bikesight.nl

Blog

BeMC (3): ‘bad karma’ slaat maximaal toe

Op een of andere manier was ik voor de derde etappe van de BeMC bijzonder relaxt en dat gaf me in de laatste paar minuten voordat we aan de 77 kilometer en 2500 hoogtemeters begonnen de ruimte om nog wat om me heen te kijken. Ik had de concurrentie voor die dag nog eens goed in me opgenomen, maar zag zo’n twintig seconden voor het startsignaal dat bij de derailleur voor me, die van Bram Saeys, het ‘spanningslipje’ los zat.

Vanzelfsprekend waarschuwde ik hem, maar voordat dat tot deze zeer vriendelijke Belg doordrong, zaten we in de bekende laatste paar spannende seconden van stilte, opgefokt gesnuif en veel zenuwachtige bewegingen. Juist op het moment dat ik besloot Saeys te helpen (de goede man heeft me meer dan eens uit de wind gehouden) en het lipje goed te doen, zei hij: “Allé, dat heb ik liever nie…” en klonk het fluitje.

Het was an sich een hele soepele beweging zo in de laatste paar tienden voor een start met 600 fanatieke mountainbikers in m’n nek (ik zat ook nog eens meteen goed ingeklikt en was precies op tijd weg), maar op de startklim zat m’n instant reparatie (‘je moet ook van andermans fiets afblijven’) me toch niet lekker. Nu had ik te weinig lucht om er nog over te beginnen tegen Saeys, maar uit het feit dat hij me tijdens de eerste 250 hoogtemeters op sleeptouw nam kon ik concluderen dat hij er niet al teveel moeite mee had.

Een andere conclusie die ik uit die positie kon trekken was dat het opnieuw prima ging. Toen dieselbrommer Patrick de Laat voorbij kwam besloot ik eens te gaan kijken hoelang ik hem bij kon gaan houden.

Nou, dat was niet lang. Ik begon meer en meer zin te krijgen in een paar uur diepgaan en steeds meer vertrouwen te krijgen in een goede afloop, toen ik in een afdaling iemand van achteren iets hoorde roepen. Nu was het mijn beurt om even niet in de gaten te hebben wat er gebeurde, maar bij zijn tweede poging mij duidelijk te maken wat er aan de hand, zag ik het probleem.

Mijn ketting lag er af.

In lichte paniek probeerde ik hem er al fietsend weer op te krijgen, maar: “Ge zult moeten stoppen vriend”, was de nieuwe tip van achteruit. Al staand naast mijn fiets zag ik dat de schade veel groter was dan verwacht. M’n ketting zat ‘in de knup’ en een schakel was verbogen.

Nu ben ik niet echt gelovig, maar in gevallen van ‘bad karma’ zit voor mijn gevoel soms nog wel eens iets van waarheid. Toen ik namelijk gruwelijk aan het kloten was om met mijn kettingpons en reserveschakels een en ander zo snel mogelijk te herstellen, herinnerde ik me een kort gesprek tussen mij en mijn Portugal-partner Lomas Wefing van de avond ervoor.

Lomas: “Hoelang ligt die ketting van jou er al op?”

Ik: “2500 kilometer, hoezo”

“Moet je die dan niet eens vervangen”

“Nee, hoezo. Die is nog lang niet versleten en sowieso heb ik de laatste jaren nog nooit kettingproblemen gehad.”

Tja. En dan de ochtend daarna in het startvak aan iemands materiaal gaan lopen wroeten. Dan vraag je er ook om: pas na vijftien minuten prutsen aan mijn ketting zat ik weer op de fiets, daarnaast vertikte ook mijn voorderailleur nog enig werk te doen. Nog 60 kilometer alleen op het kleine blad met een ketting die zijn beste tijd had gehad: ik besloot er voor te passen.

Ik maakte de eerste ronde tot La Roche-en-Ardenne van 37 kilometer nog (grotendeels)  af. Teleurgesteld over mijn opgave, maar ook blij. Met de vorm, en dat ik eens de tijd had om om me heen te kijken. De BeMC is namelijk een meerdaagse in optima forma: loeizwaar, maar over de mooiste paden van de Ardennen.

Ik kom er denk ik nog wel een keer terug om wat recht te zetten.

BeMC (3): ‘bad karma’ slaat maximaal toe
To Top