorwiel bijna kwijt. Mijn hartslag schiet twintig slagen omhoog, maar ik trek m’n fiets net op tijd weer recht. Gelukkig is het daarna nog maar een paar honderd meter dalen voordat ik het laatste vlakke stuk richting de finish bereik.

Daar kom ik uiteindelijk aan na 4 uur 45 minuten, op de 34e plaats. Ik kom een half uur te kort voor plek twintig. Een duidelijk veel te grote marge. Toch kan ik na afloop blij zijn met mijn prestatie. Niet alleen omdat ik gedurende deze race belangrijke inzichten heb verkregen, maar ook omdat ik toch best wel sterk heb gereden. De twee lange klimmen ben ik opgefietst aan een wattage van ongeveer 330-340, iets dat ik nooit eerder op een dag twee keer meer dan uur lang heb gepresteerd. Daarnaast breek ik tijdens mijn Tour de France-momentje mijn twintig minuten powerrecord (364 watt), laat ik sommige gasten die ik op de laatste beklimming heb teruggepakt meer dan tien minuten achter me en sprokkel ik door mijn opmars in de slotfase toch nog wat punten voor de ranking van de UCI Marathonseries.

Conditie liet het toe om tot de laatste meter alles te geven. Altijd een lekker gevoel! Foto: Alphafoto.com

Afgaande op eerdere uitslagen van de O-Tour had ik berekend dat ik ongeveer 45 minuten mocht verliezen op de winnaar voor de twintigste plek. Ik verlies er vijftig, en kom niet in de buurt van de kwalificatie-eis. Zoals teamanalyticus Joan al had gezien: in de laatste week schreven nog een paar sterke renners zich in (in totaal waren er 19 coureurs uit de top 200 van de UCI-wereldranglijst). En dat terwijl ik dacht dat dat bij deze wedstrijd nooit zou gebeuren, omdat ttegelijkertijd de nationale kampioenschappen van Duitsland en België werden gehouden en een dag later de Swiss Epic startte. Blijkbaar worden wedstrijden in de UCI Marathonseries steeds populairder (een goede ontwikkeling, overigens).

Het sterkt me wel in de conclusie die ik trek tijdens het gesprek met mezelf bovenop de eerste col. Het van ‘geluk’ afhankelijk zijn voor het kwalificeren voor het WK zorgt voor teveel druk en frustratie. Ik ga dit doel parkeren als een mooi extraatje en voor volgend seizoen andere (meer haalbare) doelen belangrijker maken. Dat houdt dus in:  wedstrijden uitkiezen omdat ik ze graag wil rijden, niet omdat ik me er denk te kunnen kwalificeren.

En misschien dat het dan juist wél lukt.

Power-output op Trainingspeaks

O-Tour Bikemarathon Obwalden
Zwitserland heeft een paar echte marathonklassiekers. Denk aan de Grand Raid, de Nationalpark Bikemarathon en de Eigerbike. De O-Tour heeft niet de status van deze marathons, maar dat neemt niet weg dat het een prachtige Alpenmarathon is  met als voordeel dat het niet al te ver van Nederland is. De marathon bestaat uit twee lange beklimmingen (over asfalt en schotter) en een aantal lastige tussenstukken. De eerste col is een constante ‘loper’, maar bovenop volgen een tiental pittige kilometers op en af met aardig wat singletracks waar een fully geen overbodige luxe is. Ook in de afdaling terug naar startplaats Alpnach zitten een paar mooie (goed rijdbare) bospaden. De tweede beklimming bestaat uit verschillende steile stukken en is daarmee een echte benenbreker. Zit je daar stuk, dan val je ook echt stil en wordt de marathon een lijdensweg. De afdaling vanaf de laatste top heeft alles in zich met alpenweides, asfalt, schotter en singletracks. Het duurt door een paar korte tussenbeklimmingen lang voordat je helemaal beneden bent.

Deze editie waren de omstandigheden zwaar, met veel modder, regen en kou. Ik reed daarom het eerste gedeelte met mijn regenjack aan, geen overbodige luxe met een temperatuur van twee graden bovenop de top. Het tweede gedeelte reed ik zelfs zonder windjack. Dat was op het randje en alleen ‘doable’ omdat mijn motor nog steeds goed draaide. Ik had de beschikking over een verzorger, maar bij elke feedzone kun je bidons en gels aanpakken. De marathon is in dat opzicht (en ook op alle andere fronten) echt Zwitsers goed georganiseerd. Het enige nadeel: er hangt met 95 euro aan inschrijfgeld ook een echt Zwitsers prijskaartje aan vast.

Frustratie en genieten liggen dichtbij elkaar in UCI-Marathonseries O-Tour
To Top