LUNTEREN – Ze stonden stonden met z’n allen in hetzelfde startvak, maar uiteindelijk gingen ze alle drie als eerste over de streep in een andere wedstrijd. Rens de Bruijn won zondagmiddag de 180 minuten wedstrijd bij de Bergrace in Lunteren, Frank Beemer de 105 minuten en Yannick Runhart de 75 minuten. Vanwege een laag aantal voorinschrijvers had de organisatie besloten de wedstrijden allemaal samen te laten starten, en op een ander tijdstip af te vlaggen.

Het concept had natuurlijk wel zijn uitwerking op het wedstrijdverloop.  Na een wat rommelige start – er waren wat problemen met het uit- en afzetten van het technische parcours – ontstond er een redelijke grote kopgroep, die uitelkaar spatte door de inzet van Frank Beemer en de Duitser Sebastian Scrauzner – beide deelnemers aan de 105 minuten – elkaar. Van de drie-uursrijders kon alleen Rens de Bruijn volgen.

“Ik wist dat Frank de 105 reed, maar van Sebastian wist ik dat niet”, keek De Bruijn (22) terug. “Doordat ik met die twee mee ging, kon ik een klein gaatje slaan op Frank Schotman en Hans Becking, die met z’n tweeën op mij aan het achtervolgen waren.  Gelukkig lukte het me om in de eerste twee uur nog iets uit te lopen.”

beemer
Beemer voor de start. Foto: Koos de Boer

Wat De Bruijn niet wist, wist Beemer wel: Scrauzner reed één uur en driekwartier. “Dat we met meerdere wedstrijden bij elkaar reden, was wel apart”, vertelde de 26-jarige renner van MPL-Specialized. “De ene wedstrijd vergt toch een andere indeling dan de ander. Maar ik had een mooie strijd met Sebastian, een sterke renner (hij was 6e op het Duitse nationale kampioenschap, red.). Gelukkig kon ik hem na een tijdje lossen en ongeveer anderhalve minuut op hem uitlopen.”

Ondertussen was De Bruijn bezig om zijn voorsprong op Schotman en Becking te behouden. “Na 2 uur koers begon ik het echt zwaar te krijgen”, sprak de mountainbiker van SBJ. “Ik kreeg te horen dat het nog twee rondes waren. Toen heb ik een tempo gekozen dat ik precies zo lang kon volhouden. Toen ik na twee rondes over de streep kwam, bleek ik er nog een te moeten. “

Dat was een mentale tik voor de Nijmegenaar, die Becking – die last had van materiaalpech – steeds dichterbij zag komen. ” De laatste ronde was echt overleven. Ik begon de linten dubbel te zien en moest echt op save rijden. Maar Hans brak opnieuw zijn kettting, waardoor die dreiging wegviel. Zo kon ik onbedreigd naar de zege rijden. Alleen wist ik dat nog niet, want ik dacht dat Sebastian nog voor me zat.”

beckingschotman
Schotman (voorop) en Becking in achtervolging op De Bruijn. Foto: Koos de Boer

Achter dit geweld was de jonge Yannick Runhart (19) de beste over 75 minuten. Hij bleef Frank Molenaar en Nick van den Heuvel knap voor.

Bij de vrouwen – die wel een aparte start hadden –  finishte Laura Turpijn als eerste, voor Monique Zeldenrust en Lisanne Bouwmeester.

Becking wist ondanks de pech die hij had nog derde te worden achter De Bruijn en nummer twee Frank Schotman. In de 105 minuten wedstrijd eindigde Gerben Mos achter Beemer en Scrauzner als derde.

Voor Beemer was het opnieuw een sterk resultaat in een voor hem constant seizoen. “De vorm is al het hele jaar prima, echt slechte resultaten zitten er niet tussen. Dat doe ik bewust, ik wil het liefst met een goede basis zo constant mogelijk presteren.  Sommige mountainbikers stemmen bijvoorbeeld alles af op het nationale kampioenschap. Ik rijd liever van maart tot oktober goed, met dan maar een iets minder NK. Want zolang van Rudi van Houts en Michiel van der Heijden meerijden zal ik toch nooit winnen.”

Het prijzengeld in Lunteren werd overigens verdeeld na 75 minuten. Daar kwam Beemer als eerste door, voor Scrauzner en De Bruijn. “Maar daar was iets verkeerd gegaan”, legde De Bruijn uit. “Ze hielden de uitslag handmatig bij, en hadden mij gemist.” Het zorgde voor een stukje barmhartigheid onder de toppers: “We hebben het prijzengeld na de prijsuitreiking onderling verdeeld zoals het de bedoeling was. Erg netjes.”

De volledige uitslag van Lunteren is hier te bekijken. Ook daarin is iets mis gegaan: De Bruijn staat als negende geklasseerd.