BIKESIGHT

Blog

Blog: met twee ‘WK-medailles’ op weg naar het NK Marathon

Het is de laatste periode van een lang seizoen, maar toch ook wel de periode van de waarheid. Al vroeg in 2017 gingen er één grote cirkel om de eerste twee weekeinden van oktober: het WK Wielrennen voor Journalisten en het NK Marathon. Als mountainbiker en liefhebber van het lange werk is de nationale titelstrijd tijdens de Bart Brentjens Challenge in Eijsden natuurlijk het allerbelangrijkste. Nu twee nachten voor deze 114 kilometer lange slijtageslag ben ik er klaar voor: het parcours zit in mijn hoofd, mijn wedstrijdplan ook. En de benen zijn ook nog goed, zo bleek vorige week tijdens die andere belangrijke wedstrijd van deze periode.

Het WK voor Journalisten is een jaarlijks feestje voor mannen die normaal vooral langs de lijn staan en wedstrijden (of andere zaken) beschrijven. De ene keer is het ‘WK’tje Spelen’ te ver weg (zoals vorig jaar in Griekenland), nu was kampioenschap onderdeel van de driedaagse wegcyclo Riderman in het zuiden van het Duitse Schwarzwald. Toen ik de eerste keer naar het programma en parcours dacht ik meteen: dit moet me wel liggen.

Eenmaal aangekomen in startplaats Bad Durrheim bleek het heuvelachtige parcours toch een stuk sneller dan gedacht. Op vrijdag vlak voor het eerste onderdeel, de tijdrit, heb ik er toch vertrouwen in dat ik kan meestrijden om het goud. Samen met trainer Guido Vroemen heb ik een wedstrijdplan gemaakt aan een gemiddeld wattage van rond de 360 watt. De 16 kilometer (startklim, lang vals plat naar beneden, lang vals plat omhoog en afdaling) moet me dan ongeveer 22 minuten gaan kosten.

WK voor journalisten is serious business. Dus regelde ik vlak voor vertrek nog snel een officiële Nederlandse outfit (handig als teamgenoten zich wel kwalificeren voor het WK Marathon) en kocht ik nog een paar gesoigneerde, maar o zo onhandige snelle overschoenen. Een tijdritfiets of -helm is niet toegestaan.

In de eerste drie kilometer gaat het nog voortvarend. Ik trap de geplande wattages en haal diverse voor me gestarte collega’s in. Op het vals plat naar beneden merk ik dat ik te voortvarend ben geweest: ik kan niet genoeg snelheid maken, zak in mijn wattage. Pas na het keerpunt kom ik er een beetje doorheen. Toch val ik één kilometer voor het begin van de afdaling naar de finish weer stil. Mijn longen ontploffen, mijn benen branden, mijn keel doet pijn, ik begin algeheel te verkrampen: wat een lastige discipline is dit toch. Eenmaal over de finish (na 23 minuten en 19 seconden, toch een gemiddelde van 41 per uur) merk ik dat ik het toch wel aardig gedaan heb. Het blijkt de derde tijd overall te zijn en de tweede in mijn categorie. Zilver. Ik ging natuurlijk voor goud, maar na mijn worsteling van 16 kilometer ben ik er blij mee. Toch voelt de ruim 330 watt die ik gemiddeld heb getrapt ook niet helemaal lekker. Ik wijd het aan mijn gebrek aan ervaring in het tijdrijden.

Al voor de streep de benen stil en de knop van de Garmin induwen: ik was er wel klaar mee..

Ik voel ook dat ik in de wegrit meer moet kunnen uitrichten. Ik klom harder dan de winnaar van de tijdrit (de Nederlander Sjors Beukeboom), dus hij heeft me er nog niet zomaar afgereden. Ik weet dan ook dat er een paar lastige beklimmingen in het parcours van 87 kilometer liggen, maar dat de ruim 1000 hoogtemeters worden afgewisseld met snelle stukken waarop je alleen kansloos bent. Te vroeg je kruit verschieten is dus niet verstandig. Daarnaast starten we met ongeveer 50 journalisten twee minuten voor de deelnemers van de wegcyclo. Die zijn met 600 man en 1 en 1 is mijn ogen 2 in het snelle begin van de wedstrijd. Wanneer precies weet ik niet, maar we zullen door dat grote peloton worden bijgehaald en dat zal het een hele andere wedstrijd maken.

Ik zie daarom tot mijn tevredenheid dat Beukeboom er al vroeg vandoor gaat met een Italiaan. Een missie die gedoemd is te mislukken en die hem ongetwijfeld krachten gaat kosten. Het kost me alleen wat moeite vanwege een gebrek aan lef en stuurmanskunst in zo’n groot peloton, maar ik kan me zonder al te veel in te spannen handhaven voorin de gigantische groep, die ons na nog geen tien kilometer al te pakken heeft.

Na een kilometer of 35 is de eerste langere beklimming (een kilometer of twee, procentje of zes gemiddeld). Beukeboom rijdt nog voorop, het peloton bestaat nog uit een man of zestig. Ik heb dan ook al geconstateerd dat er een groot Duits cycloteam met diverse leiderstruien  in de gelederen (en ook twee journalisten, waarvan één in mijn categorie) de boel zoveel mogelijk samen wilt houden. Ik wil echter zoveel mogelijk concurrenten lozen en begin ‘m ook een beetje te knijpen over Beukeboom. Ik besluit daarom redelijk vroeg in de beklimming ook een versnelling te plaatsen, in de hoop een paar man mee te krijgen.

Dat lukt niet, maar gelukkig voert de grote cycloploeg het tempo wel op. Ik nestel me in derde positie en zit daar qua tempo nog redelijk in mijn comfortzone. Het begint er beter uit te zien: we pikken Beukeboom weer op en de groep dunt flink uit, zeker als die mannen op het vlakke stuk na de top een trein van het formaat SKY opzetten. Als we bij de volgende scherprechter aankomen rijden er echter nog steeds twee man (geen journalisten) een seconde of twintig voorop. Ik merk dat ik bergop opnieuw wat over heb en dat met tempo de koers niet zwaar genoeg gemaakt wordt. Opnieuw plaats ik een demarrage. Weer krijg ik niemand mee, maar nu rij ik door. Ik hoop het gat op de twee gasten voor me te dichten, maar dat is te ambitieus. Na de top word ik ingehaald door vijf man, maar al snel stelt de Duitse SKY-formatie orde op zaken. Ook de twee koplopers worden bijgehaald.

Dan heb ik al besloten dat ik alleen nog maar ga reageren en anders wacht tot de laatste kilometer vals plat (dat van de tijdrit) om een alles-of-niets poging te wagen. Op een steil poekeltje ‘tussendoor’ heb ik daar spijt van als ik wel heel makkelijk van de vierde rij naar voren spring, maar ik hou me koest in zorg dat ik telkens de eerste ben achter ‘de trein’. De laatste lastige beklimming nadert en in de laatste steile halve kilometer gaat het spel op de wagen. Ik ga mee, even lijken we met een man of vijf weg te rijden (met mij als enige journalist) maar in de afdaling klit alles opnieuw samen.

Dan wordt het dus alles of niets, al weet ik door het aantal aanwezige journalisten in het peloton dat ik verzekerd ben van brons. Ik besluit mijn poging te wagen bij het vierkilometerbordje. Nestel mezelf in derde positie. Twee gasten van ‘SKY’ nestelen zich op kop. Een cyclo-coureur demarreert, maar veel te vroeg en ik laat hem rijden. “Een ideale springplank”, denk ik bij mezelf.  Dan is het moment daar. Ik schakel bij. Ga staan en demarreer. Onderin de beugel. Trek mezelf nog een keer op gang. Als ik achterom kijk zie ik dat ik meteen een aardig gat heb. Ik zie ook een late reactie vanuit het peloton. Ik zit als snel in het wiel van de springplank en ga er meteen voorbij. Hij nestelt zich in mijn wiel, waar ook een andere coureur zich heeft gemeld.

We zijn met zijn drieën, onze voorsprong schat ik op zeker tien seconden. Nog een paar honderd meter tot de top. Dit is kansrijk!

Ik geef het teken met mijn elleboog dat de andere overnemen, maar er gebeurt niets. Shit. kom op gasten. Neem over! Maar weer, helemaal niets. Inmiddels heb ik net zoveel pijn in mijn lichaam als tijdens de tijdrit op hetzelfde stuk. Ik ga nog een keer staan om het tempo op te voeren, maar de kracht in mijn benen neemt rap af. Nog steeds geen overname. Damn, dit gaat zo niet lukken!

Als ik – godzijdank – op de top ben kijk ik om en zie ik de SKY-trein in hoog tempo naderen. Vijftig meter in de afdaling hebben ze me te pakken. In de afdaling probeer ik me nog even voorin te handhaven, maar dan weet ik al dat de bronzen plak voor mij is. In de laatste rechte lijn sprint Beukeboom knap naar een derde plek overall en goud bij de journalisten, vlak voor de Duitse journalist van de grote cycloploeg. We hebben de 87 kilometer afgeraffeld in 2 uur en 9 minuten…

Het podium. De twee lieve dames aan de buitenkant deden niet mee.

Ik baal van mijn mislukte poging, maar het gemak waarmee ik voorin mee kan spelen in zo’n grote wegcyclo is echter goed voor mijn vertrouwen voor het NK Marathon. Daar hoop ik het beste van mezelf te laten zien. Ik mik op een evenaring van mijn plek van vorig jaar (veertiende bij de elite, negentiende overall), maar ik weet ook dat in de Bart Brentjens een goede klassering van veel afhankelijk is. Zeker als het een modderwedstrijd wordt….

Blog: met twee ‘WK-medailles’ op weg naar het NK Marathon
To Top